vrijdag 4 september 2026

Woehoeee!

Tussen alle andere apps op mijn telefoon ziet het wezentje van Duolingo eruit alsof hij/zij altijd boos of verveeld is. Zelfs voordat ik ben begonnen met een Franse les. Het heeft dus echt niets met mij te maken. Maar toch. Ik zet altijd mijn beste jambe voor om nog een glimlachje uit dat wezentje te ontlokken. Helaas altijd tevergeefs: dat gezicht blijft op verveeldheid en donderwolken staan.

Binnen in de app is het andere koek. Daar word ik juist begroet met opgewekte geluiden, applaus, poppetjes die overdreven blij ‘Woehoeee!’ roepen als ik een paar woordjes goed heb en word ik onafgebroken beloond met schatkisten en andere bonuspunten. Een overdreven kermis in mijn ogen en ik zie het nut er niet zo van in.

De Franse taal spreken en schrijven is een wens die ik al lang koester en door de jaren heen spijker ik mijn kennis zo nu en dan wat bij. Tenslotte is een deel van mijn familie Franstalig en dan blijft het handig.

Maar goed, ook al is mijn niveau blijven steken op familiegesprekjes, vervoer en boodschappen, als ik bij familie ben, klets ik er gewoon lekker op los. En een glas wijn doet voor mijn spreekvaardigheid meer dan het uitzinnige ‘Woehoeee!’ van Duolingo.

Onlangs mocht ik mijn Frans weer eens testen tijdens een familiebezoekje.

Mijn zwager begroet mij op z’n Frans met twee luchtzoenen en ik besluit hem, met een knipoog, in mijn beste Frans uit te nodigen tot een iets warmere omhelzing.

‘Tu es prêt pour une propre embrasse?’

Hij kent me langer dan vandaag en glimlacht. Mijn schoonzus helpt een handje en legt uit wat ik bedoel: een echte knuffel, buik tegen buik.

‘Aussi avec les arms!’ voeg ik voor alle duidelijkheid nog toe.

En dan hoor ik achter mij ineens een enorme schaterlach.

Mijn schoonzus ligt dubbel.

‘Arms!’ giert ze. ‘Hahaha… arms!’

Un petit peu bleu kijk ik haar aan. Ik heb werkelijk geen idee wat er zo grappig is.

‘BRAS,’ weet ze uiteindelijk uit te brengen. ‘BRAS!’

En finalement tombe het kwartje.

Arms.

Natuurlijk.

Bras of arms, de boodschap was gelukkig wél begrepen. En zo sta ik even later toch maar in een warme buik-tegen-buik-en-armen-omhelzing.

En ergens, heel in de verte, hoor ik iets juichen:

‘Woehoeee!’

dinsdag 1 september 2026

Ik vond mijn badpak best leuk

Ook gisteren moest ik mezelf er weer behoorlijk toe zetten. Na het eten lonkte een kopje thee en even lekker nietsdoen, maar nee: het was tijd om mij in mijn badpak te hijsen voor mijn aqua-fit-les. Maar goed. Het is weer gelukt.

Gewapend met kleurrijke drijfgewichtjes voeg ik mij bij mijn medefanatiekelingen. We zijn een bonte verzameling. Voornamelijk boven de dertig, schat ik zo in, met een uitschieter naar 80+ en wij vrouwen komen werkelijk in alle breedte- en lengtematen.

In onze overwegend superdegelijke badpakken wachten we op onze hysterisch enthousiaste instructrice, die ons steevast ‘Meisjes!’ noemt. Dat is overigens zo ongeveer het enige wat ik van haar versta, want de opzwepende muziek met doodvermoeiende beat staat oorverdovend hard. De les zelf is trouwens minstens zo doodvermoeiend, maar wij ‘meisjes’ zetten massaal door.

Gisteren werd onze vertrouwde verzameling badpakken plotseling opgeschrikt door de komst van twee machtig mooie jonge dames. Iets te laat betraden ze het zwembad. Beter gezegd: ze maakten hun Entree.

De één in een supersexy zwart badpak, de ander in de kleinste stringbikini die ik ooit gezien heb. Beiden prachtig goudgebruind en voornamelijk bestaand uit benen, borsten en een heerlijk aanstekelijke lach.

Het hele bad viel even stil.

Nieuwsgierig volgden we het tweetal, dat onder veel kabaal en gelach een plekje achteraan zocht. En dan gebeurt er toch iets merkwaardigs. Ik werd me ineens wel héél bewust van mijn eigen ongelooflijk superdegelijke badpak. Hoe comfortabel dat ook zit.

Tot vijf minuten daarvoor had ik het zelfs nog best een leuk badpak gevonden.

Aaahhh, de jeugd.

Hoe heerlijk om zo te genieten van de kracht en schoonheid van je jonge lijf en het ook gewoon te durven laten zien. Ik kan daarvan genieten. Misschien ook omdat ik me nog goed kan herinneren hoe ongemakkelijk ik me vroeger soms in een bikini kon voelen. Deze twee leken daar in ieder geval geen seconde last van te hebben.

Maar toen begon de les.

En jeugdelijke schoonheid blijkt geen enkele vrijstelling te geven bij aqua-fit.

Al snel werd er niet alleen meer gelachen. Onder luid protest werden buikspieren aangespannen, benen opgetild en armen door het water geploegd. De kleurige gewichtjes, die er aan het begin van de les nog zo vrolijk en onschuldig uitzagen, werden steeds luidruchtiger vervloekt.

Maar we stonden daar toch maar mooi met z’n allen:

de lange, de korte, de brede, de smalle, de jonge, de oude, de stringbikini en het degelijke badpak. Allemaal even charmant ploeterend in hetzelfde zwembad.

Na afloop hezen we ons uit het water: druipend, vermoeid en hopelijk wat strakker.

Thuis spoelde ik mijn trouwe badpakkie uit en hing het te drogen.

Tevreden constateer ik dat er gelukkig twee gestroomlijnde lijnen op staan voorgedrukt.

Scheelt toch weer.

zondag 26 juli 2026

'Nee...ik ga niet mee!'

Afgelopen week klopte een oude bekende aan, die ik al heel lang niet meer had gezien. Toen ik jong was, bleef hij soms wel een paar dagen logeren. Deze keer kwam hij echter niet verder dan de drempel. Ik was zelfs enigszins - en misschien wel een beetje nieuwsgierig - omdat hij zich al zo lang niet meer had laten zien.

Ooit geloofde ik alles wat die stem mij vertelde. Ik ervoer dat als een stofdoek die zomaar in mijn hoofd landde en mijn dagen donkerder maakte en mijn energie ongemerkt opslokte.

En nu? Nu herkende ik hem direct. Dat betekende niet dat hij meteen verdween. Nee, hij bleef nog een halve dag op de drempel hangen, maar verder kwam hij niet. Wat een verschil. Wat een vrijheid.

Kort nadat hij was vertrokken, las ik - toevallig... of was het toch niet zo toevallig? - in de Yogabindu Upanishad de volgende woorden:

Zoals een bal heen en weer wordt geslagen, zo wordt ook de mens 
heen en weer bewogen door twee krachten die in hem leven.

De aardse kracht trekt ons naar buiten: naar verlangens, verwachtingen, controle, succes, afwijzing en verdriet. 
De spirituele kracht nodigt ons naar binnen: naar stilte, vertrouwen, liefde en de herinnering aan wie we werkelijk zijn.
Zolang beide krachten aan ons trekken, voelen we ons soms heen en weer geslingerd. 
De weg van bewustwording is leren herkennen welke stem werkelijk uit onze diepste natuur spreekt.

Mijn Meesters waren daarin een levend voorbeeld voor mij. Zij leerden mij niet hoe ik die donkere stem moest bestrijden, maar hoe ik haar kon herkennen. Mij laten raken, zonder mij te laten meeslepen. 
Kijken vanuit een stille waarnemer. In zachtheid en acceptatie.

Misschien is dat wel de grootste vrijheid die een mens kan ervaren: niet dat deze bezoekers nooit meer langskomen, maar dat je niet langer met ze mee gaat.

Toen ik later in het gras lag en naar de wolken aan de blauwe hemel keek, ontstond er als vanzelf een klein gedichtje:

Eenzaamheid

Soms komt hij langs.
Zomaar, onverwacht.
Tussen alle goeds,
moois en fijns.

Hij pakt mijn hand
en wijst naar donkere gevoelens
en sombere gedachten.

Maar ik geef niet mee.
Ik schud mijn hoofd,
want die weg
zal ik niet gaan.

Na even aandringen
is de lol er blijkbaar af.

Heel stilletjes,
heel gedwee,
zwaait hij weer af.

Nee...ik ga niet mee.

 

Soms begint vrijheid met een eenvoudige keuze!

 

Herken je iets van dit verhaal en ben je nieuwsgierig naar wat bewustwording voor jou zou kunnen betekenen? Neem gerust een kijkje op mijn website!
Silent Touch
Je bent van harte welkom ❤️

donderdag 9 juli 2026

🐾De wereld volgens Thor (3) – Mutsen, koeien en Blondies

Thor woont inmiddels alweer een half jaar bij ons en heeft zich ontwikkeld van een onwennige asielhond tot een speelse, grote, zachtaardige knuffelbeer.

Maar er liggen nog wat verhalen op de plank uit zijn eerste maanden bij ons. Verhalen die te leuk zijn om niet te delen.

Dus even terug in de tijd… 
De wereld volgens Thor (3) – Mutsen, koeien en Blondies

In dit nieuwe huis gebeuren bijzondere dingen. Er komen heel veel kinderen over de vloer. Kleintjes van 3 maanden tot kleuters van 4 jaar en dan nog een hele rij volwassen kinderen. Afleiding alom!

Ik ben blij om iedereen te zien. Liefst lebber ik de gezichtjes af van de kleintjes en ga ik op mijn rug liggen bij de grotere mensen.

Alleen jongemannen met een muts op, vind ik minder te vertrouwen. Dan gaan mijn haren omhoog en blaf ik, net zo lang tot ze hun muts afzetten. Dan zie ik tenminste wat eronder zit. En dan is het goed.

Eerst wist ik niet dat ik kon blaffen, maar heel soms laat ik van me horen: bij mutsen dus, of als ik in de auto zit en een koe zie. Dat zijn rare beesten, een soort grote honden. Die moet ik maar eens van dichtbij gaan bekijken.

Nadat ik eerst drie weken heb bijgeslapen en bij-gegeten, ben ik behoorlijk gegroeid. Zeker vijf centimeter de lucht in en ook mijn spiermassa begint te groeien. Ik word nu al een grote en stoere jongen. En ik word vast nóg veel groter!

Mijn naam duidt op de donder, maar ik heb zo’n zachtaardig en bovenal rustig karakter dat ik vooral donderslief ben.

Mijn naam leidt overigens tot grappige woordspelingen. Zo ga ik mee naar het werk van de baas en ben nu officieel de kanThorhond geworden. Ik begrijp de grap niet, maar baasje en vrouwtje lachen er hartelijk om.

Ze maken overigens meer grapjes met mijn naam:

Ik ga ervanThor.

Stel je Thor.

En dan liggen ze gevouwen om hun eigen grappen.

Ze doen maar! Het maakt mij niet uiThor!

Gelukkig komt er soms een oppashond in mijn huis. De ene keer is dat Grace en de andere keer is dat Nine. Allebei mooie Blondies en ik ben daarmee behoorlijk in mijn nopjes.

Op die dagen wordt er de hele dag gespeeld: binnen, buiten, binnen, buiten. Heel af en toe moet baasje of vrouwtje even optreden om de orde te herstellen.

Maar met één van mijn twee blondies naast me, voel ik me een hele venThor!

🐾 Thor

woensdag 8 juli 2026

En toen kwam de spelletjesavond…

Zes kinderen, partners, kleinkinderen en een hond. Krijg dat maar eens tegelijk op vakantie.

Vijftien jaar geleden lukte het ons al bijna om iedereen mee te krijgen. Vijf van onze zes kinderen gingen destijds mee, samen met twee ‘aanhangers’. In Bretagne, met zand, zee en zon, was het een fantastische ervaring. Ik herinner me foto’s van verboden vuren op het strand, barbecueën in de tuin, zwemmen, surfen, vooral bizar veel eten met al die pubers en veel… heel veel wasgoed.

Dat leek bijna niet meer te evenaren. Tot deze zomer.

Ook nu gingen vijf van onze zes kinderen mee, inmiddels met partners én ook nog kleinkinderen. Het was een volle bak: twaalf volwassenen, vier kinderen en één hond. Dit keer trokken we naar de bergen van Oostenrijk.

Goud zoeken, klimmen, zwemmen, watervallen, skiliften, berghutten, paragliden door twee dare devils en waar we ook keken: niet normaal mooie uitzichten en schitterend weer.

Er stond van alles op het programma. Soms gezamenlijk, maar ook in kleinere samenstellingen zwierven we door de omgeving om elkaar aan het einde van de dag weer te treffen bij het avondeten.

En toen kwam de spelletjesavond.

Eigenlijk was dat de enige spelbreker van de vakantie. De Aperol, witte en rode wijn vloeiden rijkelijk en al snel ging het volume omhoog. Spelregels werden vooral ‘rekbare’ suggesties. Dit zorgde bij de ene helft van de tafel voor grote hilariteit en bij de andere helft voor grote ergernis.

In nog geen anderhalf uur werd de familiedynamiek uitvergroot. Iemand haakte al snel af, de ander ging er met een gestrekt been in, de volgende hield voet bij stuk en aan sommigen ging het hele toneel ongemerkt voorbij.

Ik heb werkelijk onder tafel gelegen van het lachen om alle consternatie… en vervulde daarmee ook weer mijn eigen rolletje in dit flamboyante familiespektakel.

Godzijdank zijn we allemaal geen pubers meer en eindigde de avond zonder al te grote spreekwoordelijke kleerscheuren. De volgende ochtend scheen de zon gewoon weer.

De dagen erna lieten we de spelletjes veilig in de doos. Want het was inmiddels wel duidelijk: alle kaarten voor deze vakantie waren geschud.


 

maandag 15 juni 2026

En vooral goede gesprekken..

We zijn onderweg naar familie, manlief en ik...en natuurlijk onze hond.

Thor ligt languit op de achterbank, poten omhoog en zijn neus verborgen in mijn trui, die ik achteloos in een hoek heb geworpen. Hooguit laat hij af en toe een diepe zucht van tevredenheid horen. Hij is helemaal gelukkig en voelt zich kennelijk volkomen veilig bij ons.

Manlief en ik kunnen eindeloos lang stil zijn, maar als we dan wat zeggen, is het altijd reuze zinvol.

Zo passeert een mooie auto ons. Mijn man kennende, die altijd wel te porren is voor een eventuele aanschaf, merk ik op:

‘Kijk! Dat vind ik nou wel een mooie auto.’

Dan merkt hij droogjes op:

‘Daar rijd je in.’

We schieten allebei in de lach en Thor tilt geschrokken even zijn kop op.

Dan is het weer een tijdje stil.

Even later spot ik een grappig klein caravannetje en attendeer mijn man erop.

Zegt hij droogjes:

‘Dat is een UK-kie zeg. En heeft-ie gekocht bij de Action.’

Het duurt even voordat ik de sticker zie dat de bestuurders uit de UK komen en dat het merk inderdaad Action is.

Wederom barsten we in lachen uit en Thor wordt wreed uit zijn slaap verstoord.

In stilte peuzelen we wat uit onze voorraadtas en dan merk ik op:

‘Wat hebben we het fijn hè?’

‘Ja,’ zegt hij. ‘En toch leuk.’

‘En vooral goede gesprekken.’

Inmiddels hebben we de slappe lach en Thor, die waarschijnlijk denkt dat hij de enige volwassene is in de auto, draait ons diep zuchtend de rug toe en lijkt te denken:

‘Kunnen jullie alsjeblieft éventjes je mond houden?’

dinsdag 26 mei 2026

Piemels, heksen en grote vragen

Mijn kleinzoon van 4,5 jaar en ik kunnen samen heerlijk stil zijn, ieder in eigen binnenwereld, ontspannen en van tijd tot tijd is er een uitwisseling over de meest uiteenlopende onderwerpen. Af en toe belanden we in een ‘waarom-vragen’, maar vaker praat dit mannetje over wat er spontaan in hem opborrelt en luister ik in stille verwondering naar zijn observaties en wat hem zoal bezighoudt:

‘OmaLin: jij bent een meisje dus jij hebt geen piemel. Opa wel, want hij is een jongen.’
‘OmaLin: jij bent de mama van mijn mama. OmaWicca is de mama van mijn papa.’
‘OmaLin, je hebt lieve heksen en boze heksen. Ben jij ook een heks?’

Mijn antwoorden bestaan grotendeels uit: ‘Ja dat klopt’. En dan wordt al snel een ander onderwerp tegen mij aangehouden, van piemels en poep tot leven en dood.

Vandaag slenteren we saampjes, puffend van de warmte, naar de supermarkt om de hoek om een ijsje te halen. Nonchalant tegen een steentje schoppend, hoor ik zijn heldere stemmetje:

‘OmaLin, Grootmoeder is jouw mama, toch?’ En in één adem vervolgt hij dat zij nu in de hemel is. 
‘Ging zij eerder dood dan jij?’, vraagt hij dan en kijkt me bloedserieus aan. Ik moet nu wel een glimlach onderdrukken, maar ik hoef niets te zeggen, want hij praat rustig verder.

‘En grootvader is toch jouw papa? Hij is ook dood en in de hemel bij grootmoeder.
Ik vind het wel jammer dat ik ze niet meer kan zien’.

Dan denkt hij even na en kijkt me dan opgewekt aan en zegt dan:
‘Jij bent er gewoon nog, maar weet je, OmaLin: Alles wat leeft gaat dood.’

‘Ja, dat klopt.’

Met ons ijsje in de hand lopen we daarna naar huis. 

Zijn gezichtje en handjes zitten al vol met smeltend ijs. En ik smelt mee.



zaterdag 16 mei 2026

'Mi libre perdido'

Van Spanje kan ik intens genieten; de mensen, het eten, het klimaat, de natuur. Heerlijk. Maar de Spaanse taal komt mij bepaald niet aangewaaid. Manlief spreekt het best redelijk en heeft een geweldig talent om alles wat hij niet weet er gewoon bij te bluffen, met een ongelooflijk geloofwaardig gezicht erbij. En ik verschuil me daar al jaren achter en knik gewoon vrolijk mee.

Nu ligt manlief zonder uitzondering altijd in een deuk als ik ook maar één woord Spaans probeer. Cervezza, gracias, por favor… het maakt niet uit; mijn uitspraak werkt op zijn lachspieren. 
En eerlijk: ik zie hem graag lachen, dus ik gun hem dit pleziertje. Humor om te lachen.

Toch neem ik me elke keer weer voor om – ondanks het gebrek aan aanmoediging van zíjn kant en dankzij de onverbeterlijke goede moed aan míjn kant – een extra woordje Spaans op te pikken. En écht… ik herken steeds meer woorden, al houd ik mijn lippen liefst stijf op elkaar.

In mijn zoektocht naar crackers van boekweit, vroeg ik aan mijn wandelende woordenboek wat dat in het Spaans zou zijn. Even dacht hij na, keek me toen aan en zei toen met een stalen smoelwerk:
'Mi libre perdido.'

Vol vertrouwen loop ik dus de eerste de beste Spaanse natuurvoedingszaak binnen en vraag of ze “crackers mi libre perdido” hebben. De omhoog getrokken wenkbrauwen van de twee Spaanse winkelbedienden én een lachsalvo uit de hoek van waar mijn man stond, deden me snel grijpen naar Google Translate, waar ik leerde dat ik met mi libro perdido’ in elk geval geen boekweit crackers zou krijgen maar kennelijk aangaf dat ik mijn boek kwijt was.

En zo raak ik in Spanje van alles kwijt: woorden, boeken… 
maar nooit mijn lach. 😂

maandag 11 mei 2026

Zomaar een bloempot?

Al jarenlang vertoeven wij regelmatig op het heerlijke eiland Mallorca om mijn SchoneMama te bezoeken, waar zij bijna 45 jaar woonde. Na wat omzwervingen over het eiland vond ze uiteindelijk haar plek in een bergdorpje. Haar typisch Mallorquinse huis, tussen de Spanjaarden én haar Europese vriendenclub, werd haar thuis. En voor ons een welkome plek om te zijn.

Ineke – of Inèz voor velen - had fijne mensen om zich heen vergaard in haar vertrouwde dorp, met uitzicht op haar geliefde berg. Vooral de buurjongen, Aran, was dierbaar. De kleine jongen van 8 of 9 jaar is inmiddels uitgegroeid tot een krachtige volwassen kerel, met een gulle glimlach, dol óp en zorgzaam voor Inèz, in huis, tuin.

Toen uiteindelijk het afscheid kwam, stond hij met dikke tranen bij haar. Oprecht en aandoenlijk. Als eerbetoon plaatste hij een plantenbak uit haar tuin op het kruispuntje voor hun deur. Jaarlijks komen we langs haar oude huis en laten soms een klein steentje, een schelp of een bloemetje achter bij de bloempot. Het valt ons altijd op hoe verzorgd het potje erbij staat en dat de plant nog steeds leeft en soms zelfs bloeit!

Maar ook dit dorp, waar de tijd lang stilstond, ontsnapt niet aan verdere bebouwing en precies op het kruispunt van haar oude huis wordt inmiddels volop gebouwd.
En de vertrouwde bloempot was verdwenen.

Mijn zoekende blik viel op de muur tussen het oude huis van Inèz en Aran en ja hoor: Aran ‘had de pot bliksemsnel gered zodra de bouw begon’, zo vertelde hij toen we elkaar tegenkwamen. Met zijn grote lange armen in een omhelzing uitgestrekt kwam hij ons breedlachend tegemoet. Ondanks mijn zeer beperkte kennis van de Spaanse taal en dankzij de ongelooflijke rappe tong van mijn echtgenoot (vooral veel bluf) begrepen we elkaar weer helemaal.

En laten we eerlijk zijn: vaak gaat het helemaal niet om de woorden, maar om wat we doen. Het veilig stellen van deze bloempot is zo’n gebaar van vriendschap, attentie en zorgzaamheid, daar hoef je geen Spaans voor te kennen. 
Aran (= Berg van kracht en licht) doet zijn naam eer aan.

En zo is het verplaatsen van een eenvoudige bloempot symbool geworden voor eenheid, herinnering en trouw. En daar zit geen woord Spaans bij.

 

---- 

 

Soms begint verandering met even stilstaan. 
Je bent welkom in mijn praktijk voor massage, meditatie en bewustwording. 
Neem een kijkje op mijn website!


maandag 30 maart 2026

Harmonie in hartje Haarlem

Optreden. Het blijft spannend.
Je mond openen en je stem laten horen – ook al ken je de tekst en de melodie nog zo goed. Zeker als dat gebeurt op een plek als de phil. (recent zonder harmonie) Haarlem. Alleen al die zaal, de ruimte, de verwachting… het doet iets. Het zet me toch op scherp.

Met ons koor stonden we daar, samen met nog heel veel andere zangers. Ter ere van het jubileum van onze bevlogen dirigente. Een zaal gevuld met stemmen, met muziek, met aandacht. En ergens ook met een portie gezonde spanning. Want zingen, is toch ook jezelf laten zien. Je stem laat zich niet verstoppen.

Tijdens de generale liep er nog van alles anders dan gepland maar toen we aan de beurt waren, gebeurde er iets. Onze stemmen vonden elkaar. Waar het eerst nog zoeken was, ontstond samenklank. Ieder met een eigen klank, een eigen kleur - en toch gedragen door het geheel. Dan merk je: je staat niet alleen, maar mèt en naast de ander…je klinkt samen, als één.

Na afloop sprak ik een dame van in de tachtig. Ze was zichtbaar ontroerd. Dankbaar ook. Ze vertelde dat ze geraakt was door wat ze had gezien en gehoord. Niet alleen door de muziek, maar door wat eronder lag. Het vertrouwen. Het op elkaar leunen. Het durven.

Haar woorden bleven hangen.
Omdat deze dame liet zien, dat wat voor ons misschien gewoon zingen is, voor een ander iets kan openen. Iets van herkenning misschien. Of een verlangen. Om ook weer een eigen klank te laten horen. Om, ondanks de aarzeling, toch een stap naar voren te zetten. In vertrouwen.

Verwonderd loop ik naar huis.
Dankbaar dat we gelukkig zelfs in de phil. – zonder harmonie - een heel hart aan harmonie kunnen beleven.

zaterdag 7 maart 2026

Blog 2 De wereld volgens Thor (2) "Ik leer snel"

Ik leer snel. Weliswaar wist ik eerst niet dat mijn naam Thor was, maar wat ik wél heel snel in de gaten kreeg, is dat als ik buiten poep of plas, ik wat lekkers krijg. Dat hoefden ze me geen twee keer te zeggen.

Daarnaast leer ik supersnel om te wachten bij de voordeur, bij het oversteken en bij het eten krijgen. Binnenshuis luister ik geweldig goed naar commando’s, zoals zitten, liggen en naast.

Buitenshuis groeien er bananen in mijn oren, zegt het baasje. Ik weet niet wat hij bedoelt, maar als ik andere honden zie, dan kan ik gewoon niet komen. Dan wil ik spelen, spelen, spelen en ik weet nog niet zo goed dat ik op baasje en vrouwtje moet letten. Zij letten toch op mij?

Ook bij de ‘jonge honden training’ doe ik super mijn best en kan ik heel goed bij het baasje komen. Maar als ik los ben in het bos of op het strand… tja… dan ga ik ook echt LOS.

En alleen zijn… dat vind ik niet leuk. Dan kijk ik of er ergens een draadje los hangt waar ik aan kan trekken. Bijvoorbeeld de punt van de theedoek, waar dan liefst nog wat glaswerk op staat, dat dan omvalt. Of ik zet mijn grote klossen van voorpoten op het aanrecht en lebber met mijn nog grotere tong de bouillon uit de pan. Óf ik vind het groenteafvalzakje en trek dat door de keuken heen. En niet te vergeten de sloffen en schoenen die ik graag meesleep naar mijn mand.

Ik zie dat niet als slopen trouwens. Ik noem het: het huis een beetje herinrichten.

Logisch toch? Wie wil er nu alleen zijn?

Inmiddels heb ik ook de hele familie ontmoet. Iedereen is even enthousiast over mij — en ik over hen. Ik word keurig voorgesteld als Thor en ik geef iedereen een lik en een poot. Dat is toch best netjes voor zo’n straathond als ik.

Als mensen willen weten wat voor ras ik ben, hoor ik dat ik een ‘Chien de la Rue’ ben. Dat klinkt eigenlijk best goed, vind je niet?

Overigens noemt de kleinzoon van vier en een half jaar mij ‘Kever’.
Begrijp jij het?

Maar goed… ik leer snel. En volgens mij valt er in dit nieuwe huis nog een heleboel te ontdekken.

🐾 Thor

zondag 15 februari 2026

The World According to Thor (1) "What’s happening to me?"

It’s a real busy scene here at the shelter. All the dogs are barking more than usual, and the caretakers are excitedly talking to each other. Then a big van drives onto the shelter grounds. On the side, in big letters, it says “Happy Bus.” One by one, we dogs are loaded into the bus. From puppies to bigger dogs. At nine months old, I am the oldest and the biggest. Maybe there are almost thirty dogs in the bus!

I only know the shelter, where I was dumped as a pup along with my sister. My sister didn’t survive, but thanks to the care of the lovely people at the shelter, I made it. I’ve been waiting here for a golden bed for nine months. Not that I’m really aware of it, of course, but clearly something is about to happen now.

Now I’m in the bus. Three days and nights long, with only the occasional pee and poop break. The journey is long. From Romania to various places in Belgium and finally the Netherlands. The icy and snowy roads make the trip even longer. One by one, the dogs are dropped off at their new owners, and the bus gets emptier and emptier.
"Don’t forget me!"

When it’s my turn, it’s nine o’clock in the evening. I hear the door sliding open and my crate being unlocked. My leash is fastened tightly around my body so I can’t escape. 
"Where have I ended up?"

Two people are waiting, a man and a woman. They are handed the adoption papers and my leash. A little later, I hear the sliding door of the bus close again. The bus drives out of the neighborhood.

The hands of that man and woman smell pretty okay, and soon I press my nose to the ground, follow that scent, and walk straight into their house without hesitation.

"Okay, first a pee on the mat and a poop on the kitchen floor! Ah, that feels better!"

After the journey, I’m tired and, without any polite introductions, I flop down on a wool blanket that just lies on the floor. Warm and soft — something I’ve never known — and it’s much better than the crate in the bus.

Maybe this really is one of those golden beds they always talk about. But what that actually means… I still have to find out.


 

De wereld volgens Thor (1) "Wat gebeurt er allemaal met me?"

Het is een drukte van jewelste hier in het asiel. Alle honden blaffen meer dan normaal en de verzorgers staan opgewonden te praten met elkaar. Dan rijdt er een grote bestelwagen het terrein van het asiel op. Op de wagen staat met grote letters “Happy Bus”. Een voor een worden wij honden in de bus gelaten. Van puppies tot grotere honden. Met mijn negen maanden ben ik de oudste en de grootste. Misschien zitten er wel bijna dertig honden in de bus!

Ik ken alleen het asiel, waar ik als pup ben gedumpt samen met mijn zusje. Mijn zus heeft het niet overleefd, maar door de zorg van de lieve mensen uit het asiel heb ik het gered. Al negen maanden wacht ik hier in het asiel op een gouden mandje. Niet dat ik me daar bewust van ben natuurlijk, maar er staat duidelijk iets te gebeuren nu.

Nu zit ik in de bus. Drie dagen en nachten lang, met alleen af en toe een plas- en poepstop. De reis duurt lang. Van Roemenië naar diverse plekken in België en uiteindelijk Nederland. Door de ijzel en de sneeuw duurt de reis nog langer. Een voor een worden de honden afgezet bij hun nieuwe baasjes en de bus wordt leger en leger.
‘Vergeten jullie mij niet?’

Als ik aan de beurt ben, is het negen uur ’s avonds. Ik hoor hoe de deur weer open wordt geschoven en hoe mijn bench wordt opengemaakt. Mijn riem zit stevig om mijn lijf vastgemaakt, zodat ontsnappen onmogelijk wordt. 
'Waar ben ik nu beland?'

Er staan twee mensen klaar, een man en een vrouw. Zij krijgen een adoptiepapier in hun handen gedrukt en mijn riem. Even later hoor ik de schuifdeur van de bus weer dichtvallen. De bus rijdt de wijk uit.

De handen van die meneer en mevrouw ruiken best oké en snel druk ik mijn neus tegen de grond en volg die geur en loop zonder te aarzelen het huis van de man en de vrouw in.

‘Zo, nu eerst even een plas op de mat en een poep op de keukenvloer! Goh, dat lucht op!’

Door de reis ben ik moe en zonder beleefde praatjes om me netjes voor te stellen, ga ik languit liggen op een wollen deken die zomaar op de grond ligt. Lekker warm en lekker zacht, dat ken ik niet, maar het ligt beter dan die bench in de bus.

Zou dit soms zo’n gouden mandje zijn waar ze het altijd over hebben. 
....wat dat precies betekent… dat moet ik nog ontdekken. 


 

 

 

vrijdag 13 februari 2026

Poep hoort niet in het liedje

Mijn kleinzoon van tweeënhalf zit bij me in de auto. We tellen auto’s, kijken naar de blauwe lucht,  de wolken, de stoplichten, bussen, bomen en vogels. Heel keurig tellen we de vingers op onze hand. Hij steekt trots twee vingers op en daarna drie!

Als het even stil is, zegt dat mannetje gedecideerd:
‘Nu gaan we Olifantje in het bos zingen.’

Ik ken het liedje niet heel erg goed, maar vol goede moed beginnen we aan de eerste regels:
'Olifantje in het bos, laat je mama toch niet los.
Anders raak je de weg nog…'

‘POEP!’ roept hij dan. Vanuit mijn spiegel zie ik dat hij me verwachtingsvol aankijkt.

Poep hoort geloof ik niet in het liedje, maar ik speel gewoon met hem mee en roep:
‘PLAS!’

Die had hij niet zien aankomen. Hij is er even stil van. Maar dan is het hek van de dam.

IJverig gooit hij er nu alle vieze woorden uit die hij kan bedenken. Het is een behoorlijk ontlasting-gerelateerd repertoire: 'POEP, PLAS, PIEMEL, PLASSER, BILLEN' - en dan weer 'POEP POEP POEP'.

Voor het stoplicht wachtend, lig ik gevouwen achter het stuur, maar verman mezelf. Ik moet wel een beetje blijven opletten natuurlijk. En op dat moment komt er een politieauto mét sirene langsrijden. 
Bijna voel ik me betrapt.

En zo rijden we verder.
Met vieze woorden, een slappe lach
en een liedje dat nooit meer hetzelfde zal zijn.

 

Vragen over meditatie, bewustwording, transformatie? Klik hier! 

woensdag 4 februari 2026

Een beetje blauw van de hemel

Met mijn kleinzoon van vier jaar loop ik door het wandelbos in de buurt. We zijn al bij de kinderboerderij geweest, maar nu zijn we onderweg naar de grote ‘berg’. Voor een kind van vier is een bobbel in de aarde al snel een berg, maar ik speel zijn spel van een heuse beklimming mee, als een doorgewinterde actrice.

Boven aangekomen kijkt hij omhoog, door de winterse kale boomtoppen heen, naar het blauw van de lucht. Hij strekt zijn handen uit en zegt:
‘Ik kan er niet bij!’

Op zoek naar een oplossing vraagt hij of hij er misschien bij kan als hij op een grote, omgevallen boom zou klimmen. Met grote, vragende ogen kijkt hij me hoopvol aan.

'Tja. Probeer het maar!'

Hij klautert omhoog en gaat op de oude stronk staan van de boom die ooit tot ver in de hemel reikte. Hij staat op zijn tenen en rekt zich helemaal uit. Vanaf de grond doe ik met hem mee en reik ook naar het blauw. Ik spoor hem aan: 

‘Zullen we een beetje blauw van de hemel vastpakken?’

Een langslopende heer doet spontaan mee. Met z’n drieën pakken we handen vol blauw uit de hemel en drukken het tegen ons hart.

'Gelukt!' 

Verguld kijkt hij me aan! Zijn ogen stralen en zo liepen we verder.
Met onze voeten in de klei en met iets lichts op ons hart!

 

 

Begeleiding in Bewustwording 

dinsdag 3 februari 2026

De handen om ons heen

Onlangs waren we op kraamvisite en de kersverse moeder drukte mij al snel de baby in mijn armen. Heerlijk. Zo’n klein, warm lijfje. Het vertedert me altijd weer. Ik los dan gewoon even op. En heb alleen maar oog voor en ik voel alleen dat kleine wezentje tegen mijn hart.

Na een tijdje hoor ik haar zuchten. Ze vraagt hoe wij dat toch deden, in de tijd dat het verlof zoveel korter was. En dat vaders eigenlijk geen verlof hadden, misschien hooguit een dag of twee. Ze was overigens niet de eerste die me dit vroeg.

Tja. We deden het gewoon. Zo ging dat. Het was vanzelfsprekend. Na die ene week kraamzorg pakte je het leven weer op en deed je alles zelf. Natuurlijk waren de vaders er wel. Ze staken hun handen uit waar dat kon. Maar de tijd was anders. Dat is gewoon zo.

Wat ik me nu pas echt realiseer, is hoe groot de rol van buren was in ons gezin. Vooral buurvrouwen. Moeders met kinderen in dezelfde leeftijd. We haalden en brachten elkaars kinderen naar school, zetten de babyfoon even bij de buurvrouw neer als je kort weg moest. We vingen veel van elkaar op. We propten net iets te veel kinderen op de fiets of in de auto, smeerden gewoon wat extra boterhammen voor extra mondjes. En als de mannen konden, dan deden zij dat ook. De buurt deed mee. De buurt was belangrijk. Ook of juist als de moeders weer aan het werk gingen.

Toen ik mijn jonge buurvrouw onlangs aanbood dat ze gerust even de babyfoon kon brengen als ze weg moest, werd dat ineens weer helder. Zozeer steunden wij op elkaar toen onze kinderen klein waren. Zo vanzelfsprekend. Geen dankjewel nodig. Je deed het gewoon voor elkaar. Net zo vanzelfsprekend als dat er geen ouderschapsverlof was. 

De generatie die nu kinderen krijgt, regelt veel meer zelf. Petje af voor hoe ze dat allemaal doen met alle kosten, wachtlijsten en verplichtingen. Extra zorg wordt uitbesteed aan kinderdagverblijven, naschoolse opvang of een nanny. Alles heeft zijn voor- en nadelen, dat weet ik heus wel. En toch - nu ik hier zo over zit te mijmeren - voel ik vooral dankbaarheid. Voor al die handen die er waren toen mijn kinderen klein waren. Die tijd raasde in sneltreinvaart voorbij, maar het voelde als een veilig, warm bad.

Burenhulp was geen eenrichtingsverkeer. Het was geven en ontvangen. Vandaag hielp jij mij. Morgen ik jou. Hulp vragen hoorde erbij. Net zo goed als een extra hand bieden.

Elkaar zien. 
Een handje uitreiken is zo natuurlijk. 
En weten dat we het niet allemaal alleen hoeven te doen.



Begeleiding in Bewustwording