Lees hier mijn blog over mijn moeder en haar ervaring over haar ervaring met dementie en vaccinatie
Lees hier mijn blog over mijn moeder en haar ervaring over haar ervaring met dementie en vaccinatie
Mijn moeder is met ons mee op vakantie naar Friesland. Op de heenreis is ze gespannen en vraagt wel een paar keer of ze haar huis echt goed heeft afgesloten, maar na een tijdje ontspant ze. Ik begrijp het wel. Het is ook spannend om uit je vertrouwde omgeving en ritme te gaan, als je hoofd op hol is geslagen, want zo noemen we het wel eens. Mijn moeder geniet vervolgens van alles om zich heen. Ze kijkt met nieuwe ogen en merkt dingen op die ze daarvoor niet zag. Alsof ze de wereld herontdekt.
Zo blijft mijn moeder zich keer op keer verbazen over het sluitingsmechanisme van de vuilnisbak. Ze drukt steeds twee keer kort achter elkaar op de knop en merkt dan verwonderd op dat de deksel niet open gaat. Mijn man stelt dan voor om te kijken wat er gebeurt als ze één keer drukt en ja hoor. Hij floept moeiteloos open. Mama is blij verrast, keer op keer. Het leven is soms zo eenvoudig als een druk op een knop.
Vol enthousiasme klinken we tijdens ons avondeten op elkaars gezondheid. De glazen maken een prachtig geluid als ze elkaar raken. Dat klinkt naar meer! En zo heft mama haar glas meerdere keren en we toasten er vrolijk op los. De verwondering op het gezicht van mijn moeder is ontroerend. Het leven is soms zo eenvoudig als het geluid van klinkende glazen en zij neemt ons op deze wijze mee op haar ontdekkingsreis.
Wat later op de avond loopt mama mopperend op de gang heen en weer. 'Ik ben mijn nachtpon vergeten!' en ze steekt niet onder stoelen of banken hoe 'achterlijk' ze dat van zichzelf vindt. Gelukkig heb ik er eentje voor haar, maar dat maakt haar niet bepaald vrolijker. De realisatie dat dit volgens haar te wijten valt aan dementie, komt dan in één keer bij haar heel scherp in beeld. En dat is confronterend en dat stemt haar verdrietig. Als ik dan in haar kamer bewonderend rondkijk en zie hoe keurig ze haar spulletjes een plekje heeft gegeven en zelf haar bed heeft opgemaakt, valt mijn oog op een keurig opgevouwen nachtpon op haar hoofdkussen. Ze had het dus wel meegenomen. Als ik haar daar opgelucht op wijs, raakt ze nog meer van overstuur. 'Mijn hoofd laat me in de steek'. Nog wat later weet ze ook niets meer van dit gehele voorval en kan ik mijn eigen nachtpon ook nergens meer vinden. Ik zie moeder in haar hoofd puzzelen en laat haar maar even. Zo'n vakantie brengt naast afleiding ook onrust en het stof moet weer even neerdalen in de nieuwe situatie. Ik kan niet anders zeggen dat dat ze dit met humor, charme en voorzichtigheid doet. Ik heb daar veel respect voor.
'Hebben jullie goed geslapen?', vraagt ze aan de ontbijttafel vriendelijk. Deze vraag en het antwoord weerklinkt gedurende het volgende uur een paar keer. Ook al komt mijn 'ja heerlijk' er bij de zoveelste keer wat afgemeten uit, mijn echtgenoot vertelt haar keer op keer heel geduldig dat ook hij goed heeft geslapen.
Zo blijft consequent het dagelijkse kleine wandelingetje door het winkelstraatje als voor de eerste keer ervaren. En gelukkig zijn dat blije en gezellige ervaringen voor mama. Mij bekruipt een gevoel van nederigheid en het stemt me dankbaar, dat ik hier met haar mag lopen, hand in hand.
Mijn moeder zit na een lekkere douche weer gewassen en gestreken buiten in het zonnetje. Om door een ringetje te halen. Ze vindt het leuk als ik wat schrijf over de ontwikkeling van haar hersens,want 'misschien kan iemand er nog eens over lachen want erover lachen, is beter dan erover huilen. Dat helpt niets', zegt ze met een scheve glimlach op haar gezicht. En samen bespreken we wat ik zal schrijven.
'Dementie of Alzheimer? Ik weet niet wat ik heb'. Dan blijft het even stil. 'Van allebei word je stapelgek in elk geval', lacht ze dan en vervolgt iets serieuzer: 'maar dan ook niet helemaal, want je weet dat je iets hebt dat niet deugt en je kunt er niets aan doen. Het zij zo!'. Dan buigt ze haar keurig gekapte hoofd weer over haar puzzeltje heen. 'Tenslotte moet je wel een beetje je hersens - of dat wat ervan over is - blijven trainen', merkt ze op.
Als ik de blog later voorlees, knikt ze bevestigend: 'ik blijf gewoon puzzelen hoor!'en zo geschiedde.
Lees hier mijn blog over mijn moeder en haar ervaring over haar ervaring met dementie en vaccinatie
'Kijk!! Hier staat het, zwart op wit!' en ze leest voor uit De Andere Krant van 13-20 augustus 2022: 'Hersenschade door coronavaccins. Dit is wat ik al steeds heb gezegd en dit is was mij is overkomen!'
Dan houdt ze een vurig betoog:
'Ik ben er heilig van overtuigd. De eerste dag dat ik geprikt werd, voelde ik het direct. Alsof er een verschuiving in mijn hersenen plaatsvond. Ik had het gevoel alsof de hele boel daarboven door elkaar werd geklutst. Dag één na vaccinatie. Ik ben ervan overtuigd dat het door die rotzooi komt. We worden gewoon vergiftigd'.
Nu laat ik me graag breed informeren en ben er inmiddels achter dat oprechte informatie bijna niet te vinden is. Dus waar of niet waar, dat is voor mij een grote brei. Maar de ervaring van mijn moeder, is de ervaring van mijn moeder en daar kan ik niet aan tornen. Zij heeft dit zelf vanaf dag 1 zo ervaren én benoemd. Wie ben ik om daaraan te twijfelen? En inmiddels komen de soortgelijke ervaringen van anderen ook bovendrijven.
Over het waarom-een-niet-goed-getest-vaccin komt ze niet helemaal uit. Nee, ze kan zich - net als ik overigens - niet voorstellen dat er huisartsen of andere artsen zijn die van te voren wisten dat er nadelige (bij)verschijnselen zouden zijn aan het mRNA-vaccin. Ze kan zich niet voorstellen dat menslievende mensen, die tenslotte arts zijn geworden om anderen te helpen, zoiets zouden doen als ze van te voren wisten dat het niet goed zou zijn. Daarover zijn we het eens.
Over het wie-dan-wel is ze twijfelloos. Ook al weet ze niet wie, ze weet wel dat je in elk geval moet zoeken in de hoek van mensen die geïnteresseerd is in geld verdienen. Geld en macht, is haar conclusie.
Mijn moeder reflecteert dat als er in het verleden een verbetering in de medische wereld was, dat daar 'ik weet niet hoeveel tijd overheen' ging om de werking, effectiviteit en bijwerkingen te onderzoeken en of het veilig was. 'En nu is er in één keer een vaccin. Er was geen tijd, we gaan gewoon prikken en zien wel wat eruit komt. Het gaat om geld verdienen en dat heeft niets te maken met gezondheid. Dat roept vraagtekens op', aldus moeder.
Dan kijkt ze mij beschuldigend aan en vraagt waarom ik dit niet wereldkundig maak? Ze vuurt vragen op mij af waarom dit niet algemeen bekend nieuws is, waarom zij dit niet weet, waarom gaan ze door met prikken? Ze vindt ook dat De Telegraaf dit moet weten. Ik leg uit dat er allerlei kanalen zijn, zoals De Andere Krant, blckbx tv, Artsencollectief, die hierover berichten maar dat de meeste mensen deze kanalen niet kennen, niet kunnen vinden of wegzetten als desinformatie.
'Ik ga een rel starten', zegt ze dan resoluut! Ze heeft er maar één woord voor: 'Schandalig!'
Dan slaakt ze een diepe zucht en sluit haar betoog af met een belofte:
'Het lijdt geen enkele twijfel: als ik boven ben, dan zal ik het ze
laten weten, want dan weet ik precies waar het vandaan komt. Schrijf dat maar in je blog!' zegt ze enigszins commanderend en prikt met haar nagel in mijn arm als om mij aan te sporen direct achter mijn laptop te gaan zitten.
Mijn moeder verwoordt met haar opmerkingen ook mijn eigen zorgen, mijn eigen vragen. Helaas heb ik zelf ook mijn moeder van de ene dag op de andere zien veranderen. Haar 'hersens' zijn behoorlijk en plotseling achteruit gegaan. Nu heeft ze de respectabele leeftijd bereikt van 88 jaar en hoort dit ook wel wat bij haar leeftijd. En toch: de dag van vaccinatie blijft een opvallend keerpunt in haar geestelijke gezondheid. Ik kan haar alleen maar aanhoren en samen tot acceptatie komen. Of het nu wel of niet is geïnitieerd door een vaccinatie!
Vanochtend werd ik aangehouden door een dame die langs mij fietste. Na een vriendelijk goedemorgen keek ze me bijna verontschuldigend aan en zei dat ze verdwaald was. 'Ach, zijn we niet allemaal in meer of mindere mate verdwaald?'. Daarop moest ze lachen. Na een korte uitleg was ze al snel weer op de route. Zij blij en ik mijmer nog wat na over mijn eigen opmerking, dat we allemaal in meer of mindere mate verdwaald zijn. Het valt me op dat mensen vooral óver elkaar of tégen elkaar praten en niet mét elkaar. Met elkaar praten daar hoort namelijk luisteren bij en dat is nog een kunst. Luisteren en daarna kun je nog eens vragen wat iemand precies bedoelt. Helaas schieten we vaak in een gesprek in onze eigen gedachten en voordat we het weten projecteren we dat wat we denken op een ander.
Onze politieke leiders vormen daarin op dit moment echt een toppunt. Men kan eenvoudigweg niet meer naar elkaar luisteren. Het werd weer eens pijnlijk uitvergroot tijdens het recente debat na het vakantiereces. De één meldt zich ziek, de ander houdt een tirade, de volgende vervalt in jij-bakken. Er wordt geen enkele vraag gesteld. Ik zie kwade gezichten, wegkijkers, schouderophalers, vingerwijzers, stamvoeters, verongelijkte nee-schudders, in hun wiek geschoten ja-knikkers, op een enkeling na. Er wordt niet gesproken met elkaar maar echt alleen tégen elkaar. Als het niet zo intens verdrietig was, dan zou het misschien nog als slechte klucht kunnen worden gezien. Zucht. Helaas is het niet zo'n feest. En dat zijn onze leiders. Ik zou willen dat de kaarten daar eens flink geschud worden, dat er eens geluisterd wordt naar wat er speelt bij het volk, bij jou en bij mij. Begrijpen dat nóg meer geld stoppen in een oorlog voor nóg meer oorlog zorgt. Dat snapt een kind nog. Het zou wat mij betreft goed zijn als wat regeringsmensen eens écht op reces gaan of dat sommigen een training geweldloze communicatie zouden voeren en voor sommigen is zelfs een cursus in hun eigen ministerie een goed begin. Misschien kunnen ze eens op een sportief teamuitje voor de broodnodige bonding of gewoonweg het ambt neerleggen? Zo maar wat ideetjes hoor.
Maar goed, wie ben ik? Ik ben een burger. Naar mij wordt niet geluisterd. Zelfs niet door mijn hond.
Vanochtend trok zij gewoon haar eigen plan. Ze maakte niet een wandeling van een half uur, maar van maar liefst twee uur, waarvan ik anderhalf uur heb lopen zoeken en roepen. Eerst mijn oude hond naar huis brengen, dan weer op de fiets naar het bos gaan, buren gealarmeerd, in tuinen gezocht, in borders gekeken. Nee, De Koningin doet gewoon wat ze wil. Op haar tracker zie ik dat ze het erg naar haar zin heeft en ze rent van hot naar her. Ze heeft maling aan verbodsborden of richtingaanwijzers. Zij gaat haar Koninklijke Neus achterna, dan links, dan rechts. Stuur- en richtingloos. Wat dat betreft kan ze zó de regering in, denk ik tussen twee kreten in. Ondertussen schreeuw ik de longen uit mijn lijf, ben geïrriteerd, heb het snikheet op deze nog snikhetere dag. Ik zou zelf met mijn irritatie en het-onafgebroken-hetzelfde-roepen ook geen gek figuur slaan tijdens zo'n debat.En dan eindelijk komt De Koningin aangerend, op volle toeren. Oren en staart omhoog. Ze remt vlak voor mijn voeten af en met haar tong op de grond kijkt ze me ongelooflijk blij aan. 'Goed hé, vrouwtje, hier ben ik! Mag ik nu mijn beloning?'. Ik ben gekke Gerritje niet (of mag ik dat niet meer zeggen? Ik ken geen Gerrit en ik bedoel het dus ook niet persoonlijk. Mocht ik iemand kwetsen dan is dat onbedoeld en het spijt me).
Ik kijk in haar ogen en zie alleen maar toewijding aan haar Koninklijke Neus. Nee, van alles en iedereen om mij heen is zíj in elk geval níet verdwaald. Daar hou ik me maar aan vast.
Mama van 88 jaar pluist dagelijks de krant uit en steekt haar visie op onze regering niet onder stoelen of banken. En dat is niet bepaald complimenteus. Regelmatig slaakt ze diepe zuchten terwijl ze hoofdschuddend de berichten leest.
Waar komen die zuchten vandaan? Uit haar tenen, mag ik u zeggen.
Mijn moeder raakt de laatste tijd niet uitgesproken over het wanbeleid van onze wereldleiders en in het bijzonder van onze Nederlandse regeringsleiders. ‘Het woord ‘leiders’ is totaal ongepast voor dat stelletje onbenullen’, voegt ze er direct aan toe. Nee, moeder windt er geen doekjes omheen ‘daarvoor ben ik te oud geworden’, zegt ze met opgetrokken wenkbrauwen. Volgens haar zijn het 'domme mensen, zonder enig inzicht, gespeend van iedere vorm van gezond verstand of leiderschap. Zij gaan puur voor hun eigen belang, hebben geen langetermijnvisie en hebben al helemaal niet het belang van het volk voor ogen. Onfatsoenlijk'. Klare taal, maar ze gaat verder. Met onverholen afwijzing spreekt ze over de versplintering van de partijen, die in haar ogen vooral chaos en verdeeldheid veroorzaakt. Volgens haar zouden er hooguit zes partijen moeten zijn. ‘Deze regering maakt Nederland kapot’, zo eindigt ze vaak haar betoog.
De afgelopen maanden trekt zij spreekwoordelijk de haren uit het hoofd over het onderwerp dat nu al is gebombardeerd tot Het Grote Stikstofschandaal. Zij is naast boos, vooral verdrietig, bang en teleurgesteld over het beleid dat vooral de boeren treft. Bovenal is zij onthutst en vol ongeloof.
Wat is de reden van haar onthutsing en ongeloof?
Mijn moeder is het levende bewijs van het levensbelang van boeren. Steeds vaker laat mijn moeder zich ontvallen dat niemand ooit had gedacht dat ze zó oud zou worden; niemand dacht dat ze de oorlog zou overleven, laat staan de Hongerwinter van 1944/1945, omdat haar gezondheid niet zo best was.
Zonder de boeren was zij er niet geweest en met haar velen. Onlangs zat mijn moeder aan de keukentafel en heb ik haar woorden opgeschreven. Ik tik zo snel als mijn vingers willen, terwijl mijn moeder haar vurige betoog houdt en amper haar emoties in bedwang kan houden. Haar verdriet en wanhoop is tastbaar. Ze vraagt mij of ik haar boodschap wil delen. Bij deze, haar eigen verhaal:
‘In de Hongerwinter van 1944/1945 hebben de boeren mij gered. Niet alleen mij, maar velen met mij. Ik dank mijn leven aan de boeren. Al die domme mensen in de regering nu die menen dat de boeren hier weg moeten. Het is gewoon een schande. Er is een tijd geweest dat er hier in Nederland niets te eten was. Als ik al die zichtbaar goed doorvoede mensen hoor vertellen wat wij hier moeten doen met onze boeren, dan word ik daar misselijk van. Schandalig. Maar als ik zulke teksten gebruik, dan worden ze direct gecensureerd.
De generatie van nu heeft nog nooit honger gehad en die generatie weet niet waar ze het over heeft.
In de oorlogstijd werd ook in de chique PC Hooftstraat in Amsterdam, waar mijn ouderlijk huis stond, honger geleden. Wij kregen daar dagelijks mensen aan de deur met een servet of met een bordje of alleen een vork en een mes of ze misschien een aardappel mochten eten of een boterham. Smeken, bedelen. Ons moeder gaf altijd wat. Van het weinige dat wij hadden, deelde zij altijd uit. Ik begrijp nog steeds niet hoe ze het deed. Ik zie nog zo een man aan de deur komen, die uit zijn borstzakje een zilveren lepel haalde en daarmee de aardappel opat. De man had niets, behalve zijn lepel. Wat heb je aan een zilveren lepel zonder eten?Die boeren hebben in de oorlogstijd aan ik weet niet hoeveel mensen onderdak gegeven. Ze verscholen kinderen, volwassenen en vele parachutisten uit Engeland in hun schuren met gevaar voor eigen leven. En déze boeren willen ze wegdoen?? Het is schandalig! Er zijn geen woorden voor. Ik maak me hier erg boos om. Ze zijn niet goed bij hun hoofd. Schandalig is het.
Ons Moeder is tijdens de oorlog twee keer met één van mijn broers naar de boeren gegaan voor tarwe, aardappelen en ik weet niet waar ze mee terugkwamen. Toen hadden we tenminste nog boeren. Als ze nu zo met die boeren gaan zitten rommelen, dat is zo oneerlijk.
In de Hongerwinter werd ik door mijn oudste zuster en mijn vader achterop de fiets, op de bagagedrager naar Wijdenes gebracht bij wildvreemden. We gingen op goed geluk gewoon langs de boeren, net zolang tot we er een gevonden hadden.
Uiteindelijk kwamen we bij de boer aan, op de plaats bij de achteringang. Mijn zuster vroeg of ze nog een Amsterdammertje konden gebruiken. De boer stond daar maar en zei: “ik zal het even aan de vrouw vragen’’. De vrouw kwam en keek me van top tot teen aan en zij zei: “die mag wel blijven”. En dat was het; meer niet. Vervolgens ging mijn zus met mijn vader weg en ik heb mijn familie een half jaar niet gezien en niet gehoord. Telefoon was er niet; er was geen elektra.
Uiteindelijk heb ik daar een half jaar gezeten. Ik hoefde niet naar school maar ik moest wel naar de kerk op zondag. Ik heb de oorlog overleefd.
De boer waar ik ben ondergebracht als jong meisje hadden maar liefst drie Amsterdammers in huis, een van 18, een van 14 en ik was 10 jaar. Die hebben ze de hele hongerwinter in huis gehad. Ongelooflijk. Ze hebben ook nog – en dat werd voor ons weggehouden, omdat ze bang waren dat wij erover spraken - parachutisten opgevangen uit weilanden en ondergebracht in de schuur.
En dan wil de huidige regering deze boeren wegjagen? We zullen de mensen wegjagen, die op dit soort ideeën komen. Ik ben nu nog nét bij mijn verstand, dus ik kan nú nog deze boodschap afgeven.’
Mijn moeder merkt op dat ze nog nèt bij haar verstand is. Ik
noem dat liever gezond verstand. Ik kan in elk geval met mijn boerenverstand al lang niet meer
bij de beslissingen van deze regering.
Wij wensen de regeringsleiders wijsheid en liefde toe.
Ivonne en Gwendolin
Vandaag liepen mijn vrouwtje en ik achter elkaar te sjokken. Zij sjokt omdat ze niet lekker is en ik sjok omdat ik al oud ben. Elke dag heb ik al moeite met opstaan en op gang komen, maar na even rekken en strekken en ongelooflijk lekkere hapjes en een kleine pijnstiller kom ik toch ook altijd weer mooi op gang. Hoewel mijn lijf met pensioen is, kwispelt mijn staart nog als een jonge god.
Hoeveel stappen hebben we al samen gezet, langs dit pad en andere wegen? Hoe vaak heeft mijn vrouwtje mij al moeten roepen om vooral geen poep te eten, terwijl ik dat reuze lekker vindt? Hoe vaak ben ik niet drijfnat uit het slootje gekomen en mijn vrouwtje nat gemaakt? Hoe vaak heb ik koekjes gekregen als ik kwam en ook als ik pas veel later kwam dan de bedoeling en mijn vrouwtje bijna ontplofte en ik me van geen kwaad bewust was?
Wie had nu toch ooit gedacht dat ik na zeven jaar asiel, in niet te beste omstandigheden in Polen, de respectabele leeftijd van 16 jaar zou behalen? En in zeer goede staat, al zeg ik het zelf! Mannen worden alleen maar knapper naar mate ze ouder worden en dat geldt beslist ook voor mij. Met mijn gedistingeerde grijze snuit verwarm ik menig voorbijganger.
Maar alle gekheid op een stokje: ik ben dankbaar, dankbaar voor dit veilige thuis, voor de mensen die me in Polen verzorgden, voor de mensen die me naar Nederland brachten en voor mijn meer dan geweldige baasje en vrouwtje en mijn harige vrouwelijke gevolg: Hanty, Ninja en Ninka.
Ik zie heus wel dat vrouwtje zich de laatste tijd niet zo goed voelt en ik doe mijn opperste best om haar op mijn oude dag een goed voorbeeld te geven. Ik kan haar mijn hondenbaan van harte aanbevelen: wakker worden, uitrekken, plasje doen. Daarna lekker eten, rekken en op mijn gemak het eten laten zakken. Af en toe laat ik een knallende boer en een wind 'dat lucht op', denk ik dan. Vervolgens ga ik uit wandelen en snuffel ik een half uurtje in de buitenlucht. Lebber zonder gene een bak water leeg en plof neer op mijn mand, waarin ik urenlang kan wentelen en het mezelf zo comfortabel mogelijk maak. En: bovenal veel geknuffeld worden. Dit proces herhaalt zich een paar keer per dag. En alleen als het moet, werkelijk van me verlangd wordt, kom ik in actie: proforma blaffen tegen-ik-weet-niet-wie-of-wat-maar-het-klinkt-wel-stoer, baasjes beschermen en het huis bewaken.Deze hondenbaan bevalt mij prima; voor mij voorlopig geen carrière switch.
Relaxte groet van Timon!
Meer lezen over mijn leven als Timon met mijn baasjes?
TimonLive 8 - Engeltje op mijn schouder!
TimonLive 5
TimonLive 4
TimonLive 3
TimonLive 2
TimonLive Vriend jij bent nog niet jarig!
TimonLive 1