Ik kijk hem aan, terwijl ik zijn huid van zijn kin span. Nooit gedacht dat ik ooit mijn vader zou scheren, maar daar sta ik dan in zijn kamer. Hij zit recht op in zijn rolstoel en uit zijn houding straalt nog steeds kracht en trots. Het is raar te zien dat hij bijna niets meer kan. Hij volgt mijn bewegingen nauwkeurig en mompelt steeds:
'Goh, het doet helemaal geen pijn!'. Nauwkeurig maak ik zijn wangen, zijn kin en nek stoppelvrij. 'Zo, nu ziet u er weer uit als mijn vader'.
Ik geef hem mijn kleine handspiegeltje, maar hij kan het niet zien. 'Goh, het doet helemaal geen pijn!', zegt hij weer verbaasd. Ik maak me zorgen...zou het dan normaal wèl pijn doen?
Samen luisteren we in zijn kamertje naar de Kroningsmis van Mozart. Tot vervelends toe moesten we dat vroeger aanhoren. Hij maande ons dan tot stilte en dan liepen we op kousenvoeten door het huis, terwijl mijn vader vanuit zijn stoel een orkest aan het dirigeren was. Hij keerde dan helemaal naar binnen en bewoog heftig met zijn armen in de lucht en zong uit volle borst mee. Superbelachelijk, vond ik dat.
Nu is het heerlijk om samen met hem te zitten, te luisteren naar 'zijn' muziek, zoals hij dat zelf zegt. Daar is niets superbelachelijks meer aan. Zodra hij de eerste tonen hoort van het 'Gloria' gaat er een huivering door hem heen. Hij richt zijn handen weer naar de hemel. Nu glimlach ik en ik begrijp hem. Je kunt je handen bij zoiets schitterends toch niet stilhouden? Hij smelt bij het Kyrie. En zijn ogen vullen zich met tranen bij het Credo.
'Zóóóó mooi', stamelt hij.
Ooit moest de muziek knalhard en nu maant hij me dat ik het volume moet temperen. Ooit kon hij een hele zondag vullen met deze muziek en nu kan hij hooguit 15 minuten luisteren. Het wordt hem te veel..'Moet ik niet al eten?', vraagt hij bezorgd.
Ik breng hem weer naar de gemeenschappelijk huiskamer, waar hij 'zijn' plekje inneemt. Het is etenstijd. Een medebewoonster vertelt hem een verhaal waar geen begin en eind aan zit.
'Excuseer mij, ik ben nu even de draad kwijt', zegt hij beleefd en de dame begint opnieuw. Beiden glimlachen. Ze lijken het wel goed te kunnen vinden.
Als ik wegga, geef ik hem een kus en groet de andere bewoners.
'Ho, ho, waarom groet jij iedereen? Ik ben toch je vader? Je hoeft alleen mij maar te groeten!'.
'Ja, maar pap, ik ben netjes opgevoed en ik groet dus iedereen, maar u krijgt dan mijn óppergroet'.
'Dan is het goed!, zegt hij gerustgesteld: 'Gloria in excelsis Deo!' voegt hij er met kracht achteraan en ik zie her en der een knikkend hoofd van de andere bewoners omhoogschieten.
Alzheimer heeft niet overal vat op!
Luister hier naar een versie van
het 'Gloria in excelsis Deo!'.
www.silent-touch.nl
Posts tonen met het label Mozart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mozart. Alle posts tonen
zondag 21 oktober 2018
dinsdag 10 juli 2018
Vergeetachtige charme
'Waar breng je me helemaal naar toe?'. Mijn vader beweegt ietwat verward zijn hoofd van links naar rechts. 'Ik ken het hier helemaal niet! Ken jij het hier dan wel? Hoe ken jij de weg hier?'. Mijn vader herhaalt deze zinnen elke keer als ik met hem wandel.
Ook al vallen de mussen van het dak, hij zit van top tot teen ingestopt en dan nog herhaalt hij: 'wat is het koud zeg'. Ik loop hijgend van de warmte achter zijn rolstoel en trap mijn sandalen uit. Heerlijk om de warme stenen te voelen onder mijn blote voeten. Regelmatig lopen we hier, langs huizen, die hij maar armoedig vindt. Langs een flatgebouw, waarvan hij zich afvraagt wie zoiets lelijks kan ontwerpen. Elke keer verbaast hij zich weer over het voetbalveldje en het klimrek.
Het is vandaag snikheet. We stoppen langs de vaart bij een bankje en ik zet muziek aan: Requiem van Mozart. Hij werpt een afkeurende blik op mijn blote voeten en zegt de gevleugelde woorden: 'dat geeft geen pas', maar de woorden waaien op de tonen van het Kyrie met een klein briesje alweer voorbij.
We beluisteren een aantal stukken. Hij, met gesloten ogen, continu zuchtend: 'Práchtige muziek, práchtige muziek, práchtige muziek, práchtige muziek'. Met een hele lang uitgerekte 'a'. En ik: ik luister met hem mee. Mijn vader. Eindelijk kunnen we naast elkaar zitten en genieten. Van de omgeving, van niets zeggen, van de muziek. Geen ruzie, geen discussie, geen gedoe. Gewoon samen zijn. Is dat niet ware meditatie?
Mijn hondje, waarvan mijn vader al jaren placht te zeggen, dat het een ongehoorzaam beest is, waar hij niets van moest weten (en omgekeerd natuurlijk), springt pardoes op zijn schoot en laat zich uitgebreid aaien door de wat onhandige handen van mijn vader. 'Wat is die hond zwaar zeg..', moppert hij een paar keer. Maar zéven kilo, denk ik en vraag: 'Zal ik hem dan maar weghalen?'. 'Nee, nee, zeker niet, het is zo'n lieve, rustige hond en ze gedijt goed bij deze muziek'. Hij klinkt beschermend en verbaasd.
Mijn vader kan zich niet zo veel meer herinneren, maar hij kan zeker wel genieten van dit soort kleine momenten. Opgeruimd groet hij met een uitermate beleefd gebaar iedereen die hij tegenkomt. Met een elegante beweging licht hij met zijn grote hand zijn strooien hoed iets op en knikt vriendelijk. De mensen staan dan even stil en iedereen is zichtbaar geraakt door dit subtiele gebaar. Ik voel een vertederde glimlach terwijl ik hem op mijn blote voeten voortduw en zelfs een bepaalde trots. Trots op mijn vader en dat hij iedereen zo groet. Op zijn unieke wijze.
Er is een deel van deze vergeetachtigheid die hem goed doet.
Ook al vallen de mussen van het dak, hij zit van top tot teen ingestopt en dan nog herhaalt hij: 'wat is het koud zeg'. Ik loop hijgend van de warmte achter zijn rolstoel en trap mijn sandalen uit. Heerlijk om de warme stenen te voelen onder mijn blote voeten. Regelmatig lopen we hier, langs huizen, die hij maar armoedig vindt. Langs een flatgebouw, waarvan hij zich afvraagt wie zoiets lelijks kan ontwerpen. Elke keer verbaast hij zich weer over het voetbalveldje en het klimrek.
Het is vandaag snikheet. We stoppen langs de vaart bij een bankje en ik zet muziek aan: Requiem van Mozart. Hij werpt een afkeurende blik op mijn blote voeten en zegt de gevleugelde woorden: 'dat geeft geen pas', maar de woorden waaien op de tonen van het Kyrie met een klein briesje alweer voorbij.
We beluisteren een aantal stukken. Hij, met gesloten ogen, continu zuchtend: 'Práchtige muziek, práchtige muziek, práchtige muziek, práchtige muziek'. Met een hele lang uitgerekte 'a'. En ik: ik luister met hem mee. Mijn vader. Eindelijk kunnen we naast elkaar zitten en genieten. Van de omgeving, van niets zeggen, van de muziek. Geen ruzie, geen discussie, geen gedoe. Gewoon samen zijn. Is dat niet ware meditatie?
Mijn hondje, waarvan mijn vader al jaren placht te zeggen, dat het een ongehoorzaam beest is, waar hij niets van moest weten (en omgekeerd natuurlijk), springt pardoes op zijn schoot en laat zich uitgebreid aaien door de wat onhandige handen van mijn vader. 'Wat is die hond zwaar zeg..', moppert hij een paar keer. Maar zéven kilo, denk ik en vraag: 'Zal ik hem dan maar weghalen?'. 'Nee, nee, zeker niet, het is zo'n lieve, rustige hond en ze gedijt goed bij deze muziek'. Hij klinkt beschermend en verbaasd.
Mijn vader kan zich niet zo veel meer herinneren, maar hij kan zeker wel genieten van dit soort kleine momenten. Opgeruimd groet hij met een uitermate beleefd gebaar iedereen die hij tegenkomt. Met een elegante beweging licht hij met zijn grote hand zijn strooien hoed iets op en knikt vriendelijk. De mensen staan dan even stil en iedereen is zichtbaar geraakt door dit subtiele gebaar. Ik voel een vertederde glimlach terwijl ik hem op mijn blote voeten voortduw en zelfs een bepaalde trots. Trots op mijn vader en dat hij iedereen zo groet. Op zijn unieke wijze.
Er is een deel van deze vergeetachtigheid die hem goed doet.
zondag 9 maart 2014
Hosanna!
Uitgerekend op de eerste dag waarin de fysieke Zon helemaal losbarst en met haar stralen vele schaduwen laat verdwijnen, hebben wij andere plannen. Ik hoor de vogels hun vrolijkste lied zingen. Iedereen bereidt zich voor om naar buiten te gaan. Alle kinderen mogen vandaag ‘met-zonder-jas-aan’ naar buiten. De terrassen stromen vol met uitbundige mensen. Op deze zonnige dag staat bij ons een concert op het programma. En niet zomaar een concert. Het requiem van Mozart. De dodenmis. Een groter contrast is er bijna niet.
Terwijl het leven buiten ontwaakt, gaan wij naar binnen om ons met de klanken van de dodenmis te omhullen. We laten ons meevoeren door de zware klanken van het afscheid, de schrille noten van angst en verdriet, de ingetogen melodie van de vraag om vergeving van zonden en de harmonieuze trillingen van het verlangen naar het eeuwige licht.
Het dak van het Concertgebouw wordt verlicht door de warme lentezon en de deuren staan uitnodigend open. Ik val even stil bij het idee dat de gezondheid van Mozart tijdens het componeren van dit stuk snel achteruit ging en dat hij zelfs overlijdt voordat de compositie af is. Ik verbeeld me dat hij - terwijl hij de heilige woorden van het Kyrie Eleison componeerde (Heer ontferm u ), vergezeld werd naar de kleurrijke vormloosheid van de innerlijke werelden, waar het eeuwige licht op hem schijnt.
Uiteindelijk wordt in dat contrast, de harmonie zichtbaar.
Aansluitend zoeken we zeker een terrasje op, om het leven te vieren, ons te baden in het zonlicht en met een biertje te toasten op het leven. Hosanna!
Terwijl het leven buiten ontwaakt, gaan wij naar binnen om ons met de klanken van de dodenmis te omhullen. We laten ons meevoeren door de zware klanken van het afscheid, de schrille noten van angst en verdriet, de ingetogen melodie van de vraag om vergeving van zonden en de harmonieuze trillingen van het verlangen naar het eeuwige licht.
Het dak van het Concertgebouw wordt verlicht door de warme lentezon en de deuren staan uitnodigend open. Ik val even stil bij het idee dat de gezondheid van Mozart tijdens het componeren van dit stuk snel achteruit ging en dat hij zelfs overlijdt voordat de compositie af is. Ik verbeeld me dat hij - terwijl hij de heilige woorden van het Kyrie Eleison componeerde (Heer ontferm u ), vergezeld werd naar de kleurrijke vormloosheid van de innerlijke werelden, waar het eeuwige licht op hem schijnt.
Uiteindelijk wordt in dat contrast, de harmonie zichtbaar.
Aansluitend zoeken we zeker een terrasje op, om het leven te vieren, ons te baden in het zonlicht en met een biertje te toasten op het leven. Hosanna!
Abonneren op:
Posts (Atom)


