zondag 15 februari 2026

The World According to Thor (1) "What’s happening to me?"

It’s a real busy scene here at the shelter. All the dogs are barking more than usual, and the caretakers are excitedly talking to each other. Then a big van drives onto the shelter grounds. On the side, in big letters, it says “Happy Bus.” One by one, we dogs are loaded into the bus. From puppies to bigger dogs. At nine months old, I am the oldest and the biggest. Maybe there are almost thirty dogs in the bus!

I only know the shelter, where I was dumped as a pup along with my sister. My sister didn’t survive, but thanks to the care of the lovely people at the shelter, I made it. I’ve been waiting here for a golden bed for nine months. Not that I’m really aware of it, of course, but clearly something is about to happen now.

Now I’m in the bus. Three days and nights long, with only the occasional pee and poop break. The journey is long. From Romania to various places in Belgium and finally the Netherlands. The icy and snowy roads make the trip even longer. One by one, the dogs are dropped off at their new owners, and the bus gets emptier and emptier.
"Don’t forget me!"

When it’s my turn, it’s nine o’clock in the evening. I hear the door sliding open and my crate being unlocked. My leash is fastened tightly around my body so I can’t escape. 
"Where have I ended up?"

Two people are waiting, a man and a woman. They are handed the adoption papers and my leash. A little later, I hear the sliding door of the bus close again. The bus drives out of the neighborhood.

The hands of that man and woman smell pretty okay, and soon I press my nose to the ground, follow that scent, and walk straight into their house without hesitation.

"Okay, first a pee on the mat and a poop on the kitchen floor! Ah, that feels better!"

After the journey, I’m tired and, without any polite introductions, I flop down on a wool blanket that just lies on the floor. Warm and soft — something I’ve never known — and it’s much better than the crate in the bus.

Maybe this really is one of those golden beds they always talk about. But what that actually means… I still have to find out.


 

De wereld volgens Thor (1) "Wat gebeurt er allemaal met me?"

Het is een drukte van jewelste hier in het asiel. Alle honden blaffen meer dan normaal en de verzorgers staan opgewonden te praten met elkaar. Dan rijdt er een grote bestelwagen het terrein van het asiel op. Op de wagen staat met grote letters “Happy Bus”. Een voor een worden wij honden in de bus gelaten. Van puppies tot grotere honden. Met mijn negen maanden ben ik de oudste en de grootste. Misschien zitten er wel bijna dertig honden in de bus!

Ik ken alleen het asiel, waar ik als pup ben gedumpt samen met mijn zusje. Mijn zus heeft het niet overleefd, maar door de zorg van de lieve mensen uit het asiel heb ik het gered. Al negen maanden wacht ik hier in het asiel op een gouden mandje. Niet dat ik me daar bewust van ben natuurlijk, maar er staat duidelijk iets te gebeuren nu.

Nu zit ik in de bus. Drie dagen en nachten lang, met alleen af en toe een plas- en poepstop. De reis duurt lang. Van Roemenië naar diverse plekken in België en uiteindelijk Nederland. Door de ijzel en de sneeuw duurt de reis nog langer. Een voor een worden de honden afgezet bij hun nieuwe baasjes en de bus wordt leger en leger.
‘Vergeten jullie mij niet?’

Als ik aan de beurt ben, is het negen uur ’s avonds. Ik hoor hoe de deur weer open wordt geschoven en hoe mijn bench wordt opengemaakt. Mijn riem zit stevig om mijn lijf vastgemaakt, zodat ontsnappen onmogelijk wordt. 
'Waar ben ik nu beland?'

Er staan twee mensen klaar, een man en een vrouw. Zij krijgen een adoptiepapier in hun handen gedrukt en mijn riem. Even later hoor ik de schuifdeur van de bus weer dichtvallen. De bus rijdt de wijk uit.

De handen van die meneer en mevrouw ruiken best oké en snel druk ik mijn neus tegen de grond en volg die geur en loop zonder te aarzelen het huis van de man en de vrouw in.

‘Zo, nu eerst even een plas op de mat en een poep op de keukenvloer! Goh, dat lucht op!’

Door de reis ben ik moe en zonder beleefde praatjes om me netjes voor te stellen, ga ik languit liggen op een wollen deken die zomaar op de grond ligt. Lekker warm en lekker zacht, dat ken ik niet, maar het ligt beter dan die bench in de bus.

Zou dit soms zo’n gouden mandje zijn waar ze het altijd over hebben. 
....wat dat precies betekent… dat moet ik nog ontdekken. 


 

 

 

vrijdag 13 februari 2026

Poep hoort niet in het liedje

Mijn kleinzoon van tweeënhalf zit bij me in de auto. We tellen auto’s, kijken naar de blauwe lucht,  de wolken, de stoplichten, bussen, bomen en vogels. Heel keurig tellen we de vingers op onze hand. Hij steekt trots twee vingers op en daarna drie!

Als het even stil is, zegt dat mannetje gedecideerd:
‘Nu gaan we Olifantje in het bos zingen.’

Ik ken het liedje niet heel erg goed, maar vol goede moed beginnen we aan de eerste regels:
'Olifantje in het bos, laat je mama toch niet los.
Anders raak je de weg nog…'

‘POEP!’ roept hij dan. Vanuit mijn spiegel zie ik dat hij me verwachtingsvol aankijkt.

Poep hoort geloof ik niet in het liedje, maar ik speel gewoon met hem mee en roep:
‘PLAS!’

Die had hij niet zien aankomen. Hij is er even stil van. Maar dan is het hek van de dam.

IJverig gooit hij er nu alle vieze woorden uit die hij kan bedenken. Het is een behoorlijk ontlasting-gerelateerd repertoire: 'POEP, PLAS, PIEMEL, PLASSER, BILLEN' - en dan weer 'POEP POEP POEP'.

Voor het stoplicht wachtend, lig ik gevouwen achter het stuur, maar verman mezelf. Ik moet wel een beetje blijven opletten natuurlijk. En op dat moment komt er een politieauto mét sirene langsrijden. 
Bijna voel ik me betrapt.

En zo rijden we verder.
Met vieze woorden, een slappe lach
en een liedje dat nooit meer hetzelfde zal zijn.

 

Vragen over meditatie, bewustwording, transformatie? Klik hier! 

woensdag 4 februari 2026

Een beetje blauw van de hemel

Met mijn kleinzoon van vier jaar loop ik door het wandelbos in de buurt. We zijn al bij de kinderboerderij geweest, maar nu zijn we onderweg naar de grote ‘berg’. Voor een kind van vier is een bobbel in de aarde al snel een berg, maar ik speel zijn spel van een heuse beklimming mee, als een doorgewinterde actrice.

Boven aangekomen kijkt hij omhoog, door de winterse kale boomtoppen heen, naar het blauw van de lucht. Hij strekt zijn handen uit en zegt:
‘Ik kan er niet bij!’

Op zoek naar een oplossing vraagt hij of hij er misschien bij kan als hij op een grote, omgevallen boom zou klimmen. Met grote, vragende ogen kijkt hij me hoopvol aan.

'Tja. Probeer het maar!'

Hij klautert omhoog en gaat op de oude stronk staan van de boom die ooit tot ver in de hemel reikte. Hij staat op zijn tenen en rekt zich helemaal uit. Vanaf de grond doe ik met hem mee en reik ook naar het blauw. Ik spoor hem aan: 

‘Zullen we een beetje blauw van de hemel vastpakken?’

Een langslopende heer doet spontaan mee. Met z’n drieën pakken we handen vol blauw uit de hemel en drukken het tegen ons hart.

'Gelukt!' 

Verguld kijkt hij me aan! Zijn ogen stralen en zo liepen we verder.
Met onze voeten in de klei en met iets lichts op ons hart!

 

 

Begeleiding in Bewustwording 

dinsdag 3 februari 2026

De handen om ons heen

Onlangs waren we op kraamvisite en de kersverse moeder drukte mij al snel de baby in mijn armen. Heerlijk. Zo’n klein, warm lijfje. Het vertedert me altijd weer. Ik los dan gewoon even op. En heb alleen maar oog voor en ik voel alleen dat kleine wezentje tegen mijn hart.

Na een tijdje hoor ik haar zuchten. Ze vraagt hoe wij dat toch deden, in de tijd dat het verlof zoveel korter was. En dat vaders eigenlijk geen verlof hadden, misschien hooguit een dag of twee. Ze was overigens niet de eerste die me dit vroeg.

Tja. We deden het gewoon. Zo ging dat. Het was vanzelfsprekend. Na die ene week kraamzorg pakte je het leven weer op en deed je alles zelf. Natuurlijk waren de vaders er wel. Ze staken hun handen uit waar dat kon. Maar de tijd was anders. Dat is gewoon zo.

Wat ik me nu pas echt realiseer, is hoe groot de rol van buren was in ons gezin. Vooral buurvrouwen. Moeders met kinderen in dezelfde leeftijd. We haalden en brachten elkaars kinderen naar school, zetten de babyfoon even bij de buurvrouw neer als je kort weg moest. We vingen veel van elkaar op. We propten net iets te veel kinderen op de fiets of in de auto, smeerden gewoon wat extra boterhammen voor extra mondjes. En als de mannen konden, dan deden zij dat ook. De buurt deed mee. De buurt was belangrijk. Ook of juist als de moeders weer aan het werk gingen.

Toen ik mijn jonge buurvrouw onlangs aanbood dat ze gerust even de babyfoon kon brengen als ze weg moest, werd dat ineens weer helder. Zozeer steunden wij op elkaar toen onze kinderen klein waren. Zo vanzelfsprekend. Geen dankjewel nodig. Je deed het gewoon voor elkaar. Net zo vanzelfsprekend als dat er geen ouderschapsverlof was. 

De generatie die nu kinderen krijgt, regelt veel meer zelf. Petje af voor hoe ze dat allemaal doen met alle kosten, wachtlijsten en verplichtingen. Extra zorg wordt uitbesteed aan kinderdagverblijven, naschoolse opvang of een nanny. Alles heeft zijn voor- en nadelen, dat weet ik heus wel. En toch - nu ik hier zo over zit te mijmeren - voel ik vooral dankbaarheid. Voor al die handen die er waren toen mijn kinderen klein waren. Die tijd raasde in sneltreinvaart voorbij, maar het voelde als een veilig, warm bad.

Burenhulp was geen eenrichtingsverkeer. Het was geven en ontvangen. Vandaag hielp jij mij. Morgen ik jou. Hulp vragen hoorde erbij. Net zo goed als een extra hand bieden.

Elkaar zien. 
Een handje uitreiken is zo natuurlijk. 
En weten dat we het niet allemaal alleen hoeven te doen.



Begeleiding in Bewustwording

 


zaterdag 10 januari 2026

Running Dinner: Niet alleen naast elkaar!

De afgelopen weken heeft mijn echtgenoot het er maar druk mee. Normaliter ben ik degene die het initiatief neemt, maar dit keer komt het Running Dinner voort uit een samenwerking tussen één van mijn buurvrouwen en mijn man. Regelmatig spreken die twee af voor overleg, finetunen en – ja – nog meer finetunen. Altijd onder het genot van een goed glas wijn.
Vanavond is het zover: het tweede Running Dinner.

Vorig jaar was het voor ons een nieuw concept. Een idee dat ineens vorm kreeg en ons van huiskamer naar huiskamer bracht. We leerden elkaar kennen op een andere manier dan bij een groet in het voorbijgaan. In het dagelijks leven blijft het contact vaak klein. Een goedemorgen. Een zwaai. Een kort praatje. Maar in ons hofje blijkt dat kleine contact soms ongemerkt groter te zijn dan het lijkt.

Afgelopen week liep ik in de vroege ochtend naar mijn ondergesneeuwde auto. Nog voordat ik goed en wel wist waar ik moest beginnen, stond mijn buurman al klaar met zijn blazer. Ik zag een overbuurman het straatje sneeuwvrij maken voor zijn buurvrouw. Vuilnisbakken werden door een ander netjes aan de weg gerold. Oude dvd’s geript. Een pasgeboren baby betekende dat buren even oppasten op een nog diep slapende peuter.

Onze overbuurmeisjes passen op de hond of laten hem uit. Hamsters, katten en poezenvriendjes worden over en weer verzorgd. Iemand veegt de blaadjes aan, een ander plant narcissen. Er wordt samen gewandeld, geluisterd, gepraat. Bloemen gebracht, als dank of bij beterschap. Gewoon, omdat het zo uitkomt. Of omdat het vanzelf gaat.

En natuurlijk weet ik dat achter elke voordeur een eigen verhaal leeft. Met zorgen, met vreugde, met alles daartussenin. Maar het is een geruststellend gevoel dat we hier niet alleen naast elkaar wonen, maar soms ook een beetje mét elkaar leven.

Terug naar vanavond. Sommigen draaien hun hand er niet voor om om een gang op tafel te zetten. Anderen vragen zich zuchtend af waar ze aan zijn begonnen. Maar het is zo ver: Het Running Dinner gaat door.

Alleen deze keer zonder mij.

Ik heb griep. Afzeggen kan niet en aansteken wil ik niemand. En dan is daar ineens onze buurman, die zonder gedoe inspringt. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

En ik?
Ik blijf in bed.

Het enige dat bij mij runt, is mijn neus. 



maandag 5 januari 2026

Groot in het kleine

Afgelopen zondag brachten we een kort bezoek aan het gezin van onze oudste dochter. Door de lamellen spiekten we naar binnen en aan de keukentafel werd driftig geknutseld. Daar raak je als moeder – en inmiddels oma – toch altijd weer een beetje door vertederd.

De twee jongens van vier en twee renden ons enthousiast tegemoet. Voor we het wisten zaten we met de boys op schoot kralen te rijgen. De één maakte een ketting voor opa, de ander eentje voor OmaLin. Die van mij belandde meermaals op de vloer, maar die van opa kwam keurig af. Toen de knoop erin ging, bleek het alleen geen ketting maar een hoofdband te zijn. Pret alom.

Plotseling trok de oudste ons resoluut overeind. Onder luid gejoel werden we mee naar boven genomen: we hebben een nieuwe kamer – en een stapelbed!
In het kleine, knusse kamertje waren de jongens niet te houden. Ze demonstreerden hoe handig het is om naar boven te klimmen, hoe leuk een discolamp is (vooral als je er hard tegenaan duwt) en hoe je daarna weer naar beneden klautert. Dat alles herhaalden ze een keer of tien. Wij hielden ons hart vast, maar deze gastjes zijn ware kleine klimapen.

Ondertussen keek ik vol bewondering om me heen. Het kamertje is bepaald niet groot, maar mijn dochter en schoonzoon hebben het weten om te toveren tot een ruim ogend, warm jongensparadijs. Liefde bouwt mooie dingen.

De jongste liet trots zijn rammelende spaarpot zien; de oudste deed enthousiast mee. Opa wilde daar natuurlijk direct iets aan bijdragen. Maar hun vader had ons eerder op het hart gedrukt dat ze niet zomaar geld krijgen – ze moeten er iets voor doen. Mind you: twee en vier. Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn.

Ik redde de situatie uiterst verantwoordelijk en stelde voor dat ze binnenkort bij ons lege flessen en blikjes mochten wegbrengen naar de supermarkt. Dat geld mocht dan in de spaarpot. De oudste keek me serieus aan en zei: ‘Als jullie hulp nodig hebben, dan kun je op ons rekenen hoor. Altijd.’

Daar werden we toch even stil van.
Soms hoor je in één zin alles wat er echt toe doet. 
Dan weet je: het is goed.

En dat is niet in geld uit te drukken.



Meer weten over bewustwording?