donderdag 16 oktober 2014
Vrij als een vogel of Vogelvrij?
Een paar keer per week rijd ik langs de vaart bij ons op het dorp. Toen ik vandaag bij het stoplicht moest wachten, zag ik twee oude bekende. Die twee zitten daar wel vaker. Soms zitten ze aan deze kant van de vaart en soms aan de andere kant. Ze wijken niet veel van elkaars zijde en ik zie ze regelmatig dicht tegen elkaar aan zitten. De één leunt dan lief tegen de ander aan met het kopje op de schouder van de ander gevleid. De aanblik ontroert mij elke keer weer opnieuw.
Ik kan mij zo voorstellen dat ze al jaren bij elkaar zijn deze twee. Ze staan erom bekend dat ze monogaam leven en die verknochtheid stralen ze dan ook duidelijk uit. Ze zijn zich er niet van bewust dat ik ze zo vaak bewonder. In hun innige omhelzing, in hun eenvoud, in hun toewijding naar elkaar, in het gezamenlijk zitten. Zonder meer. Ze houden zich niet bezig wie er naar ze kijkt. Of ze de goede kleuren dragen of het mooiste huisje hebben. Geen zorgen dat ze te laat komen of dat er een regenbui aankomt. Ze zijn gewoon zichzelf, meer niet. De fietsers, de automobilisten gaan onopgemerkt voorbij. De enige keer dat ze van elkaars zijde wijken, is als er zorg is voor de kleintjes of als ze links of rechts een graantje kunnen pikken.
De eenheid, de kracht, de toewijding en de liefde die als vanzelfsprekend van dit paar afdruipt, raakt me diep.
Als ik wat later op mijn werk aankom en de krant opensla, lees ik dat de ‘plezierjacht’ weer is geopend. Geopend op dit stel. Ze zijn letterlijk ‘vogelvrij’ verklaard.
Mensen kunnen blijven jagen voor het eigen plezier totdat wij (en zij) er bij neervallen, terwijl we juist niet liever willen dan zelf zo vrij zijn als een vogeltje. De duif staat symbool voor o.a. vrede, liefde en trouw. Dat we dat als mens met plezier najagen, begrijp ik goed; dat we daar kogels bij gebruiken, iets minder.
woensdag 15 oktober 2014
Overgave
Wanneer we zijn als de rivier
die niet terugkeert naar wat ze is gepasseerd
noch vooruit loopt op wat komen gaat.
Dan zijn we als het water.
Vrij, vol van beweging en kracht
Dan zijn we het leven zelf.
Ieder moment nieuw.
door Sandra Rodenburg (13 oktober 2014)
dinsdag 30 september 2014
TimonLive 3 - zusje erbij: Hanty
Het wordt weer eens tijd voor een update. Ik heb er een zusje bij. En niet zomaar een zusje… Een Russisch zusje! Ze heet Hanty. Hanty zat in een Russisch asiel, waar de omstandigheden niet zo best waren. Mijn baasje vond dat zo zielig voor Hanty dat hij haar moest adopteren. Hij was op slag verliefd geworden op deze mooie Russin. Een maand geleden is ze met het vliegtuig naar Nederland gekomen en hebben mijn baasjes haar opgehaald van Schiphol. Dat was me een verandering.Flexibel als ik ben, heb ik me direct aan dit nieuwe vriendinnetje aangepast. Eigenlijk heb ik nu een harem om me heen. En dat bevalt me prima. Met Ninja was het wel anders. Ninja moest veel meer wennen aan de situatie: die heeft een paar dagen lopen grommen en brommen en ze was bij het wandelen niet vooruit te branden. Ze lag maar heel stil en verdrietig op haar mandje en hield van een afstandje alles scherp in de gaten. Je kan wel stellen dat ze er niets aan vond.
Hanty won al snel met haar mooie ogen de harten van alle gezinsleden. Ze is hartstikke mooi en ontzettend lief; ze is heel groot en heeft hele lange benen. Bij haar vergeleken ben ik maar een soort dikke worst. Maar het baasje zegt dat hij dol is op dikke worst.. Het leuke aan het nieuwe vriendinnetje is dat we allemaal weer nieuwe training krijgen. Dus de koekjes vliegen me om de oren en zo blijf je natuurlijk ook een dikke worst. Nu ben ik aan de lijn..
Gelukkig bleek Hanty ook heel erg lief voor Ninja en na anderhalve week begon Ninja een beetje te ontdooien. Inmiddels zijn we een paar weken verder en is alles koek en ei. We hebben allemaal ons eigen plekje gevonden en er is een mooie balans. En ik kan de nieuwe hond alles leren: niet alleen de goeie dingen maar ook de slechte dingen. Een van de leukste dingen hier is dat er één keer in de week een kaasboer aan de deur komt. En als we alle drie maar hard genoeg blaffen dan krijgen we alle drie een heel groot stuk kaas. Het liefst rijden we met deze meneer mee de hele wijk rond maar dat mag niet helaas. Eén van de slechte dingen is dat ik het leuk vind om te blaffen als er iemand binnenkomt. Hanty snapt dat gelukkig want die blaft nu vrolijk met me mee. Ook midden in de nacht als één van de kinderen thuiskomt. En dan doen we het gewoon nog een keertje over als de buurkinderen thuiskomen. En we doen het nog een keertje over als de postbode ‘s ochtends vroeg de krant komt brengen. Knap hè?! Het baasje denkt daar anders over en denkt nu dat hij de oplossing heeft gevonden door mij te beschieten met een waterpistool. Alsof dat mij bang maakt….
.
Het leven is heerlijk: ik ga elke dag wel drie keer wandelen; ik heb lekker eten en drinken en ik word heel veel geknuffeld door de baasjes. Het vrouwtje zegt altijd tegen me dat als ze mij knuffelt, dat ze dan alle eenzame dieren in de wereld knuffelt. Dan snap je wel hoe veel en vaak ik word geknuffeld!
Soms gaan we naar het strand en dan jaag ik achter alle vogels aan. Moe en voldaan kruip ik dan in mijn mandje dicht tegen mijn vriendinnetje Ninja aan en slaak een diepe zucht van blijdschap en ontspanning.
Lieve Stichting Vagabond-vriendjes, ik wens jullie allemaal gouden mandjes en voor alle vrijwilligers van de stichting: een woef woef woera!
vrijdag 29 augustus 2014
Waarom lijk ik niet wat meer op mijn moeder?
Waarom lijk ik niet gewoon wat meer op mijn moeder? In mijn moeders keuken staat er niets meer dan strikt noodzakelijk. En van alles twee. Eén om te gebruiken en één op voorraad. Simpel. En het staat ook allemaal keurig in een rij achter elkaar. Twee pakken koffie, twee pakken thee, twee pakken spaghetti, twee flessen olijfolie. Een soort van Ark van Noach dus, maar dan zonder het 'vermenigvuldigt u', zoals in mijn kastjes kennelijk wel het geval is. Nee, in de keuken van mijn moeder is geen overdaad, geen zal-ik-dat-ook-eens-proberen-product. Ik bedoel zo’n product dat na verloop van tijd altijd achterin een kastje verdwijnt waar het wacht tot het over de datum is en wat dan vervolgens in de afvalbak verdwijnt.
In mijn eigen keuken staat alles door elkaar en ik ben vaak van alles kwijt, terwijl ik geblinddoekt nu nog steeds weet waar in mijn moeders keuken het uiteraard hergebruikte jampotje staat met de elastiekjes, waar het aardappelschilmesje ligt, waar het zout staat. Er staat niets te veel en niets te weinig. Haar gootsteenkastje met maar één fles afwas- en schoonmaakmiddel en de altijd aanwezige Biotex-blauw staat in schril contrast met de mijne.
In haar pannenlade staat elke pan op een keukenpapiertje, schoon, gereed voor gebruik: vier pannen, één koekenpan en één braadpan. Meer is niet nodig.
Zucht.
Gelaten kijk ik nogmaals in mijn keukenkast en besluit alle restanten van de pasta bij elkaar te knikkeren. Ziet mijn kastje er direct ook wat opgeruimder uit.
Hadden ze geen liedje kunnen maken: ‘Mama, ik lijk steeds meer op jou’??
vrijdag 25 juli 2014
Jaloezie
In één keer stond ze voor mij.
Onaangekondigd.
In vol haar glorie. In vuur en vlam.
Trillend, woest, heftig en verpletterend.
Niets ontziend.
Pijnlijk en precies stak haar dolk recht in mijn hart.
Brandend, razend.
Ik was haar bijna vergeten, maar de herinnering kwam direct tot leven.
Verlammend, onredelijk, aanwezig, vurig, verscheurend.
Even voelde ik de weerstand en de projectie komen vanuit het diepst van mijn structuur, dat het toch altijd door die ander komt. De waarheid fluisterde net op tijd in mijn verlangende hart:
Wat kan ik anders doen dan haar in mijn armen sluiten?
Haar verdriet te aanvaarden en te laten smelten in mijn hart?
Haar ongebreidelde woede uit te laten razen totdat er niets meer over blijft om uit te razen?
Haar verblindende vlammen te doven in de zee van mijn tranen?
Haar lust naar macht te ontvangen in mijn machteloosheid?
Haar te aanvaarden, zoals zij is, in mij.
En toen gezien was, wat gezien mocht worden - loste ze op.
Net zo onverwachts als ze kwam.
Voor nu.
maandag 21 juli 2014
woensdag 9 juli 2014
Koetjes en kalfjes
Hoeveel adem verspillen we door te praten over koetjes en
kalfjes? En ik bedoel nu niet de echte koeien en de echte kalven, want daar
zouden we juist meer over mogen praten. Over hoe de kalfjes één dag na hun geboorte bij hun moeder worden weggehaald om in kille stallen eenzaam te wachten op een smakelijke marinade. Of
over de koeien die levenslang in megastallen staan, geen daglicht zien
en/of beweging hebben om eveneens een vaak on’mens’elijke weg naar de supermarkten
te ontvangen met de twijfelachtige eer als aanbieding van de week te eindigen.
Nee, dan kunnen we toch
beter praten over ‘koetjes en kalfjes’. Over hoe het met ons gaat en dat we dan
knikken dat het best goed gaat terwijl we eigenlijk in oorlog zijn…in oorlog
met onszelf, met een ander, met de omgeving, met de wereld, zonder dat we het natuurlijk
willen toegeven, of willen weten, laat staan hardop zeggen.
Abonneren op:
Posts (Atom)



