maandag 8 december 2025

Een plek om lief te hebben

December maakt iets in me wakker. Iets zachts, iets dat uitnodigt om stil te worden en om me opnieuw te laten raken door wat Γ©cht belangrijk is. En soms komt die inspiratie uit een onverwachte hoek. Bij mij is dat vaak … Toon Hermans. Zijn eenvoudige blik op het leven, zijn milde humor en vooral zijn zachte liefdevolle toon doet me elke dag iets, zelfs al komt het van een scheurkalender.

EΓ©n keer per maand organiseren we een Gayatri-recitatie & meditatie: een cirkel van mensen die samen 108 keer het oeroude gebed van licht reciteren. Daarna zitten we in stilte bij elkaar, gedragen door de kracht van de mantra en de vreugde van het samenzijn. Door de jaren heen is dit uitgegroeid tot een warm en krachtig veld; een plek waar je even mag thuiskomen in jezelf.

Iedereen is welkom. Ook als je nog nooit hebt gemediteerd of de mantra niet kent. De kring bestaat uit mensen die vanuit hun eigen pad en achtergrond met liefde in dit lichtveld stappen en het bijzondere is dat iedereen daar iets aan toevoegt. We brengen niet alleen onszelf tot bloei, maar ook de wereld om ons heen. Dat klinkt misschien groot, maar in wezen is het heel eenvoudig: het is de vreugde van samen oefenen, samen ademen, samen stil worden.

Laatst viel mijn oog op een gedichtje van Toon Hermans, dat precies samenvat wat ik in deze bijeenkomsten ervaar: Een plek om lief te hebben:

‘t is de liefde, de liefde, de liefde…
‘t is de liefde voor duizenden dingen,
voor alles wat ons omringt.

Het herinnert me eraan hoe simpel het eigenlijk is: alles begint bij liefde. Bij aandacht. Bij even stil staan en je laten aanraken door wat er al is.

December hoort voor veel mensen bij lichtjes, gezelligheid, verwachtingen, soms drukte… maar misschien mag het vooral een maand zijn om weer even terug te keren naar zachtheid, naar jezelf, naar wat je voedt, naar wat liefde geeft.

Moge deze kersttijd je omhullen met zachtheid, licht en een vleugje verwondering. 
Moge het nieuwe jaar je uitnodigen om nog meer te leven vanuit liefde — in kleine gebaren, in stille momenten, in alles wat je omringt. 
En moge je steeds opnieuw herkennen hoe dichtbij vrede eigenlijk is: in jezelf.

πŸŽ„πŸŽ…πŸ‘ΌπŸŽ„πŸŽ„πŸŽ…πŸ‘ΌπŸŽ„πŸŽ„πŸŽ…πŸ‘ΌπŸŽ„

En wie weet… misschien zie ik je eens bij een Gayatri-ochtend. 

πŸŽ„πŸŽ…πŸ‘ΌπŸŽ„πŸŽ„πŸŽ…πŸ‘ΌπŸŽ„πŸŽ„πŸŽ…πŸ‘ΌπŸŽ„ 

 

Klik hier voor bewustwording, meditatie en massage! 

zondag 30 november 2025

In de adem van de Meesters

In mijn vorige blog schreef ik dat troostende zinnen soms meer zeggen over degene die ze uitspreekt dan over degene die door verlies gaat. Je hoort het wanneer hun eigen pijn zachtjes meereist in de woorden. Hoe we omgaan met wat ons raakt, is nu eenmaal persoonlijk. Jij jouw weg, ik de mijne.

In moeilijke momenten merk ik dat mijn taal verschuift. Wat eerst een ‘uitdaging’ was, wordt dan een ‘uitnodiging’. Een uitnodiging om dieper te gaan. Woorden doen ertoe — misschien wel meer dan ons verstand kan bevatten.

Spirituele leraren wijzen al eeuwen dezelfde richting: liefde. De weg is liefde; de ervaringen het spel.

De boodschappen van mijn eigen leraren echoΓ«n in mijn hart:
Ga diep in de pijn en je zult liefde vinden.
Treed het zwarte gat tegemoet en vertrouw dat er liefde is.
Verdwijn in de eenzaamheid en laat liefde je meester zijn.
I refuse to see anything but love
Love is the only resolution

Het zijn geen gemakkelijke aanwijzingen. In het begin begreep ik ze niet eens of ontstond er weerstand, maar mijn verlangen naar verlossing van de pijn bleef een stuwende kracht. Steeds dieper durven zakken in pijn brengt niet alleen rauwheid, maar ook vertrouwen. Elke keer dat je de pijn tegemoet treedt, wordt angst een beetje zachter of verdwijnt.

Alle grote meesters reiken hetzelfde aan; de leerling moet het werk doen. Zo wordt zichtbaar dat het leven met zijn ups en downs één grote zee van beweging is. Wat ook opkomt of verdwijnt: het is dezelfde zee.

En wij zijn niet die bewegingen.
Niet de storm, niet de stilte, niet onze gedachten of ervaringen.

Mijn hoofd kan hier niets mee, maar mijn hart weet:
we hΓ©bben ervaringen maar we zΓ­jn ze niet.
We kunnen ze waarnemen - en dat helpt zeker - maar uiteindelijk wijzen de meesters naar iets wat voorbij al dat waargenomene ligt. Wat een geschenk dat deze wijsheid zo beschikbaar is.

EΓ©n helder licht onder hen is Nissargadatta. Zijn leraar, Sri Siddharameshwar Maharaj, gaf hem geen vraag mee om op te mediteren, maar een richting: verblijf in het zuivere gevoel van ‘I Am’. Niet als iets om te begrijpen, maar als een levende aanwezigheid.

In zijn boek I Am That verwijst Nissargadatta onvermoeibaar naar dat stille, onveranderlijke wat beschikbaar wordt wanneer alle gedachten vanzelf tot rust komen. Presentie. Aanwezigheid. God. Liefde. Eenheid.

En toch, in onze menselijkheid blijven die vragen maar opborrelen:
Wat is ‘That’?
Wie wil het toch allemaal weten? Kunnen we het met rust laten?
En de vraag en het antwoord laten samenvallen in presentie?

De uitnodiging accepteren:
om stil te worden, om te luisteren
en de stille aanwezigheid gewoon te laten zijn…
Samen vallen in je adem,
totdat alleen dat wat waar is, nog ademt.

 

Meer weten over begeleiding in bewustwording? 

dinsdag 18 november 2025

Als stilte troost wordt

De vrouw kijkt me met een zachte, meevoelende blik aan. Dan zegt ze, met een zucht waarin haar eigen recente verlies doorklinkt: ‘Het is gewoon een zwart gat dat achter blijft.’
Ik slik en voel een rilling door me heen gaan.

Het raakt me hoe een overlijden, een afscheid of ziekte mensen vaak dichter bij elkaar brengt. Als we zien dat iemand verdriet heeft, willen we iets doen: even laten weten dat we aan ze denken, dat we van ze houden, dat we er zijn. Alsof zo’n gebeurtenis iets universeels in ons aanraakt. We uiten dat in bloemen, kaartjes, appjes, kleine gebaren. Iedere attentie is een pareltje van medeleven. Ze bieden troost aan degene die lijdt, maar geven ook de mensen eromheen het gevoel dat ze betrokken zijn.

Tegelijk kan het verlies van een ander – veelal onbewust - onze eigen angst of oud, onverwerkt verdriet aanraken. Dan kan een goedbedoeld woord ineens een projectie worden. De troostende zinnen zeggen dan soms meer over degene die ze uitspreekt dan over degene die nu door een verlies gaat. Dat hoor je als hun eigen pijn of verdriet doorsijpelt in de woorden:
‘Het is een zwart gat waar je inzakt.’
‘Het is zΓ³ afschuwelijk.’
‘Je zult je wel eenzaam voelen.’
Of iemand begint te vertellen over een eigen ervaring, vaak zwaarder of ingrijpender. Ik denk dat we dat allemaal wel herkennen. We zijn tenslotte allemaal mensen en iedereen beweegt op eigen tempo en wijze door het leven heen.

Terwijl ik luister naar deze vrouw, vraag ik me af hoe ik haar zou kunnen uitleggen dat een verlies niet altijd als een zwart gat ervaren hoeft te worden. Haar pijn is zo tastbaar aanwezig dat het als een donkere wolk tussen ons in hangt. En die wolk is het enige dat op dit moment aandacht nodig heeft. Woorden lijken te veel, te groot.
Spontaan pak ik haar hand en druk die zachtjes. Zo zitten we daar samen. In stilte. Diezelfde stilte waar de één zo bang voor kan zijn en die voor de ander juist helend is.

En precies die stilte deed even iets. Heel klein, heel zacht - maar toch: de donkere wolk werd iets lichter.

Misschien is dat uiteindelijk alles wat we kunnen doen: laten weten dat we er zijn, dat we meeleven, dat de ander niet alleen hoeft te dragen wat zwaar is.
We zijn tenslotte allemaal mensen en iedereen beweegt op eigen tempo en wijze door het leven heen.

 

 

Klik hier als je zelf vragen hebt over rouwen, over afscheid nemen

donderdag 6 november 2025

Een empty nest — maar een vervuld hart.

Dochters. Ze zeggen het altijd zoals het is:
‘Mam, je hebt nu officieel een empty nest.’

Het klopt. Ook al zijn de kinderen allang uitgevlogen, er waren altijd nog honden. Eerst drie, toen twee, en heel lang nog één: onze Russische prinses. Na 38 jaar moederlijke zorgen en ongeveer 23 jaar hondenzorgen is ons huis nu Γ©cht leeg. En niet alleen het huis – Γ­k voel me leeg. Ik mis gewoon mijn kameraadje. Een gevoel van doelloosheid bekruipt me, een zachte zinloosheid die diep snijdt. 

Of ik nu de kaasschaaf pak, opsta, de bel hoor, mijn schoenen aantrek of mijn jas pak… telkens verwacht ik een natte neus en die verwachtingsvolle blik: ‘Krijg ik iets lekkers?’ of ‘Gaan we wandelen?’. En dan nu..niets.

De laatste dag dat ze bij ons was, was mooi. Fijne wandelingen, gezelligheid van bezoek, lekker eten, een rustige avond aan onze voeten. Totdat ze plotseling opstond, wankelde en in elkaar zakte. Ze kon niets meer. Helemaal niets meer.

Na een rit naar het dierenziekenhuis werd duidelijk: we konden en wilden haar niet laten lijden. Na een vol en liefdevol leven is onze grote harige vriendin in onze armen overleden. Thuis lag ze in haar mandje, alsof ze sliep. Het afscheid was zacht, liefdevol en dankbaarheid overheerste.

De leegte in huis overvalt me. In haar mand brandt een kaarsje, symbool voor het licht dat ze is. Manlief zuigt de laatste haren op en zet haar voerbak uit het zicht.
Ik ga naar buiten. Wandelen. Wandelen. Wandelen. Zonder riem, zonder poepzakje, zonder hondensnoepjes.

Dag, lieve hond. Wat hebben we van je genoten. Wat een geweldige, stabiele, vriendelijke, stoere hond was je. Wat was je mooi — met je krulstaart, je puntoren, je gekke sprongen en je eindeloze zwerftochten, totdat we je maar een tracker om deden.

Dank je voor het geduld dat je ons hebt geleerd. Voor de onvoorwaardelijkheid die je in ons wakker hebt gemaakt. Voor je liefde, je trouw, je haren, het geluid van je pootjes op het parket en de eeuwige afdruk van jouw hart in het onze.

Geboren worden, sterven — het hoort bij het leven. Vreugde bij een pril geluk, rouw bij een afscheid. En ieder beleeft dit op zijn of haar eigen manier.

Rouwen om een dier betekent voor mij rouwen om het gemis van een levendigheid die altijd dichtbij was. Een hond vraagt niets, oordeelt niet, altijd blij ons te zien, altijd wachtend op onze aandacht. Onvoorwaardelijke liefde.

En als dat wegvalt, lijkt het dagelijks leven leeg. Maar in die leegte blijft iets bestaan — een zachte aanwezigheid, voelbaar in herinneringen, in gewoontes, in de liefde zelf. Mijn hart is nu een beetje beurs, maar ik ken haar veerkracht en ik weet: Liefde sterft niet. Ze verandert alleen van vorm.  

En ja, zoals mijn dochter zei: een empty nest — maar bovenal een vervuld hart.

met dank aan Stichting My Martin. en Dierencrematorium Beverwijk

Heb je zelf een vraag over rouwen of verlies? Kijk hier πŸ’—


dinsdag 7 oktober 2025

Liefde als antwoord

Vanochtend vroeg werd ik wakker. Het is zeven oktober.

Twee jaar geleden vond de brute aanval door Hamas plaats. Tevergeefs sloot ik mijn ogen weer, maar de beelden van die dag kan ik nooit meer niet zien. Ze staan op mijn netvlies gegrift.

En ik weet het: niets wat ik doe of zeg, kan ongedaan maken wat er op die dag is gebeurd - en nog steeds voortduurt. Toch wΓ­l ik iets doen. In mijn hart leeft een diepe compassie voor de slachtoffers van deze gewelddadige aanval en voor Γ‘lle slachtoffers die sindsdien zijn gevallen. Ik denk aan de gijzelaars, hun familie en vrienden en aan al het leed dat uit deze terreurdaad is voortgekomen.

Ik wist niet goed hoe ik mijn Joodse medemens kon laten weten dat ik met hen meeleef, dat ik met hen mee herdenk, maar de afgelopen dagen vormde zich langzaam een plan.

En zo begon, tijdens onze vakantie, deze zeven oktoberdag met een zoektocht naar een bloemist. In ons beste Spaans legden we uit dat we zeven witte rozen wilden. De welwillende Spaanse dame verdween in haar magazijn en kwam terug met een grote doos, waaruit ze zeven mooie exemplaren koos en samenbond tot een eenvoudige bundel.

Mijn man en ik, ieder verzonken in eigen gedachten, vervolgden onze weg naar Palma. Hij had al uitgezocht waar de synagoge was gevestigd en al snel stonden we ervoor - of beter gezegd: voor een zwaar gietijzeren hek.
Achter het hek stond een al even zware houten deur op een kier.
Twijfelend of we de bloemen gewoon moesten achterlaten, belden we toch aan. Een rabbi verscheen in de deuropening en begroette ons met een vriendelijk Shalom.

Onderzoekend keek hij ons aan, zichtbaar verrast toen ik hem de witte rozen door de tralies aanreikte en uitlegde dat we in ons hart met hen zijn, hun verdriet delen en bidden voor vrede. Zijn aanvankelijk terughoudende blik verzachtte en op zijn gezicht verscheen een warme glimlach -dankbaar, bijna verbaasd over dit kleine menselijke gebaar. Hij vertelde dat hij geraakt was, dat ze weinig vrienden hebben en dat het goed deed te weten dat er nog mensen zijn die hen een warm hart toedragen. Hij nam de bloemen aan in dankbaarheid namens de gemeenschap die vandaag bijeen zou komen.

Het moment duurde hooguit twee minuten. Er werd weinig gezegd, maar de uitwisseling door de tralies heen was intens en oprecht. De rabbi, klein van stuk, richtte zich op in zijn volle lengte en zegende ons, onze familie, onze kinderen. Liefdevol sprak hij de hoop uit van vrede tussen alle mensen. Heel even leek de drukte van Palma te verdwijnen. Alsof wij de enige drie mensen waren in de hele stad. Tranen prikten achter mijn ogen. Met een stille groet namen we afscheid.

Op de hoek van de straat, nauwelijks twee meter verder, kon ik mijn tranen niet meer bedwingen. Een moment van pure onmacht en diepe ontreddering over het grote leed dat mensen elkaar aandoen en het onvermogen om te leren van het verleden, ontnam me de adem. Snikkend zocht ik troost tegen het sterke hart van mijn man.

Voor mij voelde dit kleine gebaar als een gebed in stilte.
Een manier om, midden in een verdeelde wereld, toch iets van verbinding te brengen.

Soms lijkt de wereld zo verscheurd dat woorden tekortschieten.
En toch geloof ik dat juist de kleinste daden - een bloem, een groet, een glimlach of een stil gebed - de draad van menselijkheid kunnen versterken.

Vandaag brandt mijn kaars voor alle slachtoffers, aan welke kant van de tralies zij ook staan.

Moge liefde ons ooit leren wat strijd nooit kan brengen: vrede.

 

Love is the answer

Early this morning, I woke up. It’s October seventh.

Two years ago, the brutal attack by Hamas took place. I tried, in vain, to close my eyes again, but the images of that day can never be unseen. They are engraved upon my heart.

And I know: nothing I do or say can undo what happened that day — or what still continues. Yet I long to do something. In my heart lives a deep compassion for the victims of that violent attack, and for all who have suffered since. I think of the hostages, their families and friends, and of all the sorrow born from this act of terror.

I didn’t quite know how to let my Jewish brothers and sisters know that I grieve with them, that I remember with them. But over the past few days, a quiet idea slowly began to take shape.

And so, during our holiday, this October seventh began with a search for a florist. In our best Spanish we explained that we wanted seven white roses. The kind-hearted lady disappeared into her storeroom and returned with a large box, from which she gently chose seven beautiful blooms and tied them into a simple bouquet.

My husband and I, each wrapped in our own thoughts, continued our way to Palma. He had already found where the synagogue was located, and soon we were standing before it — or rather, before a heavy wrought-iron gate. Behind it stood an equally solid wooden door, slightly ajar. Unsure whether to simply leave the flowers, we decided to ring the bell. A rabbi appeared in the doorway and greeted us with a gentle Shalom.

He looked at us with curiosity, visibly moved when I handed him the white roses through the bars and told him that we hold his people in our hearts, that we share their sorrow and pray for peace. His initial reserve softened, and a warm smile spread across his face — grateful, almost amazed by this small gesture of human kindness. He told us he was touched, that they have few friends, and that it meant a lot to know there are still people who care for them. He accepted the flowers with gratitude, on behalf of the community that would gather later that day.

The moment lasted no more than two minutes. Few words were spoken, yet the exchange through the bars was tender and sincere. The rabbi straightened to his full height and blessed us — our family, our children. With quiet love he voiced his hope for peace among all people. For a moment, the noise of Palma faded away, as if we were the only three souls in the whole city. Tears welled up behind my eyes. With a silent nod, we said goodbye.

At the corner of the street, barely two meters away, I could no longer hold back my tears. A wave of helplessness and deep sorrow washed over me - sorrow for the immense pain people inflict upon one another, and for our inability to learn from the past. Sobbing, I sought comfort against my husband’s steady heart.

For me, this small gesture felt like a prayer in silence -
a way to bring, in the midst of a divided world, a little touch of connection.

Sometimes the world feels so torn apart that words fall short.
And yet I believe that it is precisely the smallest acts -
a flower, a greeting, a smile, or a silent prayer -
that can strengthen the fragile thread of our shared humanity.

Today, my candle burns for all victims,
on whichever side of the bars they may stand.

May love one day teach us what conflict never can: peace.