Van Spanje kan ik intens genieten; de mensen, het eten, het klimaat, de natuur. Heerlijk. Maar de Spaanse taal komt mij bepaald niet aangewaaid. Manlief spreekt het best redelijk en heeft een geweldig talent om alles wat hij niet weet er gewoon bij te bluffen, met een ongelooflijk geloofwaardig gezicht erbij. En ik verschuil me daar al jaren achter en knik gewoon vrolijk mee.
Nu ligt manlief zonder uitzondering altijd in een deuk als
ik ook maar één woord Spaans probeer. Cervezza, gracias, por
favor… het maakt niet uit; mijn uitspraak werkt op zijn lachspieren.
En
eerlijk: ik zie hem graag lachen, dus ik gun hem dit pleziertje. Humor om te
lachen.
Toch neem ik me elke keer weer voor om – ondanks het gebrek aan aanmoediging van zíjn kant en dankzij de onverbeterlijke goede moed aan míjn kant – een extra woordje Spaans op te pikken. En écht… ik herken steeds meer woorden, al houd ik mijn lippen liefst stijf op elkaar.
In mijn zoektocht naar crackers van boekweit, vroeg ik aan mijn wandelende woordenboek wat dat in het Spaans zou zijn. Even dacht hij na, keek me toen aan en zei toen met een stalen smoelwerk:'Mi libre perdido.'
Vol vertrouwen loop ik dus de eerste de beste Spaanse natuurvoedingszaak binnen en vraag of ze “crackers mi libre perdido” hebben. De omhoog getrokken wenkbrauwen van de twee Spaanse winkelbedienden én een lachsalvo uit de hoek van waar mijn man stond, deden me snel grijpen naar Google Translate, waar ik leerde dat ik met ‘mi libro perdido’ in elk geval geen boekweit crackers zou krijgen maar kennelijk aangaf dat ik mijn boek kwijt was.
En zo raak ik in Spanje van alles kwijt: woorden, boeken…
maar nooit mijn lach. 😂








