donderdag 30 november 2017

Message Understood!

Laverend tussen de vele wagentjes, vul ik mijn kar. Ik hou van boodschappen doen, van de volle schappen, de ongelooflijke rijke keuze. Ik geniet van al die mensen, van opa's met kleinkinderen die ze verwennen en moeders met vermoeide huilende en naar rust snakkende baby's, van kinderen met kleine karretjes die tegen je enkels aan rijden en van personeel dat vakken vult en van verveelde kassieres van wie je dan toch nog een glimlach krijgt, van zinloze aanbiedingen, van vrolijke muziek, waarop ik dan kan meezingen en dansen en dat mensen dan verstoord kijken (vooral mijn dochters). Van een pak melk op de grond met een bordje erbij: pas op, glad! Van producten die ik eigenlijk niet nodig heb, van de groeiende keuze in biologische producten en de Vegetarische Slager. En natuurlijk van spontane ontmoetingen, waarin soms een boodschap zit.

En daarvan kun je verzekerd zijn in zo'n dorpssuper! Je haalt niet alleen boodschappen voor in je kar. Soms krijg je gratis een ander soort boodschap. Deze komt dan in de vorm van een blik of een houding van 'sorry, geen tijd, geen zin, geen puf'; ik ken het maar al te goed. Lichaamstaal spreekt boekdelen. Als iemand met een charmante zwier het boodschappenkarretje tussen jullie in plaatst en zelf een meter achteruit stapt, armen over elkaar slaat, dan is dat een duidelijke boodschap en dan zeg ik: Message understood!

Gisteren liep ik in de super mijn oude kapper tegen het lijf, Gérard. Hij laat van enthousiasme zijn boodschappen vallen en begint honderduit te praten. 'Ja, het gaat goed' en ja hij is nu 79 jaar en nog helemaal actief.  Hij voert een vurig betoog dat hij altijd blijft werken, helemaal niet doet aan de pensioenleeftijd. Dat werken fit houdt en dat iedereen maar achter de over-de-pensioenleeftijd-zanikende-meute aan loopt.

'Iemand roept wat en iedereen rent er blind achter aan. Je hebt die grijze massa niet voor niets gekregen; gebruik het! Blijf gewoon werken; iets minder dan vroeger misschien, maar gewoon onder de mensen, handen uit de mouwen. Kijk maar naar mij'. 


En ja, als ik naar hem kijk dan zie ik een enthousiaste jongeling van 79 jaar: fit, sterk en gezond en vol verlangen naar de rest van zijn leven. 'Mijn boodschap?', vraagt hij en zonder op het antwoord te wachten, zegt hij vurig: 'Gewoon doorgaan met werken en in beweging blijven. Larie die pensioenleeftijd. Zolang je kunt, moet je gewoon een bijdrage leveren aan alles en iedereen om je heen!'.

Met een warme handdruk en een 'het ga je goed' scheiden onze wegen.

en ik zeg: 'Message Understood!'

dinsdag 19 september 2017

De ontmoeting

Als jonge vrouw kwam ik wel eens bij een gezin thuis, waarvan de vader Alzheimer had. De familieleden om hem heen praatten vaak alsof hij er niet bij was. Ik voelde pijn. Ze spraken over ‘hem’ of ‘hij’ en knikten dan zijn kant uit alsof hij er niet was. Maar als ik in zijn ogen keek, wist ik dat ‘hij’ er gewoon wel was. Dat deze ‘hij’ invoelend, intelligent, sensitief aanwezig was. De term ‘bewustzijn’ kon ik er toen nog niet aan geven, maar nu krijgt dat wat meer betekenis.

De afgelopen maanden mag ik regelmatig een hoogbejaarde dame met Alzheimer een metamorfose massage geven. Voorover gebogen schuifelt zij aan de hand van haar liefdevolle dochter de massage ruimte in. Haar fysieke gestel neemt langzaam steeds meer af en haar woorden zijn vaak warrig, net zoals haar blik. Op de massagetafel ontspant ze al snel en na verloop van tijd ontstaat er een diepe rust in haar. De liefdevolle en aandachtige aanraking van een metamorfose massage heeft een heilzaam effect. In de stilte die zich aandient, verdwijnen de sluiers die voor het bewustzijn zijn geschoven en er ontvouwt zich een diep contact, waarin geen woorden zijn, geen gedachten, alleen maar zijn. Samen zijn in liefde.

Tegen de tijd dat de metamorfose massage wordt afgerond, slaat zij haar ogen op, die nu helder kijken. Ze zucht en haalt diep adem en zegt duidelijk en bijna verontschuldigend: ‘Ik kan de woorden de laatste tijd niet meer zo goed vinden maar wat was dit een mooie ontmoeting.’ De liefde straalt uit haar. Op haar gezicht glijdt een warme glimlach en ze knijpt stilletjes in mijn hand. Dankbaar kijk ik in haar ogen. Dankbaar voor haar vertrouwen en dankbaar dat zij mij laat ervaren waar en hoe we elkaar echt ontmoeten.

Het moment glijdt voorbij en hoewel we beiden ervaren hoe de sluiers zich langzaam vormen, verdiept zich de verbinding.

  29/11/15

maandag 18 september 2017

Delen

Hoe belangrijk is het om het leven te delen? Vreugde en verdriet in alle volheid te voelen? Twijfels te onderzoeken? Dromen na te jagen? Hartstocht te uiten? Elke dag dankbaar te beginnen en te eindigen?

Afgelopen week hebben we afscheid genomen van drie lieve mensen om ons heen, drie lieve mensen die anderen om hun heen diepgaand hebben aangeraakt, die midden in het leven hebben gestaan. Mensen met emoties, verlangens, behoeftes, angsten, net zoals jij en ik. De afgelopen dagen werden een aaneengeregen strengel van liefde en wat steeds terugkwam waren diepe gevoelens, zo goed mogelijk in woorden gevat. Liefde voor hun partner, kinderen, familie en vrienden. Kracht om uit de diepste dalen te kruipen. Moed om de zwaarste beproevingen te doorstaan. Schoonheid, waarmee ze hun leven hebben gevuld. Warmte, die ze hebben uitgestraald op hun omgeving. Inspiratie, die ze voor velen zijn geweest…simpel door te zijn wie ze zijn.

Tranen van diep verdriet mengen zich met tranen van geluk. Woorden van onmacht wisselen af met woorden van dankbaarheid. Gevoelens van verlies worden verzacht door warme herinneringen, die blijvend in onze harten zijn opgeslagen…als kleine geschenken rusten ze daar, als een onuitputtelijke bron.

Met dikke ogen slaan we onze armen om elkaar heen, delen we het verlies, verwarmen ons aan elkaar en dragen we vanuit ons hart het diepste leed met elkaar, door elkaar, voor elkaar..in ongekende eenvoud en eenheid.

Het verlies maakt ons stil, stiller dan we ooit waren en vanuit die stilte klimmen we weer op, naar de volheid van het leven..elk moment dat we met elkaar hebben, is kostbaar, is uniek en het lijkt me alsof we steeds weer een kans krijgen. Hoe stiller het is des te meer wordt het zichtbaar, tastbaar, voelbaar..de tijd die we in dit leven met elkaar hebben, is ons gegeven..elk moment is als een persoonlijke uitnodiging dit kostbare leven met elkaar te delen in liefde en licht.







1/11/12

vrijdag 25 augustus 2017

Ik? Kind, ik ben allang verlicht!

Mijn moeder leidt me door haar tuin. Met mijn arm stevig door de hare gaan we stap voor stap langs de borders. Bij elke plant vertelt ze iets: 'Dit hoekje was een rotzooi; dat heb ik uitgemest. Dit plantje woekert; mijn hele tuin zat onder, die heb ik flink onder handen genomen. Hier zitten allemaal slakken in. Ik heb er laatst weer drie uitgeplukt. Deze boom laat ik elke vijf jaar snoeien, want anders wordt hij te groot.' Op de plekken waar niets staat, wijst ze dat ze daar net heeft geschoffeld en dat daar nieuwe heide komt binnenkort. De aarde is in rechte lijnen keurig aangeharkt. Helemaal Zen. Er zit een jeugdig enthousiasme in haar, die ze ondanks haar respectabele leeftijd van 83 én de zorg voor mijn vader niet verliest.

In het zonnetje genieten we van geurende thee. Uit een kopje. Met een schoteltje. En een bastognekoek. Dat is de enige koek, samen met een Jodenkoek, die ik in mijn koffie of thee mag dopen. Omdat zij het ook doet. Anders had het niet gemogen natuurlijk.

Terwijl we zo zitten, vertelt ze dat ze vaker nadenkt over het leven en de dood. Hoe vergankelijk alles is, hoe snel alles voorbij gaat. We spreken over de kracht en tevens kwetsbaarheid van het bestaan. Over hoe onze kinderen weliswaar uit ons lichaam geboren zijn, maar volledig vrije zielen zijn. Zelfstandig, vrij van ons. Ze worden dóór ons geboren; we zijn een geboortekanaal maar eenmaal geboren, gaat ieder zo zijn eigen weg, sommige momenten delen we met elkaar en andere weer niet. We delen openlijk over onze gevoelens daarover. Een fijn gesprek, van vrouw tot vrouw, van hart tot hart. Gedeelde dankbaarheid.

Ze zegt dat het werken in de tuin haar zo gelukkig maakt en ze vertelt over haar onderonsjes met God over de dingen die in haar hart leven. We benoemen eenzaamheid en alleen-heid en dat daar een belangrijk verschil in zit. Ik vertel haar over de eenzaamheid die ik de laatste tijd ben tegengekomen en hoe die - door geen afleiding te zoeken - langzaam transformeert. Dat ik kan ervaren dat er iets is dat altijd aanwezig is; iets dat er was toen ik vijf jaar was, toen ik vijftien jaar was en ook nu en dat dat er dus kennelijk altijd is en dus ook altijd zal zijn, onveranderd. Ik vertel haar dat Naropa daar altijd naar verwijst.

Ze kent de naam van mijn spiritueel leraar inmiddels goed en de weerstand die er was, is gelukkig weggeëbd. Mijn moeder kijkt me indringend aan en zegt dat ze dat altijd heeft gezien, dat ik als kind altijd al de weg naar binnen ging, altijd dieper zocht, 'anders was' en voegt eraan toe: 'Ik kan goed voelen waar je het over hebt'. Ik voel me aangemoedigd door haar oprechte aandacht en merk dan op hoe fijn het is als je altijd vanuit die onveranderlijke aanwezigheid zou mogen leven. 'Tja, zegt mijn moeder', ietwat sceptisch 'dan ben je een heilige, dan ben je verlicht'.

'Mam, wilt u dan niet verlicht zijn?', de vraag rolt spontaan uit mijn mond. Het blijft even stil en dan zegt ze met een serieuze stem: 'Ik? Kind, ik ben allang verlicht!'.

Een moment kijken we elkaar stil aan en dan schateren we het uit.

Ik voel me wat oenig: natuurlijk is ze verlicht! Is niet iedereen verlicht? En zijn we dat niet gewoon vergeten? En dat we het vergeten zijn, wil niet zeggen dat het er niet is, dat het weg is, dat het afwezig is. Wíj zijn misschien wat afwezig, afgeleid, afgedwaald. Maar dat wat onveranderlijk aanwezig is in ons allemaal, is present, beschikbaar, geduldig in liefde wachtend. Een kostbaar present dat zichzelf steeds opnieuw presenteert.

Zoals Naropa het zo mooi verwoordt: 'Als  het licht aan gaat, dan schijnt het vanzelf. De presentie.'


dinsdag 22 augustus 2017

De laatste gepofte kastanje?



Stilletjes loop ik in Wandelbos Groenendaal langs een rij kastanjebomen. Mijn blik wordt door een aanhoudend geritsel omhoog getrokken. Ik zie de laatste dorre bladeren vreugdeloos aan de verkleurde takken hangen. Veel te vroeg op de grond gevallen dode bladeren verpulveren onder mijn voeten.  Het geheel vormt een schril contrast met de zomer, waarin juist alles in volle bloei zou mogen staan. Een alarmerende en mistroostige aanblik. Veel mensen lopen nietsvermoedend langs de aangetaste bomen, waarin in stilte een overlevingsgevecht gaande is; denken dat het door een zomers stormpje komt of hebben het gewoonweg niet in de gaten.

De kastanjebomen worden al jaren belaagd door de mineermot, een kleine nachtvlinder, die zich een weg baant in de bladeren en een bron van verspreiding van schimmels en bacteriën vormt. In parken, in privétuinen, in bossen, overal pik je de kastanjes er zo tussenuit. Ze zijn allemaal ziek. Niet alleen van de mot, maar inmiddels heeft een andere ziekte zich aangediend en het heeft een naam, weet ik inmiddels: de kastanjebloedingsziekte, veroorzaakt door een hardnekkige bacterie. Klink pijnlijk.

Al jaren valt het me op dat de kastanjebomen er steeds slechter en zieker gaan uitzien. Op diverse plekken in het land wordt getracht de kastanjes te redden en als dat niet meer mogelijk blijkt, worden de kastanjes omgezaagd en vervangen, zoals op de Vrijheidsdreef in Heemstede.

Bomenkenners proberen de kastanjes uit het vuur te halen door allerlei bestrijdingsremedies te bedenken voor zowel de mineermot als de bloedingsziekte. Van het opwarmen van de bomen tot het inspuiten van knoflook. Helaas is een verlossende en vooral blijvende remedie voor de bloedingsziekte nog niet gevonden. Wat kan helpen tegen de bestrijding van de mineermot, is het opruimen van de dode bladeren in het najaar, maar ik denk niet dat we jonge ouders met hun kinderen zover krijgen om in plaats van kastanjes, dode bladeren te gaan rapen? Geen deuk aan natuurlijk. 

Geen remedie, betekent dat het einde van de kastanje? Is de tijd van kastanjes rapen, van poppetjes maken met stokjes, van spinnenwebben maken, van kastanjes poffen, van het vol wonder aanschouwen van de karakteristieke vorm van een kastanjeblad, voorbij? 

Naast de kastanjebloedingsziekte zijn ook de elzen getroffen door een vernietigende schimmel en ook deze bomen pik je er zó tussenuit. Is het milieu zo uit balans dat de natuur haar zelfherstellende kracht verliest? Zelfs in Heemstede?

Hebben we onze laatste kastanje gepoft?

dinsdag 15 augustus 2017

Ik? ... Ik heb dat echt nooit!

Na een lange dag werken, bedenken wat te eten, te koken en te eten, gaan mijn man en ik even mediteren. Behaagelijke temperatuur, stevige ondersteuning in mijn rug. We zijn er klaar voor. Samen zitten we op de bank, een diepe ontspanning komt over me en ik merk dat ik langzaam maar zeker wat afdrijf en ongemerkt beleef ik in mijn hoofd een spannende actiefilm met mezelf als heldin in de hoofdrol en zie in een hoge, smalle toren de wenteltrap onder me afbrokkelen. We bungelen boven een afgrond en hangend aan één arm kan ik mijn dochter nog net vastgrijpen. (Spielberg verbleekt hierbij).

Ergens vanuit de verte sijpelen geluiden mijn 'droomwereld' binnen en ik hoor mijn jongste dochter van de trap af denderen. Stampend komt ze de kamer binnen vallen. Dan mindert ze vaart als ze opmerkt dat we zitten te mediteren. Inmiddels ben ik losgescheurd uit de film, die zich in mijn hoofd afspeelde en land weer veilig op de bank, mezelf verbazend over de trekkracht van zo'n gedachte.

'Hoi schat', zeg ik terwijl ik mijn ogen open. 'Ik hing net met jou aan een touwladder in een kerktoren. De trap was ingestort en ik moest je redden'.  'Maar mam', mijn dochter zet grote ogen op, 'het is toch juist de bedoeling dat je niet denkt tijdens mediteren??' Ze benadrukt het woordje 'denkt' en haar gezicht spreekt boekdelen.

'Haha, ik verbaasde me er ook al over. Waar komen ze vandaan, hè? Bizar gewoon. En gedachten kun je heus niet aan- en uitzetten hoor! Die zijn er gewoon en als je erin meegaat, dan is het de kunst om ze met rust te laten. Zoals een trein die voorbij gaat of zoals een wolk in de lucht'.

Nu moet mijn dochter niets weten van alles wat ook maar enigszins met meditatie te maken heeft en kennelijk was dit al te veel uitleg, want ze vervolgt: 'Mam! hou maar weer op, wat een onzin allemaal.'

Mijn man zit nog onbeweeglijk naast me, met gesloten ogen in lotus houding. Mr. Serenity Himself. Mijn dochter went zich nu tot hem: 'Heb jij dat ook, dat je in één keer aan van alles moet denken?'. Hij zit erbij als een tevreden buddha die zijn lachen bijna niet meer kan houden en zegt met een uitgestreken gezicht: 'Gek hè, dat mama daar nog zo'n last van heeft! Ik? ...Ik heb dat echt nóóit'.


woensdag 19 juli 2017

Een telefoongesprek met mijn vader

Bzzzzz bzzzz bzzzz! Een aanhoudend, langzaam aanzwellend geluid bereikt mijn geconcentreerde brein. Het rondje op mijn telefoon licht groen op: ‘Hey, mijn ouders'. Mijn ouders bellen niet vaak en als ze bellen, is er iets aan de hand.

Mijn vader meldt zich:
‘Ja, met je vader.’ (mijn vader belt echt al helemaal nooit)
‘Je zult wel denken: ‘Je vader belt nooit’ (kan hij gedachten lezen?), maar ik word net wakker en je moeder is er niet.’
'Waar is ze dan?’
'Weet ik niet.'
'Heeft ze niet tegen u gezegd waar ze is?'
'Nee, beslist niet.' Hij lacht er een beetje bij. (Zo ondenkbaar is het niet, want hij vergeet aldoor van alles)
'Kan het zijn dat ze het wel heeft gezegd, maar dat u het misschien bent vergeten?'
'Nee, dat al helemaal niet!', zegt hij nu met schaterende stem.

Vader vervolgt dat hij met het - overigens door hem zwaar bestreden - trapliftje naar beneden is gegaan, maar dat dat ding halverwege is blijven steken. Met gevoel voor drama, laat mijn vader hier een pauze vallen en vervolgt dan gekscherend:
‘AHA...en nu vraag jij je natuurlijk af hoe ik bij de telefoon kom!'. Hij kan soms onverwacht scherp en geestig uit de hoek komen, dus ik speel zijn grapje mee: ‘Maar pap, hoe kom je dan bij de telefoon?’.

Ik hoor de glimlach in zijn stem als hij met gepaste trots meldt dat hij uit het liftje is gespróngen. 'En je kent je vader: dat springen is wat overdreven, maar ik heb me er toch weten uit te manoeuvreren en ben naar beneden geklommen’.

We moeten er allebei om lachen. Mijn vader is 88 jaar en met mate mobiel. Mijn moeder is zijn steun en toeverlaat. En dan ziet hij toch kans om uit een lift te klimmen, een gevaarlijke, steile draaitrap af te klauteren en dan ook nog mijn telefoonnummer weet te vinden. Een hele toer.

'Waar bent u dan nu?'
'In mijn stoel.'

Ik complimenteer mijn vader voor zijn goede actie en verzeker hem dat ik mama zal bellen en vraag hem rustig in zijn stoel te blijven totdat ik meer weet.

'Rustig? Rustig?' , buldert hij. 'Weet je wel hoe hard die lift staat te piepen? Ik kan wel rustig zijn, maar dat ding is op tilt! Geef me dat nummer maar voor die installateur, want dat ding deugt niet.'

Terwijl ik bedenk wat te doen, licht het groene rondje weer op:
‘Ja, met je moeder, ik was even aan het varen met je zus en alles is nu weer rustig en opgelost hoor’.

Het groene rondje dooft weer en de verbinding is verbroken.

Terwijl ik mijn aandacht weer richt op mijn werk, zie ik mijn vader zitten, op zijn stoel en gniffel: hij mag dan slecht ter been zijn, maar hij weet nog steeds op de juiste knoppen te drukken.