Met mijn kleinzoon van vier jaar loop ik door het wandelbos in de buurt. We zijn al bij de kinderboerderij geweest, maar nu zijn we onderweg naar de grote ‘berg’. Voor een kind van vier is een bobbel in de aarde al snel een berg, maar ik speel zijn spel van een heuse beklimming mee, als een doorgewinterde actrice.
Boven aangekomen kijkt hij omhoog, door de winterse kale
boomtoppen heen, naar het blauw van de lucht. Hij strekt zijn handen uit en
zegt:
‘Ik kan er niet bij!’
Op zoek naar een oplossing vraagt hij of hij er misschien bij kan als hij op een grote, omgevallen boom zou klimmen. Met grote, vragende ogen kijkt hij me hoopvol aan.
'Tja. Probeer het maar!'
Hij klautert omhoog en gaat op de oude stronk staan van de boom die ooit tot ver in de hemel reikte. Hij staat op zijn tenen en rekt zich helemaal uit. Vanaf de grond doe ik met hem mee en reik ook naar het blauw. Ik spoor hem aan:
‘Zullen we een beetje blauw van de hemel vastpakken?’
Een langslopende heer doet spontaan mee. Met z’n drieën pakken we handen vol blauw uit de hemel en drukken het tegen ons hart.
'Gelukt!'
Verguld kijkt hij me aan! Zijn ogen stralen en zo
liepen we verder.
Met onze voeten in de klei en met iets lichts op ons hart!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten