vrijdag 2 januari 2026

Een stoel erbij

Pling pling pling… In de Neven- en Nichtengroepsapp verschijnen berichtjes. Het is weer tijd voor de nieuwjaarsreceptie.

Elke eerste dag van het jaar wordt er aan ‘mijn’ kant van de familie, zo lang ik me kan herinneren, een nieuwjaarsreceptie georganiseerd. Uit mijn jeugd komen vage beelden boven van mezelf tussen de vele volwassenen met luide stemmen. Ik zie mezelf nog staan bij mijn rijzige, lieve oom en nog lievere tante in de bovenwoning in de Rijnstraat in Amsterdam. In mijn keurige zondagse jurkje, haren in een Franse staart met een grote strik, mocht ik – samen met de talloze neven en nichten – pinda’s, zoute koekjes, plakken leverworst en ander lekkers eten.

Met bevende handen liepen we één voor één met kleine, overvolle receptieglaasjes jonge jenever af en aan naar onze dorstige ouders. Sigaretten stonden in keurige zilveren bekertjes op tafel en een dikke rookdamp hing in de kamer. Het was altijd een drukte van jewelste, want de Van Rooijen laten graag, luid en veel van zich horen.

Slechts één oom had een zachte stem. Hij trouwde met een vrouw met eveneens een zachte stem en zij woonden in het bosrijke Boxtel, in een stillere wereld van groen, muziek en boeken, zo anders dan de stad waarin ik opgroeide.

Bij een andere tante waren er juist veel stoere, wilde jongens, blokken, treinen én een tafelvoetbal. Een ongekend walhalla – in elk geval voor mij. Zo wisselde de receptie per jaar van plek en kleur. Ieder zal zo zijn eigen ervaring en herinneringen hebben.

Ook met mijn eigen kinderen gingen we naar de nieuwjaarsreceptie, tot het ergens onderweg begon te voelen als een verplichting. Kennelijk moest ik me losmaken van alles wat ik kende en de Nieuwjaarsreceptie hoorde daar ook bij. Voor mij een gezonde ontwikkeling; voor mijn ouders vooral een teleurstelling. En in de jaren daarna was er altijd wel een andere afspraak in ons eigen gezin. Af en toe schoof ik nog wel aan, maar uiteindelijk zag ik de familie vooral nog bij begrafenissen.

De neven en nichten, die zichzelf omgedoopt hebben tot ‘de nenies’, organiseerden toch elk jaar weer de nieuwjaarsreceptie en inmiddels is er ook een zomerse Nenies-dag. En ook al zie ik ze nooit, er is toch een tastbare band en die werd kort geleden weer helder zichtbaar bij het overlijden van de laatste aangetrouwde tante: mijn moeder.

Bij haar afscheid waren ook de nenies aanwezig. Ze brachten troost, op een bijzondere manier. Met een enkele roos vormden ze een erehaag om haar kist. Het voelde alsof zij nog één keer werd gezegend en opgetild, de hemel in. Een plechtig moment. Ik herkende daarin de kracht van familie: liefde en presentie. Het raakte me diep.

Daaraan moest ik denken toen de familieapp weer begon te rinkelen. Het bracht me ertoe dit jaar aan te schuiven. Ik werd warm onthaald en er waren stevige knuffels. ‘Don’t be a stranger,’ werd me bij het afscheid met een lieve knipoog toegefluisterd. Het was als vanouds gezellig.

Nu ik zelf een groot gezin heb, weet ik: dit hoort erbij. Dat je soms verdwijnt en weer aanschuift. Dat zegt niets over de liefde. Familie tikt je niet op de vingers, maar schuift gewoon een stoel bij.
Met een knuffel. En een lach. 
Dat is de kracht van familie en traditie.

En als er iets is dat ik heb geleerd, dan is het wel dat het goed is om ergens te zijn als je er ook helemaal wíl zijn. Zonder voorbehoud, met hart en aandacht.

Geen goed voornemen. Alleen dit moment, dat is genoeg.  

 

Meer weten over bewustwording? 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten