Onlangs waren we op kraamvisite en de kersverse moeder drukte mij al snel de baby in mijn armen. Heerlijk. Zo’n klein, warm lijfje. Het vertedert me altijd weer. Ik los dan gewoon even op. En heb alleen maar oog voor en ik voel alleen dat kleine wezentje tegen mijn hart.
Na een tijdje hoor ik haar zuchten. Ze vraagt hoe wij dat toch deden, in de tijd dat het verlof zoveel korter was. En dat vaders eigenlijk geen verlof hadden, misschien hooguit een dag of twee. Ze was overigens niet de eerste die me dit vroeg.
Tja. We deden het gewoon. Zo ging dat. Het was vanzelfsprekend. Na die ene week kraamzorg pakte je het leven weer op en deed je alles zelf. Natuurlijk waren de vaders er wel. Ze staken hun handen uit waar dat kon. Maar de tijd was anders. Dat is gewoon zo.Wat ik me nu pas echt realiseer, is hoe groot de rol van buren was in ons gezin. Vooral buurvrouwen. Moeders met kinderen in dezelfde leeftijd. We haalden en brachten elkaars kinderen naar school, zetten de babyfoon even bij de buurvrouw neer als je kort weg moest. We vingen veel van elkaar op. We propten net iets te veel kinderen op de fiets of in de auto, smeerden gewoon wat extra boterhammen voor extra mondjes. En als de mannen konden, dan deden zij dat ook. De buurt deed mee. De buurt was belangrijk. Ook of juist als de moeders weer aan het werk gingen.
Toen ik mijn jonge buurvrouw onlangs aanbood dat ze gerust even de babyfoon kon brengen als ze weg moest, werd dat ineens weer helder. Zozeer steunden wij op elkaar toen onze kinderen klein waren. Zo vanzelfsprekend. Geen dankjewel nodig. Je deed het gewoon voor elkaar. Net zo vanzelfsprekend als dat er geen ouderschapsverlof was.
De generatie die nu kinderen krijgt, regelt veel meer zelf. Petje af voor hoe ze dat allemaal doen met alle kosten, wachtlijsten en verplichtingen. Extra zorg wordt uitbesteed aan kinderdagverblijven, naschoolse opvang of een nanny. Alles heeft zijn voor- en nadelen, dat weet ik heus wel. En toch - nu ik hier zo over zit te mijmeren - voel ik vooral dankbaarheid. Voor al die handen die er waren toen mijn kinderen klein waren. Die tijd raasde in sneltreinvaart voorbij, maar het voelde als een veilig, warm bad.
Burenhulp was geen eenrichtingsverkeer. Het was geven en ontvangen. Vandaag hielp jij mij. Morgen ik jou. Hulp vragen hoorde erbij. Net zo goed als een extra hand bieden.
Elkaar zien.
Een handje uitreiken is zo natuurlijk.
En weten dat we het niet allemaal alleen hoeven
te doen.





