Posts tonen met het label samen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label samen. Alle posts tonen

dinsdag 3 februari 2026

De handen om ons heen

Onlangs waren we op kraamvisite en de kersverse moeder drukte mij al snel de baby in mijn armen. Heerlijk. Zo’n klein, warm lijfje. Het vertedert me altijd weer. Ik los dan gewoon even op. En heb alleen maar oog voor en ik voel alleen dat kleine wezentje tegen mijn hart.

Na een tijdje hoor ik haar zuchten. Ze vraagt hoe wij dat toch deden, in de tijd dat het verlof zoveel korter was. En dat vaders eigenlijk geen verlof hadden, misschien hooguit een dag of twee. Ze was overigens niet de eerste die me dit vroeg.

Tja. We deden het gewoon. Zo ging dat. Het was vanzelfsprekend. Na die ene week kraamzorg pakte je het leven weer op en deed je alles zelf. Natuurlijk waren de vaders er wel. Ze staken hun handen uit waar dat kon. Maar de tijd was anders. Dat is gewoon zo.

Wat ik me nu pas echt realiseer, is hoe groot de rol van buren was in ons gezin. Vooral buurvrouwen. Moeders met kinderen in dezelfde leeftijd. We haalden en brachten elkaars kinderen naar school, zetten de babyfoon even bij de buurvrouw neer als je kort weg moest. We vingen veel van elkaar op. We propten net iets te veel kinderen op de fiets of in de auto, smeerden gewoon wat extra boterhammen voor extra mondjes. En als de mannen konden, dan deden zij dat ook. De buurt deed mee. De buurt was belangrijk. Ook of juist als de moeders weer aan het werk gingen.

Toen ik mijn jonge buurvrouw onlangs aanbood dat ze gerust even de babyfoon kon brengen als ze weg moest, werd dat ineens weer helder. Zozeer steunden wij op elkaar toen onze kinderen klein waren. Zo vanzelfsprekend. Geen dankjewel nodig. Je deed het gewoon voor elkaar. Net zo vanzelfsprekend als dat er geen ouderschapsverlof was. 

De generatie die nu kinderen krijgt, regelt veel meer zelf. Petje af voor hoe ze dat allemaal doen met alle kosten, wachtlijsten en verplichtingen. Extra zorg wordt uitbesteed aan kinderdagverblijven, naschoolse opvang of een nanny. Alles heeft zijn voor- en nadelen, dat weet ik heus wel. En toch - nu ik hier zo over zit te mijmeren - voel ik vooral dankbaarheid. Voor al die handen die er waren toen mijn kinderen klein waren. Die tijd raasde in sneltreinvaart voorbij, maar het voelde als een veilig, warm bad.

Burenhulp was geen eenrichtingsverkeer. Het was geven en ontvangen. Vandaag hielp jij mij. Morgen ik jou. Hulp vragen hoorde erbij. Net zo goed als een extra hand bieden.

Elkaar zien. 
Een handje uitreiken is zo natuurlijk. 
En weten dat we het niet allemaal alleen hoeven te doen.



Begeleiding in Bewustwording

 


woensdag 27 november 2024

Een roestige fluitketel

Het was een gewone dinsdagavondrepetitie. Helemaal niet spannends, het is alleen maar leuk. En daar stond ik dan, vol goede moed, te midden van mijn koorleden en onze immer geduldige dirigente. Oplettend wachtte ik op ‘mijn moment’. Alleen ‘mijn moment’ pakte nou nét iets anders uit en het klonk toch even anders dan thuis onder de douche.

In dit lied ‘moest’ ik de hoogste noot zingen. Normaliter samen met een zoetgevooisde medezangeres maar door andere besognes, stond ik er dit keer alleen voor. Toen ik mijn mond opentrok, veranderde mijn keel in een soort roestige poort, die krakend opende. Mijn wangen brandden, het zweet brak me uit en alsof dat nog niet erg genoeg was, leek mijn brein de stekker eruit te trekken.
Tekst? Weg.
Melodie? Geen idee meer.
Hoogste noot? Die bleef haken in het souterrain.
Wat er wel uitkwam? Een geluid dat het meest leek op het gefluit van een oude, valse fluitketel… je weet wel, zo eentje die al minstens twintig jaar op zolder stof staat te vangen.

Gelukkig viel de rest van het koor snel in en met elkaar zongen we verder, maar ondertussen stond ik daar hartstochtelijk te bidden voor een spontaan gat in de grond, waar ik in kon verdwijnen.

En toen gebeurde er iets wat ik niet had zien aankomen. Mijn medekoorleden kwamen naar me toe. "Wat klonk dat mooi!" zeiden ze, terwijl ze me een schouderklop gaven. Ik wist niet wat ik moest zeggen. Meenden ze het? Hadden ze iets anders gehoord dan ik?

Later op de avond, bij een kopje thee thuis realiseer ik me weer dat het samen zingen in een koor voor mij een absolute leerschool blijft en het herinnert mij er telkens aan dat het niet perfect hoeft.

Volgende week sta ik er gewoon weer en wellicht fluit de ketel weer haar hoogste lied, maar misschien ook niet. Wat het ook wordt, het is niet de perfecte noot die de muziek mooi laat klinken. Tenslotte gaat het in een koor om samen zingen, onze unieke klank vinden en om durven. We dragen elkaar en we doen het met elkaar. En precies dát creëert de zuivere noot in het geheel.

 

dinsdag 29 oktober 2024

Wie is er nu jarig?

Op de vooravond van mijn tweeënzestigste verjaardag laat mijn man tijdens onze vegetarische maaltijd de ‘ham’vraag vallen: ‘wat wil je eigenlijk hebben voor je verjaardag?’.  

Terwijl ik nadenk, spelen gedachten over de Bhagavad Gita, het Zevenvoudige Pad van de Boeddha en al onze lessen in “loslaten van onze wensen en verwachtingen” door mijn hoofd. Daar past een verjaardag met een cadeau eigenlijk niet tussen, toch? Maar hij kent me langer dan vandaag! Hij weet hoe ik van mijn geboortedag geniet, hoe ik hou van feestjes, slingers, ballonnen en ik steek ook bepaald niet onder stoelen of banken dat ik volop geniet van cadeautjes. De glimlach op mijn gezicht op mijn verjaardag is doorgaans niet van mijn gezicht weg te slaan.

‘Wat zou je me willen geven dan?’, kaats ik de bal olijk terug.

Een kus’, zegt  hij met een brede glimlach. ‘Heerlijk, een heel goed begin! En wat nog meer?’, vraag ik een beetje plagend, want ik weet als geen ander dat ik gehuwd ben met een man, die helemaal niets, maar dan ook niets, om verjaardagen geeft.

Ik zie hoe hij in zijn gedachten zoekt naar iets leuks en dan klaart zijn gezicht helemaal op en oppert hij: ‘Een lekkere cappuccino bij dat nieuwe tentje in dat dorp, met een taartje erbij!’. Zijn ogen glimmen bij het vooruitzicht.

'Mmmm, dat klinkt heerlijk', zeg ik aanmoedigend om zijn enthousiasme vooral niet te temperen. En hij begint goed op dreef te komen en met een opgetogen blik voegt hij eraan toe: ‘En een chocolaatje bij die lekkere banketbakker’. Hij ziet het nu helemaal zitten en staat te popelen om morgen mijn verjaardag te vieren. Ik geniet van zijn blije gezicht. Wie geeft er ook alweer niets om verjaardagen?

Het is me sowieso duidelijk hoe hij de ideale verjaardag ziet: een verwendag vol lekkernijen voor ons twee. Dus morgen vieren we gewoon dubbel, want wie is er hier nu eigenlijk jarig? En als ik hem zo zie glunderen, dan geef ik mijn verjaardag dit jaar aan hem cadeau. 

Met een hele dikke chocoladezoen erbij!

 

 

 

 

www.silent-touch.nl