Mijn kleinzoon van tweeënhalf zit bij me in de auto. We tellen auto’s, kijken naar de blauwe lucht, de wolken, de stoplichten, bussen, bomen en vogels. Heel keurig tellen we de vingers op onze hand. Hij steekt trots twee vingers op en daarna drie!
Als het even stil is, zegt dat mannetje gedecideerd:
‘Nu gaan we Olifantje in het bos zingen.’
Ik ken het liedje niet heel erg goed, maar vol goede moed
beginnen we aan de eerste regels:
'Olifantje in het bos, laat je mama toch niet los.
Anders raak je de weg nog…'
‘POEP!’ roept hij dan. Vanuit mijn spiegel zie ik dat hij me verwachtingsvol aankijkt.
Poep hoort geloof ik niet in het liedje, maar ik speel
gewoon met hem mee en roep:
‘PLAS!’
IJverig gooit hij er nu alle vieze woorden uit die hij kan bedenken. Het is een behoorlijk ontlasting-gerelateerd repertoire: 'POEP, PLAS, PIEMEL, PLASSER, BILLEN' - en dan weer 'POEP POEP POEP'.
Voor het stoplicht wachtend, lig ik gevouwen achter het
stuur, maar verman mezelf. Ik moet wel een beetje blijven opletten natuurlijk. En
op dat moment komt er een politieauto mét sirene langsrijden.
Bijna voel ik me
betrapt.
En zo rijden we verder.
Met vieze woorden, een slappe lach
en een liedje dat nooit meer hetzelfde zal zijn.
Vragen over meditatie, bewustwording, transformatie? Klik hier!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten