zondag 24 maart 2024

Dromen over zeven

‘In de branding liggen mijn zeven klassieke, kostbare speedboten op een rij, van klein naar groot. De dichtstbijzijnde boot heeft een klein formaat en helemaal aan het einde van de rij ligt de grootste. Het is een indrukwekkend gezicht. Het hagelwitte strand wordt omzoomd door palmbomen en de azuurblauwe zee strekt zich uit onder een wolkeloze lucht. Dan krijg ik de opdracht om te gaan varen en ik stap in de dichtstbijzijnde, kleinste boot. Eenmaal aan boord begint het te waaien en een flinke storm steekt op. Donkere wolken pakken zich samen en het schip wordt heen en weer geslingerd op de steeds wilder wordende oceaan. Er is geen paniek, slechts verbazing dat het weer zo is omgeslagen en ik vraag me af waarom ik uitgerekend nu ben gaan varen? Ik blijf praktisch en trek een zwemvest aan.’

Bij zo’n heldere droom vraag ik me af of deze een specifieke betekenis heeft? Samen met een vriendin associëren we op mijn droom. Bij haar komt het Bijbelse verhaal van Matteüs 8, 23-27 naar boven: Jezus vaart met zijn volgelingen op een schip, dat in een storm belandt, waarbij iedereen in paniek is, behalve Jezus; hij is vol vertrouwen in de Vader. Dat diepe vertrouwen raakt.

Wat later associeer ik met mijn man nog wat verder over het getal zeven. ‘Zeven dagen van de week, zeven (grote) chakra’s, zeven tonen in de toonladder, zeven kleuren in de regenboog. Zeven is een priemgetal (uitsluitend deelbaar door zichzelf). Zeven organen, zeven zonden, zeven deugden’. Ik begin helemaal enthousiast te worden. ‘Zeven vette jaren, zeven magere jaren, zeven plagen, zeven engelen’.

Dan wordt het stil en ik vraag me af wat er nu precies zichtbaar wil worden in zo’n droom? Vaak staat zo’n droom niet op zich. Het leven geeft onafgebroken vingerwijzingen en de kunst van het leven blijft om deze op te merken, zonder er iets spiritueels, magisch’ of bijzonders van te maken. Eerder open, present en speels. 

Alsof mijn man mijn gedachten kan lezen, hoor ik hem ineens droogjes zeggen:

‘En vergeet vooral de Zeven Dwergen niet.’ 

 
 

 

maandag 18 maart 2024

Doe 's lief! (12)

Elke ochtend bel ik mijn moeder. Gewoon om te vragen hoe ze zich voelt, wat er op haar programma staat en hoe haar stemming is. Door de vasculaire dementie wisselt haar stemming nogal de laatste tijd. Al een aantal dagen op rij klinkt moeder somber, zwaarmoedig en gedeprimeerd. 

Mijn - over het algemeen - opgewekte moeder verdwijnt stukje bij beetje en haar opgeruimdheid maakt plaats voor een stille somberte. Het is een pijnlijk proces. 

Meestal kan ik haar wel opvrolijken en is er vooral diep respect en begrip voor haar. Maar vandaag voel ik ineens dat er ongeduld in mij kruipt. Terwijl ik aan de telefoon ben, zit ik achter mijn laptop en scrol door wat nieuwsberichten heen. Af en toe zeg ik 'hmm hmmm' en eigenlijk ben ik er helemaal niet bij. Ik doe mijn best om nog even mijn aandacht erbij te houden, maar naast het ongeduld ervaar ik nu ook irritatie. Schaamte. Zucht. Menselijk.

 
'Ga je schamen! Het is je móeder! Doe 's lief!' ,
klinkt er een krakend, bemoeizuchtig en vooral luid stemmetje vanaf mijn schouder.

 

Het toeval wil dat ik juist op dat moment bij het scrollen een klein gebedje zie:

'Altijd lief te zijn voor and'ren
dat vergeet ik telkens weer.
'k wil niet boos of kribbig wezen.
Maak mij vriend'lijk.
Help mij Heer'.

Schaamte, ongeduld, irritatie lost op. En voordat mijn focus weer volledig naar mijn moeder terugkeert, denk ik met een glimlach aan de Franse schrijver George Bernanos:

'Mais, ce que nous appelons hasard, c'est peut-être la logique de Dieu?'
Maar, wat wij toeval noemen, is misschien de logica van God? 

Dat klinkt voor mij toevallig heel logisch!
 

 

Wil je meer weten over bewustwording?
www.silent-touch.nl

 

 



woensdag 6 maart 2024

In Gods naam vrede sluiten! (11)

Tijdens het opruimen van een keukenla bij mijn ouders vond ik een oud spel. Halma. Mijn moeder van over de 90 weet - met haar bij tijd en wijlen verwarde geest - precies wat de spelregels zijn.

Terwijl we spelen, grappen we (zij vooral) over haar geautomatiseerde kennis van zo'n spel, terwijl ze soms moeite heeft met de ooit voor haar zo vanzelfsprekende dingen, zoals het bijhouden van een agenda.
 
Geconcentreerd tracht moeder paadjes te vinden om haar pionnen zo snel mogelijk in het tegenoverliggende veld te brengen en ze is vastberaden mij te verslaan. Als haar enthousiasme iets te fanatiek wordt, merk ik lachend op dat het geen oorlog is maar een spelletje.
 
Dat triggert iets in haar en haar hele houding verandert plotseling als ze ze me vraagt of het waar is dat onze Joodse medelanders niet meer veilig zijn en dat er demonstraties waren bij de opening van het Holocaust museum. Haar verdriet en angst voor de wereldoorlogen van toen en nu is zichtbaar.
 
Met verdrietige ogen kijkt ze me aan en voegt er verslagen aan toe dat ze maar niet begrijpt waarom mensen niets hebben geleerd van eerdere oorlogen. Ze schudt haar witte krullen en buigt verslagen haar hoofd.
 
Moeder volgt elke dag het nieuws en is - ondanks haar ziekte - blijvend betrokken bij het wel en wee in de wereld. Samen spreken we over de oorlogen van toen en nu, over de onveilige situaties voor zovele mensen op zoveel plaatsen in de wereld, over alle zinloos verloren levens van mensen en dieren.
 
Dan zucht mijn moeder: 'ieder mens is even waardevol en elk mens mag zijn eigen geloof hebben. Hoe kan het toch zijn dat in de naam van God er zoveel leed wordt veroorzaakt?'.
 
Ik denk aan de boodschap uit de Bhagavad Gita 'the war is within' en begrijp steeds beter dat dit mystieke gevecht van goed en kwaad in ieder van ons woedt. Vaak ook nog onbewust. Ik besef dat we uitsluitend in onszelf kunnen en moeten beginnen. Ons gesprek verdiept zich als we hierover uitwisselen. 
 
Na ons gesprek zitten we met in elkaar verstrengelde handen samen in stilte en ervaren beiden een gevoel van vrede en saamhorigheid. Geen angst voor de toekomst, geen pijn uit het verleden. Vrede in dit moment. 'Peace is within'.
 
Laten we in Gods naam VREDE sluiten!
 




zaterdag 2 maart 2024

'Ik ben toch een MENS?'

Voorzichtig trekt mijn kleinzoon van twee de speelgoeddoos onder de bank vandaan. Hij heeft eerder met wat meer enthousiasme de doos tevoorschijn getoverd, waarbij een plantenpot sneuvelde. Kennelijk is hij dat niet vergeten en ik zie dat hij dit keer met vaste handjes en met een geconcentreerde blik de doos langzaam naar het midden van de kamer manoeuvreert. Dan wordt de inhoud geïnspecteerd en ontdekt hij tussen de vertrouwde spulletjes een nieuw spel. Een spel met hele kleine pionnetjes waarvoor hij nog net wat te klein is. Stom natuurlijk, dat ik het erin heb gelegd, maar zijn moeder legt het hem rustig uit, terwijl ze het spel terzijde legt.

'Dat spel is voor grote mensen', zegt zijn moeder.

'Ja, maar ik ben toch al groot', zegt hij vol overtuiging.

'Ja, jij bent al groter, maar nog niet groot genoeg; je hebt grote mensen en kleine mensen'.

Dan valt het even stil.

'Ik ben toch een MENS?', roept hij dan vol verontwaardiging en hij kijkt zijn moeder afwachtend aan. Daar heeft ze vast niet van terug, lijkt hij te denken.

'Ja', hoor ik zijn moeder zeggen, 'dat ben je! Jij bent zéker een mens. En toch heb je grotere mensen en kleinere mensen. Papa is een groot mens en Opa is groot mens en jij bent een klein mens en dit spel is voor grote mensen, maar er ligt nog een spel dat weer voor kleine mensen is'.

Je ziet dat de kleine mens de woorden van zijn moeder tot zich neemt en kennelijk heeft ze hem overtuigd, want ik zie dat hij zijn kleine schoudertjes gelaten even ophaalt.

Dan vraagt zijn mama: 'En wat ben ik?'

'Jij bent een P.R.I.N.S.E.S!.', zegt hij dan triomfantelijk. Hij klinkt dan minimaal net zo overtuigend als zijn mama, en dan ineens springt hij omhoog en voegt eraan toe: 'Prinsessen mogen dat spel ook niet spelen hoor!'.

Vanuit de keuken volg ik het gesprekje en smoor mijn glimlach in de theedoek. Dit kleine mens is dan weliswaar te klein voor 'Mens erger je niet', maar hij weet absoluut hoe hij zijn troeven uit moet spelen!