maandag 9 juli 2018

Geen camping, maar een cramping

Ik ben op bezoek bij een vriend. Hij verblijft zomers op een idyllisch plekje in de duinen aan de Noordzeekust. In het weekend en in de vakanties zal het er wel afgeladen vol zijn, maar op zo'n doordeweekse dag als vandaag is het rustig.


Een konijntje wipt langs. Een meeuw krijst een vrolijk lied. Een briesje op mijn huid. Lekker luierend in de tuinstoel met mijn voeten omhoog, mijn hoed diep over mijn ogen getrokken, geniet ik. Misschien is dat kamperen toch ook iets voor mij?

Aan het einde van de middag valt mijn blik op de afwasteil.  
'Zal ik even afwassen?'.  
'Ja, graag. Er staan in de tent nog wat ontbijtbordjes En bekers van gisteren, neem je die dan ook mee?'
'Is goed'.
In de tent zie ik nog een pannetje, wat bestek en nog wat schaaltjes. Ik pak een grotere teil en met een hoop gerammel ga ik op weg, met de theedoek over mijn schouder geworpen.


Bij de sanitairvoorziening aangekomen, vind ik een plekje naast een jonge vrouw. Haar telefoon klemt ze tussen schouder en oor en ze zit duidelijk in een zakelijke telco. Ze blikt niet op of neer en heftig discussiërend, wast ze ondertussen de borden, maakt stapels van haar servies en gaat dan haar boontjes wassen. Een kind van een jaar of 4 hangt bijna wezenloos aan haar been en kijkt stil omhoog.
'No, it is fine, no problem, you don't disturb me'.
Maar goed dat dat wurm nog geen Engels spreekt.
Aan het verhaal te horen, is het een snedige zaak, want ook de boontjes worden venijnig één voor één met precieze doormidden gesneden. Bellend loopt ze weg, met het kind nog steeds aan haar been en de vaat onder haar vrije arm geklemd. Vanuit de tegenovergestelde richting komt een andere jonge moeder aangelopen, met in haar ene hand een telefoon, waar ze haar blik strak op houdt en aan de andere kant houdt een peuter haar hand vast. Terwijl mijn vaat vordert, verdwijnt een volgende vrouw boos bellend het toilet in en komt na een poosje nog bozer bellend weer te voorschijn. Heftige shit, lijkt me.

Dan komt er een jongen aangeslenterd die me spontaan gedag zegt. Blij, dat er even contact is, bral ik uit: 'Goh, jij bent de eerste die ik hier ontmoet zonder telefoon in zijn hand!'. 'O, maar die zit in mijn broekzak hoor!', zegt hij grimassend en tovert hem als bewijs te tevoorschijn terwijl hij zich aansluit bij een groep meisjes; allemaal in de rechterhand... Precies.

Dan zie ik een jonge vader en moeder die hun dreumesje wassen in de wasbak. Een koddig gezicht. De vader gooit een bal in het water en het zeepsop spat alle kanten uit. De dreumes gilt van plezier en ik glimlach mee. Vader pakt snel zijn telefoon en maakt een filmpje terwijl hij nog een keer de bal gooit.  Die kleine krijgt er geen genoeg van en vraagt om eer. Maar nu moet hij wachten. De vader en moeder buigen zich over de telefoon, terwijl de moeder haar dreumes tot stilte maant en roept:
 'ff wachten'. Ik denk aan mijn dochter die gekscherend laatst zei:
'ja mam, als het niet op social media staat, dan bestaat het niet!'.
Ik geloof waarachtig dat ze gelijk heeft.

Met mijn schone vaat keer ik weer terug en groet mensen, die me niet zien, mensen die gebogen lopen, gebogen onder het juk van Mr Smartphone in hun hand. Gevangen in een virtuele wereld. Ze horen niet, ze zien niet. Toch groet ik ze maar en alleen een opa en oma met hun kleinkind knikken me lachend toe. Wat een armoe midden in het wonderschone duingebied.

Dit is geen camping, maar een cramping.

maandag 28 mei 2018

Hockey spiritueel?

Spiritualiteit, wat is het eigenlijk en vooral waar zoeken we het?
 
Heeft spiritualiteit iets te maken met de zin van het leven, betekenis geven aan je leven, balans vinden, een zoektocht naar jezelf? Is het bewustwording, zen, zijn, je ziel, de geest? En wat is dat 'zelf' dan wel? En hoe doe je dat: 'je leven bezielen' en kan dat überhaupt?

Als ik Facebook open dan vliegen de uitnodigingen van spirituele workshops me om de oren. Dan lijkt het wel of we met z'n allen massaal inhoud aan ons leven willen geven, willen verdiepen, willen ontwaken. Komt het soms tot een soort van geestelijke-geboorte-dimensie, oftewel de GGD, nieuwe stijl?

En waar zoeken we dat-wat-we-Het-noemen? Vinden we Het in yoga, tai chi, meditatie, tarot, mindfulness, mantrazingen, drumcirkels, vrouwententen, mannendansen, biodanza, vuurceremonies, stiltewandelingen, zweethutten, spiritueel tekenen, vasten, zwijgen, zingen, bidden? En deze lijst kan eindeloos aangevuld worden, toch?

Ziet de oprechte zoeker door de bomen het spirituele bos nog wel of kan het zijn dat we de spiritualiteit door de veelvoud misschien wel juist missen? Dat we door het zoeken, stomweg over het hoofd zien, dat we spirituele wezens zíjn? Dat prana geen spirituele term is, maar dat we hier onlosmakelijk mee verbonden zijn? Dat we chi niet alleen vinden als we Tai Chi beoefenen, maar dat het juist ook gewoon in ons dagelijkse leven present is? Gewoon in alles wat leeft?

Nu hoor je mij niet zeggen dat spirituele beoefening onzin is. Zeker niet. Het is zelfs een groot onderdeel van mijn leven. Maar kritisch kijken aan welke leraar of beoefening je jezelf toewijdt, is en blijft een hele kunst. Spiritualiteit is niets anders dan leven en leven kun je niet doen, want dat ben je gewoonweg zelf. Daar heb je dat woordje 'zelf'' weer. Hoe kun je dat 'zelf' vinden als je blijft zoeken? Hoe zou het zijn als we de weg van eenvoud bewandelen, zoals guru Naropa dit ooit vervatte als: 'Van meervoud naar eenvoud'?.


Vandaag stond ik - overigens ná een uur stiltemeditatie - langs de lijn bij het hockeyveld, waar mijn jongste dochter samen met minimaal nog 21 andere jonge meiden een wedstrijd speelde: vol energie, vuur, leven. Vlammend, in een sportieve strijd, met zweet op de voorhoofden, rode wangen, warme lichamen, soepel en alert, gefocussed en toegewijd, vol geest, vol chi, vol leven! Helemaal één met het spel, één met elkaar, één met het leven, afgestemd, bewegend, uitdagend, verdedigend, gevend en nemend en bovenal: onverdeeld aanwezig. En dat is toch zeker Het?

Misschien een gat in de spirituele workshop agenda?


www.silent-touch.nl 

maandag 26 maart 2018

28 Days Standing like a tree: Episode 2

Standing like a tree, 12 minutes, 28 days.

There I was in a carwash in Prague. My travelling companion was cleaning her car and had a really good time in splashing the water all over her car, but mostly over herself. I knew I had to wait for some time so I decided to do my daily practice.


Surrounded by desolate buildings, gray walls and crowded roads, my eyes searched the horizon, beyond the urban area and I noticed some far away trees. A magnetic field arose from these trees. I felt I was suck towards this, out of the carwash, into this energy. All of a sudden my consciousness became wider and I started noticing the plants and trees that were more closer. There was even a big tree on my right side I didn't notice before. I felt deeply grounded and a sense of joy started to move inside of me.

Yes, still to my body these 12 minutes-practise is a long time, but in connection with nature these minutes just rushed by. A sense of timelessness arose. As my awareness expended I could easily connect with the roots of all trees and plants, not only here in Prague, but the field of my attention grew and grew, connecting and expanding all over the world. It felt like a mutual blessing.

By standing like a tree I started to realize that wherever you put your attention on, that this will grow. It is so simple and true. We all might know the expression 'energy follows attention'? Standing in between the traffic, the roads, the concrete buildings, this expression came to life.

What also became evident is that it is so very important to consequently dedicate myself to meditation, again and again going inside, contemplate, self inquiry, silencing the body and mind. This is true sadana.

At the end my arms were trembling and my friend saved me by hooting loudly. We were both refreshed: my friend was wet, the car was shining and in my heart there is this deep gratitude towards Mother Nature and all other beings who are co-creating this healing field of joy, light and love.

Maybe to tree continued

www.silent-touch.nl

woensdag 7 maart 2018

Standing like a Tree!

Via Facebook heb ik me onlangs aangemeld voor een 28Days Challenge Standing Like A Tree. Twaalf minuten staan als een boom, mag langer, stond erbij. Eitje toch? Soms weet je niet waarom je aangetrokken wordt door iets en dit was echt een spontane actie, die me zomaar veel inzicht gaf.

De eerste dagen waren killing voor mijn schouders, terwijl ik toch een fervent Tai Chi'er en Chi Kung'er ben. Ik ontmoette fysieke pijn, kramp maar ook wilskracht en doorzettingsvermogen. Een verlangen op te geven, 'waarom-doe-ik-mezelf-dit-ook-alweer-aan?' en 'we-zullen-doorgaan' van Ramses Shaffy. Trillend, zuchtend en na een verbeten strijd met de zwaartekracht merkte ik op dat na de vijfde dag mijn systeem ging meewerken. En met dat meewerken, was er stilte en in die stilte begon er ook weer van alles zichtbaar te worden.

De neerwaartse en opwaartse kracht bijvoorbeeld. Deze kracht kon ik ervaren in mijn lichaam: er is een kracht in mij die naar beneden trekt, naar beneden beweegt. Het voelt als de natuurlijke zwaartekracht, als de gronding van Moeder Aarde. En er is ook een kracht die omhoog beweegt. Een pull vanuit het universum, een verlangen naar het licht, naar iets groters, ruimers...het Goddelijke.

Deze op- en neergaande beweging voelde ik subtiel in mijn ademhaling: op en neer. Ik volgde deze beweging in de stroom van mijn bloed, in het knipperen van mijn ogen. Ja, zelfs in mijn gedachten zit deze beweging: soms een positieve beweging die me 'uplift' en sterkt en soms een negatieve gedachte, die me neerhaalt en verzwakt. De grote energiecentra van mijn lichaam volgend, is duidelijk voelbaar hoe de onderste chakra's van een andere kwaliteit zijn dan de bovenste. Een ontdekkingsreis.

Staande als een boom, stil maar niet verkrampt, rustig, maar niet verveeld, alert en niet suf, werd de subtiele beweging van dit op en neer bewegen ook zichtbaar in de wereld om me heen. De opgaande beweging van het kind naar de volwassen mens en dan weer naar het ouder worden. In het water dat tot damp opstijgt. De groei en het afsterven van planten en bomen, de dood en het leven. Ook zie je deze beweging heel eenvoudig in de vraag en in het antwoord en ja, zelfs in de opkomst en neergang van de drukte in het verkeer. In alles ligt deze beweging opgeslagen.

Volledig in stilte staan, met geopende ogen. Ogen, die niet naar buiten kijken, maar geopend zijn, zodat de wereld naar binnen kan kijken, naar binnen kan vallen, met een nieuwsgierige en onderzoekende blik. Dat geeft een verdieping met deze op elkaar afgestemde en volstrekt neutrale en natuurlijke krachten. Wat een eitje leek, bleek een uitdaging met uiteindelijk mooie inzichten.

De initiator van de Challenge opperde na 10 dagen om de 12 minuten uit te breiden naar 20. Na kort overleg met mijn schouders, hebben we (my body and I) unaniem besloten dat hij de boom in kan. Deze boom heeft haar grenzen.

to tree continued...

maandag 19 februari 2018

In de bonus!

Maandagmorgen. De weg naar de AH is kort. Het miezert. Daar gaat mijn haar plat van tegen mijn hoofd liggen. Nog steeds wen ik maar niet aan mijn multifocale glazen en ik mis daardoor steeds een stoepje of een tree. Ziet er weinig charmant uit. Met de boodschappenkar van mijn werk achter me aan slepend (en moeder lacht in haar vuistje) betreed ik de winkel in het centrum van Haarlem. Ik parkeer de kar bij de servicebalie en gooi een muntje in de winkelwagen en loop door het klaphekje.

En daar, daar wordt mijn blik gevangen. Een ogenblik. Door een paar gitzwarte ogen.

Die ogen en de mijne wenden zich ook weer af en ik loop door. Maar  binnen een seconde wordt mijn blik weer gevangen. De ogen naderen en dan staat hij voor me. Onbekend, lang, jong, breed, aantrekkelijk. Breed glimlachend, naar mij.

'Ik moet gewoon even kennismaken' klinkt het donker en melodieus en hij steekt zijn hand uit. Een fractie van een seconde kijk ik hem verbluft aan en dan voel ik een lach in mijn buik en met de vraag 'hoezo?' in mijn hoofd, steekt mijn hand zich volautomatisch uit.
'Hi, ik ben Leroy'.
'Gwendolin' zeg ik keurig opgevoed als ik ben.
'Wow, wat een mooie naam! Wat een mooie vrouw. Verliefd? Verloofd? Getrouwd?', vraagt hij terwijl hij zijn Maclean-witte-tanden bloot lacht.
'All of the above', zeg ik blij en denk aan mijn mooie man en moet nu al lachen bij het idee van zijn gezicht als ik hem dit vertel en ik weet al precies wat hij gaat zeggen.

De lachbui kruipt omhoog. 'Wow', herhaalt Leroy, 'en jammer, want anders had ik het wel geweten'. De lach bereikt nu mijn gezicht en mijn buik begint te schudden. Ik zie mezelf daar staan met mijn voeten stevig in mijn warme winterlaarzen, een warme sjawl om mijn nek, mijn winterjas en mijn benen in een groene mallot, die er mallotig onder uit steken. 

'Wat denkt die snuiter, mijn zoon kan hij zijn; ik ben minimaal 20 jaar ouder. Misschien moet hij mijn multifocale glazen even lenen?'. Kennelijk leest hij mijn gedachten. 'Geloof je mij niet? Je bent echt een prachtvrouw' en hij stapt nu echt in mijn ruimte.

Het moet echt niet gekker worden. Hij laat zich niet makkelijk afschepen en ik laat hem nu maar mijn ring zien. De gouden band heeft effect en terwijl hij zich omdraait en nog een keer diep zucht, verdiep ik me in de uien. Scherp zijn ze! Zelfs zonder ze open te snijden, biggelen de tranen over mijn wangen. Maandag in de bonus!

zondag 21 januari 2018

'ik ben weer bij de les'

Haar smalle schouders beginnen te schokken, een rilling loopt over haar gebogen rug. Ze vouwt haar trillende handen voor haar ogen en huilt. Tranen met tuiten. Ik kan alleen maar mijn armen om haar heen slaan en een van haar rusteloos fladderende handen vasthouden. Ze heeft verdriet. Ze zegt het, ze maakt me deelgenoot van haar pijn, van haar twijfel, van haar angst en van haar eenzaamheid. Ook mijn ogen vullen zich met tranen.

Ik heb dit niet vaak meegemaakt: mijn moeder die huilt. Natuurlijk heb ik haar wel eens in een verdrietige bui meegemaakt, maar al snel veerde ze dan op, snoot haar neus, rechtte haar rug en sprak de woorden: 'Zo, nu ben ik wel weer bij de les'. Maar nu is haar verdriet van een andere orde. Dit gaat over eenzaamheid. Nu is er de eenzaamheid van de jongste telg van een groot gezin, een grote familie, die alleen achterblijft.

Mijn sterke moeder van 85, die nog steeds voor mijn dementerende en bedlegerige vader zorgt. 'Hij gaat nu snel achteruit', merkte de dokter op. Weinig woorden, die de lading niet dekken. Dit achteruitgaan, is een wereld van verschil voor mijn moeder. Dementie en de fysieke verzwakking van mijn vader heeft een gat geslagen in de weg die ze samen lopen, soms een goede en soms een slechte weg, maar in elk geval toch sámen. Het besef dat de weg van het leven nog wel wordt gelopen, maar niet meer zoals ze gewend waren, niet meer helemaal samen, begint langzaam tot haar door te dringen. Het raakt een eenzaamheid, die tastbaar is.

Mijn gedachten dwalen even af naar een moment in het verleden dat ik huilend op de rand van mijn bed zat en dat één van mijn dochters haar armen om me heen sloeg en - eveneens in tranen - zei: 'Mama, ik wil niet dat je huilt'. Toen huilden we ook even samen, waarna we knuffelden en weer doorgingen. Zo zit ik nu met mijn moeder. Ze propt een verkreukeld papieren zakdoekje precies onder haar bril om haar ogen te drogen en het zakdoekje blijft pardoes hangen. Het is zo'n grappig gezicht dat ik in de lach schiet. Door haar tranen heen begint ook zij te lachen. Stilletjes zitten we nog even bij elkaar. zonder woorden, hand in hand. Ook dit moment gaat weer over en ik voel hoe ze haar rug recht, iets opveert, haar neus snuit en de woorden prevelt: 'nu ben ik wel weer bij de les'.

Bij welke les we nu zijn aangekomen, weet ik niet, maar dat bij deze les hoort dat ze overeind veert, mijn hand pakt en we samen een glas wijn drinken, geeft een gevoel van verbinding. De eenzaamheid smelt in saamhorigheid en alleen maar samen zijn.












Code Rood? Mis 'm niet!

Afgelopen week gaf het KNMI 'code rood' in verband met de storm die over ons kikkerlandje raasde. 'We konden maar beter binnen blijven'. Beetje lastig met drie honden dus in de vroege ochtend begaf ik mij naar het bos. 'Als ik jou was, zou ik niet naar het bos gaan met die storm', klonk de waarschuwing van mijn man, maar de woorden bliezen het éne oor in en het andere uit. Voorzichtig herstellende van de griep waagde ik me toch naar buiten.

In het bos was het een kabaal van jewelste. De wind zong  met een zware bariton door het bos, de bomen kraakten en zuchtten onder de kracht van de wind. Mijn oudste hondje legde na drie stappen haar oren tegen haar koppie en met haar staart tussen haar benen, cirkelde ze zenuwachtig om mijn benen. Af en toe angstig naar mij opkijkend met in haar blik de dringende vraag: 'Kom vrouwtje, zo is het wel weer goed! We gaan naar huis'. Naar haar kijkend herinnerde ik me de 'code rood' en de waarschuwing van mijn man. Het gevoel van 'ik laat me niet gekker maken dan ik al ben' veranderde langzaam in een beklemmend gevoel. 'Leek het nu zo of zwol het geluid van de storm nog angstaanjagender aan? Kraakte die ene tak nu net precies boven mijn hoofd?'. Gedachten stormden mijn hoofd binnen: 'Wat als ik onder een boom kom? Heb ik wel mijn telefoon bij me? Zo meteen komt één van de honden onder een boom?'. Ik ervoer duidelijk dat de éne na de andere paniekerige gedachte voorbij kwam rollen en ook mijn lichaam kwam in een fight or flight modus. WOW! Dit was een Code Rood...niet buiten, maar binnen!

En op dat moment verschoof er iets. Mijn aandacht richtte zich als vanzelf op de boomtoppen, die dansten in de wind, sterk en flexibel. Een duif zweefde moeiteloos van de ene tak naar de andere. Twee zwanen lieten ontspannen hun ranke hals diep in de bodem van de vijver verdwijnen en de kolossale hooglanders in de wei graasden gestaag door. Ook mijn twee andere honden leken zich van geen storm bewust en snuffelden op hun gemakje rond. Bijna verbaasd aanschouwde ik de onverstoorbaarheid van de natuur en als vanzelf ebten angstgedachten en spanning uit mijn lijf. Een beetje lacherig realiseerde ik me weer hóe de denkende mind werkt en hoe een gedachte een onmiddellijk effect heeft op het lichaam.

Als de bomen meebewegen in de wind en de dieren zich nergens druk om lijken te maken, waarom
zou ik dat dan wel doen? Met een verfriste kop zette ik de wandeling toch maar buíten het bos voort, niet vanuit angst, of vanwege een code, maar uit veiligheid.

Een gedichtje van Toon Hermans wandelde voorbij:
Muizenissen, hersenspinsels
mensen lijden aan verzinsels
maar je leert wel mettertijd
'denken is geen werkelijkheid'

Toon was zo gek nog niet. Overigens mijn man, mijn oudste hond en het KNMI ook niet.
Code Rood? Mis 'm niet!