woensdag 2 april 2025

De kracht van wie we zijn

Een paar weken geleden werd ik geraakt door een tekst van Norman Cousins*:

'Just as there is no loss of basic energy in the universe, so no thought or action is without its effects, present or ultimate, seen or unseen, felt or unfelt.'.

Ik moest even de vertaling erbij halen om het helemaal tot me door te laten dringen: 'Net zoals er geen verlies is van fundamentele energie in het universum, zo is geen gedachte of daad zonder effect, nu of uiteindelijk, gezien of ongezien, gevoeld of ongevoeld.'

Deze quote kwam meer tot leven toen ik kort daarop een christelijke film zag over Franciscus van Assisi, een man die meer dan duizend jaar geleden leefde (rond 1200). De film verhaalt over hoe Jezus, een zaadje van inspiratie plantte dat eeuwen later opbloeide in het hart van Franciscus van Assisi. En Franciscus? Hij werd op zijn beurt weer een licht dat duizenden mensen raakte – tot op de dag van vandaag. Hij werd geprezen als een krachtig leraar, maar het was niet zozeer wat hij zei, wat harten in beweging bracht, maar bovenal zijn eenvoudige, onzelfzuchtige leven, zijn diepe ervaring van God, die zijn boodschap kracht gaf.

Tegen het einde van zijn leven, tijdens een zware tocht door de bergen, begaf Franciscus’ gezondheid het, zo gaat één van de verhalen over zijn leven. Zijn metgezellen klopten aan bij een boer om een ezel te lenen, zodat hij niet langer hoefde te lopen. Toen de boer hoorde voor wie de ezel bedoeld was, stapte hij naar buiten en vroeg: 'Ben jij die Broeder Franciscus waarover zoveel wordt gesproken?' Een knik van een van Franciscus’ metgezellen was genoeg. De boer vervolgde: 'Zorg er dan voor dat je in werkelijkheid net zo goed bent als men zegt, want velen stellen hun vertrouwen in jou.' Deze woorden troffen Franciscus diep. Ontroerd kuste hij de boer, dankbaar voor deze eenvoudige maar krachtige herinnering. (menigeen had zoiets juist als een aanval gezien, maar Franciscus zag dat o zo anders).

Wij leven niet als arme broeders en zusters in het middeleeuwse Italië, maar de les blijft onveranderd: ons leven is een voorbeeld, of we dat nu willen of niet. Niemand kan zeggen dat zijn/haar leven er niet toe doet, dat onze woorden geen verschil maken. Elke stap die we zetten, elk gebaar dat we maken, zendt rimpelingen uit – soms klein en onzichtbaar, soms groots en transformerend.

Dan vraag ik mezelf af: 'Wat voor licht werp ik de wereld in? Welke intentie, bewust of onbewust straal ik uit?'. Want net als Franciscus, hoe eenvoudig ons bestaan ook lijkt, heeft ieder van ons de kracht om anderen te inspireren – niet alleen met wat we zeggen, maar vooral door wie we zijn. 

Dat maakt stil, bescheiden en brengt ook een gevoel van ontzag.

En jij, welke rimpeling van licht stuur jij de wereld in, misschien wel juíst door te zijn precies zoals je bent? 💫💗


www.silent-touch.nl


 *Norman Cousins: Amerikaanse auteur, journalist, die zich inzette voor wereldvrede


zondag 23 maart 2025

"Goedem-oortjes'

Manlief en ik, prettig gestoord als we zijn, groeten alles en iedereen die we tegenkomen op onze dagelijkse wandelingen. De honden die we inmiddels kennen, krijgen een aai of een koekje, soms een kort praatje met hun baasje. Maar ook het roodborstje dat ons aankijkt, de merel die zingt, de mus die voorbij flitst – ze krijgen een “Goedemorgen” van ons. Nu het voorjaar is, antwoorden ze met hun eigen, hoogste lied. Zelfs de kleintjes in kinderwagens, voortgeduwd door een opa of oma, krijgen een glimlach, die vaak wordt teruggekaatst.

Ik hou ervan: dit soort kleine ontmoetmomentjes. Een spontaan “Mooi weertje, hè?” tegen een voorbijganger, een hand opsteken, een kort kletspraatje – het maakt de wandeling meer dan alleen maar stappen zetten en de dag net wat lichter.

Toch merk ik de laatste jaren iets anders. Geen klacht, meer een stille constatering. Steeds vaker kom ik mensen tegen die er niet helemaal lijken te zijn. Deze ‘niet aanwezigen’ lopen achter kinderwagens of naast hun honden, maar ze zijn niet echt ‘aangelijnd’ in het moment. Ze hangen ergens in een digitale wereld, ver van het nu.

Ze horen de vogels niet, noch de vraag van hun kind, noch onze groet. Pas als hun hond blaft of hun kleuter ineens iets roept, schrikken ze op, kijken even om zich heen en mompelen wat. Soms, als je geluk hebt. Anderen lopen door, verdiept in hun podcast of muziek, terwijl de wereld langs hen heen glijdt – de fluitende vogels, het groeiende gras, de wuivende bomen, een ander mens die passeert.

Het is hun goed recht, natuurlijk. Iedereen kiest zijn eigen pad. Vrij land, vrije oortjes! Maar toch vraag ik me af: hoe zien we wat de wereld nodig heeft als we haar niet horen, niet echt zien? Hoe krijgen we oog voor Moeder Aarde als we alleen nog luisteren naar onze eigen playlist, een podcast – hoe boeiend ook – of wat Siri ons influistert?

Steeds vaker begint onze groet spontaan met een “Goedemmm…” en eindigt in een lakoniek “Goedemmm-oortjes”. Het is een inside grapje geworden tussen ons, dat “oortjes”, maar het laat me niet helemaal los.

Herken je het? Of begin ik nu officieel oud te worden? Laat het me weten, ik ben benieuwd. Ondertussen groet ik morgen weer vrolijk verder – oortjes of niet.

 

www.silent-touch.nl

donderdag 13 maart 2025

Het licht van de laastse adem (20)

Het lichaam van moeder werd de laatste maanden dunner, kwetsbaarder – ze bereidde zich voor op haar dood. Ze at minder, behalve als ze mee uit werd genomen, dan at ze meer dan ik. Steeds meer keerde ze naar binnen, sprak minder, reikte minder uit, maar merkte wel de zilveren schittering van een vliegtuig in de verte op, zuchtend van bewondering voor hun komen en gaan. Moeder schuifelde steeds voorzichtiger door haar kamer in het verzorgingstehuis. Plantjes werden trouw verzorgd door prachtige tere handen, ze keek wat televisie, ontdekte het plezier van in stilte een mooie kleurplaat inkleuren.

Haar gezicht lichtte altijd op als ze mij of een ander familielid zag. Haar gulle lach bleef en dan ging de hemel altijd een klein beetje open. Toch bereikte haar glimlach niet altijd meer haar ogen. Moeder was klaar om te sterven. En eigenlijk al heel lang.

We praatten er veel over in intieme en diepgaande gesprekken. De wolk van dementie verdween altijd weer als we zo van hart tot hart met elkaar spraken. Haar ogen stonden dan helder, net als haar stem.

Ze begreep niet waarom God haar niet allang had opgehaald, tenslotte was zíj er helemaal klaar voor. Moeder had een prachtig en voltooid leven waar ze vol dankbaarheid op terugkeek. Haar mentale lijden werd zichtbaar erger en voor haar ondraaglijk. Klagen, had ze niet geleerd en nooit gedaan, dus daar is ze ook op het laatst niet aan begonnen.

Wel bleven we de verborgen vragen en rafelrandjes onderzoeken. We spraken over ‘hemel en hel’ en hoe we beiden vertrouwden op een liefhebbende God en over de vrije wil en hoe die samenvloeit met Zijn Wil. Zelfs reïncarnatie kwam langs – elk moment, elk leven misschien een kans om te leren en te groeien.

‘Misschien heb ik nog iets te doen?’, vroeg ze regelmatig, haar ogen indringend in de mijne, alsof het antwoord in mij lag. Dan baden we samen of hielden elkaar vast, tot de rust kwam – een stilte die meer zei dan woorden.

Vlak voordat moeder in overgave door de poort van de hemel ging, begreep ik pas wat zij nog te doen had….in elk geval voor mij.

In mij leefde weerstand tegen euthanasie, diep geworteld in mijn katholieke opvoeding waar zelf kiezen om te sterven niet mag – geen nuance, geen uitzondering. De pastoor noemde het ‘moord’, een oordeel dat ik jaren (levens?) droeg. Niet eens dat de kerk het zíet als moord, maar dat het moord ìs. Een belangrijke nuance, die vol overgave werd verkondigd. Toch dwong moeders zorgvuldige voorbereiding me dat te onderzoeken.

Alles in mij wilde moeder volledig ondersteunen in haar langgekoesterde, besproken en vastgelegde wens. Ik wilde er voor haar zijn vanuit vrijheid en liefde, niet vanuit een kramp uit het katholieke geloof of angst. Ik wilde maar één ding: er voor mijn moeder Zijn in twijfelloosheid, zodat we ons beiden volledig vrij en gesteund voelden.

Op de vooravond van het overlijden van moeder kon ik deze angst pas helemaal overstijgen. Na periodes van zelfonderzoek, van het niet wegkijken van de twijfel, van contemplatie en meditatie, werd iets doorbroken. Er scheen licht op jarenlange, zo niet levenslange, angst voor de gepredikte hel en verdoemenis.

Er kwam ruimte voor vrije wil, voor keuze uit liefde en een verdiept respect voor moeder. Ook voor de pastoor groeide begrip – hij predikte wat hij geloofde, zoals het zijn taak was. Maar niet meer voor mij. Misschien is dat wat vrijheid echt betekent.

Moeder ging in helderheid, kracht, vertrouwen en liefde. Zo licht als een veertje viel haar adem in de grote Adem.

Ja, mam, u had nog wat te doen en dat heeft u gedaan. U wachtte tot de cirkel rond was. Dat is genade. Dat is liefde. Dat is wijsheid.

Het licht van haar laatste adem liet een schaduw in mij vervagen.
Openheid en vrede bloeiden op –
een liefde die ik elk mens toewens.



 

maandag 3 februari 2025

Een goede band (19)

“Heb jij nou altijd een goede band met jouw moeder gehad?", vraagt een vriendin naar aanleiding van de blogs die ik over mijn hoogbejaarde moeder en mij schrijf. In haar vraag hoor ik iets van ongeloof, misschien zelfs een vleugje achterdocht?

Spontaan begin ik een antwoord te typen, maar halverwege blijven mijn vingers hangen. Twijfelend in de lucht. Want wat is goed? Wat is een goede band? Wat is altijd?

Als iets altijd goed zou zijn, zou dat niet ongelooflijk saai en kleurloos zijn?

Zo’n vraag is zó gesteld, maar ik ben vast niet de enige die een moederdochterband in één woord goed of slecht zou kunnen noemen. Was het maar zo simpel, toch?

In een flits trekt mijn jeugd voorbij, mijn jongvolwassenheid, het moment dat ik zelf moeder werd en ook de jaren als moeder zijnde daarna. Verbazingwekkend hoe de mind al die ervaringen in een paar seconden kan proppen.

Wat ik wel weet: onze moederdochterband is zo sterk dat we tot op de dag van vandaag met elkaar praten, kunnen lachen, huilen en tijd kunnen doorbrengen zonder al te veel kleerscheuren. Dat zegt best al iets, toch?

Er is zorg en respect en we zijn met elkaar mee bewogen door de jaren heen. De ene keer in een vloeiende beweging en soms was het onhandig struikelend.

Er waren momenten van afstand en momenten van diepe verbondenheid. Gesprekken die stroef verliepen, misverstanden die pijn deden, maar ook dagen waarop we niet meer bijkwamen van de slappe lach.

Ik kan me nog steeds ongenadig irriteren aan mijn moeder en ik weet precies wanneer zij meent dat ik irritant ben. (Overigens heeft ze dan altijd ongelijk, uiteraard...en ik ben ook nooit irritant..natuurlijk ;-)).

We hebben elkaar spiegels voorgehouden, elkaar over en weer teleurgesteld, verwachtingen laten barsten als een te strak opgeblazen ballon. Maar we hebben ook veel vergeven, strijd vergeten en sommige obstakels samen genomen, andere genegeerd of onder de mantel der liefde bedekt. En die mantel is zacht en veilig. We hebben samen gelachen, gehuild, gewanhoopt, gebeden en elkaar steeds beter leren kennen en respecteren.

Na 62 jaar dochterschap blijkt deze band rekbaar en bestendig tegen alle weersomstandigheden. Ze buigt, maar breekt niet. Met wederzijds respect, liefde voor elkaar en wat humor, los je veel op. Waar een wil is, is een weg. Liefde is het antwoord.

Dementie wist de scherpe kantjes. Mijn moeder is veel vergeten en de herinneringen die zijn gebleven, zijn veelal mooi en liefdevol. Zelfs de meest pijnlijke familievetes hebben in haar herinnering niet eens plaatsgevonden. En wij laten dat vooral zo.


Wat moeder en dementie mij steeds weer leert? Leven in het nu!

Want dat is het enige dat er is.

zondag 2 februari 2025

Elegant tot het einde (18)

Dementie. Aan de buitenkant zie je niets, maar er gebeurt van alles in haar hersenen. Mijn moeder, 92 jaar, ziet er nog altijd keurig verzorgd uit. Dat is hoe ze het altijd heeft gedaan en dat ongetwijfeld wel zal zo blijven, tot het einde. Haar haren netjes gekapt, haar kleding onberispelijk, haar kamer opgeruimd. Routine is haar houvast.

In haar kamer schuifelt ze wat rond, bladert gedachteloos door de krant, kleurt af en toe een plaatje in en drinkt koffie in de gezamenlijke huiskamer. Echt lezen of puzzelen lukt niet meer, maar dat deert haar niet – ze doet alsof. Net zoals ze vroeger problemen oploste: met een glimlach, schouders eronder en vooral geen geklaag. Want klagen, dat deed haar generatie niet.

Wat wél gebleven is, is haar gevoel voor stijl. “Keeping up appearances” zit in haar DNA. Ze geniet nog steeds van een goed glas wijn en een etentje op een prachtige locatie. Dat ze een uur later niet meer weet wat ze heeft gegeten, maakt haar ervaring niet minder waardevol. En de onze ook niet.

Onlangs zaten we met haar in een restaurant. We kozen haar lunch – keuzes maken is niet meer haar sterkste kant. Maar toen de wijn aan bod kwam, was er geen twijfel. Mijn man las de opties voor:

“Dry, fresh and elegant” of “Full, spicy and smooth”?

Ze trok haar al eerder in een blog beschreven keurig verzorgde wenkbrauw* op, keek hem met haar bekende, licht hautaine blik aan en antwoordde droog:

“Wat denk je zelf? Uiteraard elegant.”

En zo geschiedde.

 Wil je lezen over de * wenkbrauwentaal van moeder? Klik hier!