zaterdag 10 januari 2026

Running Dinner: Niet alleen naast elkaar!

De afgelopen weken heeft mijn echtgenoot het er maar druk mee. Normaliter ben ik degene die het initiatief neemt, maar dit keer komt het Running Dinner voort uit een samenwerking tussen één van mijn buurvrouwen en mijn man. Regelmatig spreken die twee af voor overleg, finetunen en – ja – nog meer finetunen. Altijd onder het genot van een goed glas wijn.
Vanavond is het zover: het tweede Running Dinner.

Vorig jaar was het voor ons een nieuw concept. Een idee dat ineens vorm kreeg en ons van huiskamer naar huiskamer bracht. We leerden elkaar kennen op een andere manier dan bij een groet in het voorbijgaan. In het dagelijks leven blijft het contact vaak klein. Een goedemorgen. Een zwaai. Een kort praatje. Maar in ons hofje blijkt dat kleine contact soms ongemerkt groter te zijn dan het lijkt.

Afgelopen week liep ik in de vroege ochtend naar mijn ondergesneeuwde auto. Nog voordat ik goed en wel wist waar ik moest beginnen, stond mijn buurman al klaar met zijn blazer. Ik zag een overbuurman het straatje sneeuwvrij maken voor zijn buurvrouw. Vuilnisbakken werden door een ander netjes aan de weg gerold. Oude dvd’s geript. Een pasgeboren baby betekende dat buren even oppasten op een nog diep slapende peuter.

Onze overbuurmeisjes passen op de hond of laten hem uit. Hamsters, katten en poezenvriendjes worden over en weer verzorgd. Iemand veegt de blaadjes aan, een ander plant narcissen. Er wordt samen gewandeld, geluisterd, gepraat. Bloemen gebracht, als dank of bij beterschap. Gewoon, omdat het zo uitkomt. Of omdat het vanzelf gaat.

En natuurlijk weet ik dat achter elke voordeur een eigen verhaal leeft. Met zorgen, met vreugde, met alles daartussenin. Maar het is een geruststellend gevoel dat we hier niet alleen naast elkaar wonen, maar soms ook een beetje mét elkaar leven.

Terug naar vanavond. Sommigen draaien hun hand er niet voor om om een gang op tafel te zetten. Anderen vragen zich zuchtend af waar ze aan zijn begonnen. Maar het is zo ver: Het Running Dinner gaat door.

Alleen deze keer zonder mij.

Ik heb griep. Afzeggen kan niet en aansteken wil ik niemand. En dan is daar ineens onze buurman, die zonder gedoe inspringt. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

En ik?
Ik blijf in bed.

Het enige dat bij mij runt, is mijn neus. 



maandag 5 januari 2026

Groot in het kleine

Afgelopen zondag brachten we een kort bezoek aan het gezin van onze oudste dochter. Door de lamellen spiekten we naar binnen en aan de keukentafel werd driftig geknutseld. Daar raak je als moeder – en inmiddels oma – toch altijd weer een beetje door vertederd.

De twee jongens van vier en twee renden ons enthousiast tegemoet. Voor we het wisten zaten we met de boys op schoot kralen te rijgen. De één maakte een ketting voor opa, de ander eentje voor OmaLin. Die van mij belandde meermaals op de vloer, maar die van opa kwam keurig af. Toen de knoop erin ging, bleek het alleen geen ketting maar een hoofdband te zijn. Pret alom.

Plotseling trok de oudste ons resoluut overeind. Onder luid gejoel werden we mee naar boven genomen: we hebben een nieuwe kamer – en een stapelbed!
In het kleine, knusse kamertje waren de jongens niet te houden. Ze demonstreerden hoe handig het is om naar boven te klimmen, hoe leuk een discolamp is (vooral als je er hard tegenaan duwt) en hoe je daarna weer naar beneden klautert. Dat alles herhaalden ze een keer of tien. Wij hielden ons hart vast, maar deze gastjes zijn ware kleine klimapen.

Ondertussen keek ik vol bewondering om me heen. Het kamertje is bepaald niet groot, maar mijn dochter en schoonzoon hebben het weten om te toveren tot een ruim ogend, warm jongensparadijs. Liefde bouwt mooie dingen.

De jongste liet trots zijn rammelende spaarpot zien; de oudste deed enthousiast mee. Opa wilde daar natuurlijk direct iets aan bijdragen. Maar hun vader had ons eerder op het hart gedrukt dat ze niet zomaar geld krijgen – ze moeten er iets voor doen. Mind you: twee en vier. Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn.

Ik redde de situatie uiterst verantwoordelijk en stelde voor dat ze binnenkort bij ons lege flessen en blikjes mochten wegbrengen naar de supermarkt. Dat geld mocht dan in de spaarpot. De oudste keek me serieus aan en zei: ‘Als jullie hulp nodig hebben, dan kun je op ons rekenen hoor. Altijd.’

Daar werden we toch even stil van.
Soms hoor je in één zin alles wat er echt toe doet. 
Dan weet je: het is goed.

En dat is niet in geld uit te drukken.



Meer weten over bewustwording?

 

vrijdag 2 januari 2026

Een stoel erbij

Pling pling pling… In de Neven- en Nichtengroepsapp verschijnen berichtjes. Het is weer tijd voor de nieuwjaarsreceptie.

Elke eerste dag van het jaar wordt er aan ‘mijn’ kant van de familie, zo lang ik me kan herinneren, een nieuwjaarsreceptie georganiseerd. Uit mijn jeugd komen vage beelden boven van mezelf tussen de vele volwassenen met luide stemmen. Ik zie mezelf nog staan bij mijn rijzige, lieve oom en nog lievere tante in de bovenwoning in de Rijnstraat in Amsterdam. In mijn keurige zondagse jurkje, haren in een Franse staart met een grote strik, mocht ik – samen met de talloze neven en nichten – pinda’s, zoute koekjes, plakken leverworst en ander lekkers eten.

Met bevende handen liepen we één voor één met kleine, overvolle receptieglaasjes jonge jenever af en aan naar onze dorstige ouders. Sigaretten stonden in keurige zilveren bekertjes op tafel en een dikke rookdamp hing in de kamer. Het was altijd een drukte van jewelste, want de Van Rooijen laten graag, luid en veel van zich horen.

Slechts één oom had een zachte stem. Hij trouwde met een vrouw met eveneens een zachte stem en zij woonden in het bosrijke Boxtel, in een stillere wereld van groen, muziek en boeken, zo anders dan de stad waarin ik opgroeide.

Bij een andere tante waren er juist veel stoere, wilde jongens, blokken, treinen én een tafelvoetbal. Een ongekend walhalla – in elk geval voor mij. Zo wisselde de receptie per jaar van plek en kleur. Ieder zal zo zijn eigen ervaring en herinneringen hebben.

Ook met mijn eigen kinderen gingen we naar de nieuwjaarsreceptie, tot het ergens onderweg begon te voelen als een verplichting. Kennelijk moest ik me losmaken van alles wat ik kende en de Nieuwjaarsreceptie hoorde daar ook bij. Voor mij een gezonde ontwikkeling; voor mijn ouders vooral een teleurstelling. En in de jaren daarna was er altijd wel een andere afspraak in ons eigen gezin. Af en toe schoof ik nog wel aan, maar uiteindelijk zag ik de familie vooral nog bij begrafenissen.

De neven en nichten, die zichzelf omgedoopt hebben tot ‘de nenies’, organiseerden toch elk jaar weer de nieuwjaarsreceptie en inmiddels is er ook een zomerse Nenies-dag. En ook al zie ik ze nooit, er is toch een tastbare band en die werd kort geleden weer helder zichtbaar bij het overlijden van de laatste aangetrouwde tante: mijn moeder.

Bij haar afscheid waren ook de nenies aanwezig. Ze brachten troost, op een bijzondere manier. Met een enkele roos vormden ze een erehaag om haar kist. Het voelde alsof zij nog één keer werd gezegend en opgetild, de hemel in. Een plechtig moment. Ik herkende daarin de kracht van familie: liefde en presentie. Het raakte me diep.

Daaraan moest ik denken toen de familieapp weer begon te rinkelen. Het bracht me ertoe dit jaar aan te schuiven. Ik werd warm onthaald en er waren stevige knuffels. ‘Don’t be a stranger,’ werd me bij het afscheid met een lieve knipoog toegefluisterd. Het was als vanouds gezellig.

Nu ik zelf een groot gezin heb, weet ik: dit hoort erbij. Dat je soms verdwijnt en weer aanschuift. Dat zegt niets over de liefde. Familie tikt je niet op de vingers, maar schuift gewoon een stoel bij.
Met een knuffel. En een lach. 
Dat is de kracht van familie en traditie.

En als er iets is dat ik heb geleerd, dan is het wel dat het goed is om ergens te zijn als je er ook helemaal wíl zijn. Zonder voorbehoud, met hart en aandacht.

Geen goed voornemen. Alleen dit moment, dat is genoeg.  

 

Meer weten over bewustwording?